Vrijwilligers: de twee meisjes

Er staat geen beltegoed meer op mijn telefoon. En de batterij is bijna leeg. Er zijn dagen dat ik dat ding niet hoor of zie, en als het nodig is, gaat het vaak zo. De vrijwilligers sturen een sms dat ze er over een kwartiertje zijn, en ik kan zo niks terugsturen. Irritant. Nu moet ik naar kantoor om via skype te antwoorden. En niet vergeten om dat ding aan het infuus te leggen.

Ok, geen punt, we blijven lachen. We laten ons er niet onder krijgen door dat kleine opdondertje.

Vrijwilligers

De meisjes zijn in aantocht, ze zullen er over een kwartiertje zijn. Mooi.

Het is bar weer, je kunt maar beter binnen zijn – niet onderweg bedoel ik. Donkergrijze luchten, stormachtige wind, heftige regenbuien. Ja ja, dat hebben wij ook in Portugal! In de winter dan …. soms.

Dan hoor ik een slippend geluid van banden en een gierende motor. O jee, ze zijn het badhuispad afgegaan, met die gladde stenen kom je daar niet snel meer uit. We maken kennis via het raampje. Hannah, achter het stuur, heeft wat meer moeite om mijn hand te schudden, ze moet haar voet stevig op de rem houden. Grote bus voor zo´n klein meisje.

Ik adviseer om maar helemaal naar beneden te gaan, daar staat-ie goed voor zolang. Wel makkelijk, vlak naast de deur van het badhuis. Klinkt misschien gek voor iemand die de situatie hier niet kent, om in een badhuis te wonen, maar het badhuis is een heel groot gebouw met op de begane grond allemaal badkamers en een grote zaal, en boven ook een boel kamers en brede gangen. Wij wonen boven.

Heel verschillende vrijwilligers

Ze maken direct een prettige indruk. Fijn! Ik had even behoefte aan wat stimulerender gezelschap dan de vorige vrijwilliger. Niet dat dat een nare man was, maar hij deed erg veel aan doemdenken. Hij was niet lastig met eten, zei hij, maar als ik hem een chipje aanbood, weigerde hij met frasen als: “Je weet toch wel wat ze daarin stoppen, allemaal gemanipuleerde rotzooi. Dankjewel.”

Ok, sorry. Hij at geen witte broodjes bij het ontbijt, maar liever volkorenbrood. Ja, snap ik. Niet zo gek voor iemand die lang in Duitsland gewoond heeft. Goed, ik naar de bakker verderop om volkorenbrood te halen. Wat hij vervolgens niet opat.

We maakten plek in de werkplaats, hij laadde al zijn gereedschap uit. Het maakte een erg Duitse (= degelijke) indruk, goeie spullen allemaal. Stukken beter dan mijn afgeragde zootje. Hij zou beginnen met een deur te maken, top! ´s Avonds tijdens het eten gooide hij als bijdrage aan de tafelconversatie zijn levensvisie op tafel: hel en verdoemenis, de derde wereldoorlog gaat beginnen en Portugal is een van de weinige veilige plekken in Europa. Daar gaat hij dus wonen. Maar niet te dicht bij de kust, want je moet ook nog rekening houden met de klimaatcrisis, want dat daar iets aan gedaan wordt kun je wel vergeten, met al die corrupte politici en gewetenloze CEO´s.

Portugal op nummer 11

Nu ben ik het eens met het idee dat Portugal een van de veilige plekken in Europa is, tenminste hier in de buitengebieden, want onze voordeuren blijven nog steeds ´s nachts los, en daar kun je rustig bij slapen. Er gebeurt hier erg weinig op crimineel gebied. Laat ik niet de goden verzoeken …

Maar ik werd hier niet vrolijk van.

Het eten was ook steeds eigenlijk net niet goed, net ernaast, net dit of dat – hij was wel beleefdachtig, maar je kon wel duidelijk merken dat er iets was.

De deur hing erin, na een week. Vond ik eigenlijk best wel lang voor 1 deur en een ervaren timmerman, maar goed, hij hing. Hij wou ´m niet verven vanwege de dampen, hij wou niet zijn zaagsel niet opvegen, want het moest gestofzuigd worden en die had-ie niet, en hij wou niet kitten. Nu ben ik gewend om langs veel dingetjes te zigzaggen, anders heb je geen leven, maar dit stapelde wel.

Ik moest siliconenkit gebruiken, zei hij. Nu was ik een sufferd op klusgebied, dus ik heb me noodgedwongen moeten verdiepen in diverse soorten kit, en siliconen gebruik je bij wastafels enzo.

Hier zou het vedante moeten zijn – tja, ik weet het alleen maar in het portugees, want in Nederland heb ik nooit met kit te maken gehad.

“U moet het maar zien, mevrouw” zei hij afgebeten, “het kan me niet interesseren.”

Mooi, dat weten we dan ook weer.

Eindelijk een goeie maaltijd

Die avond zouden we frietjes eten, en daar werd hij heel enthousiast van. Hij was van origine een Vlaming, dus eigengemaakte friet scoorde goed. Hij kwam met een grote tube mayonnaise, zette die met een bons op tafel, en ging verwachtingsvol zitten. De jongens waren een beetje aan het keten in de keuken, ik zette de friet op de aanrecht en ging er met de zoutpot overheen. Normaal, toch?

Maar nee, dat was de druppel. Hij pakte zijn tube, liep de keuken uit en riep: “Dit eet ik niet. Ik eet geen zout!” en was weg.

Ik riep hem nog na: “De onderste frietjes zijn waarschijnlijk niet zo zout, wil je dan helemaal niets eten?” Ik wou maar niet zeggen, dat hij de pasta van mijn zoon lekker gevonden had, en die kookt best wel erg zout – en dat is een understatement.

De volgende dag ging hij weg. Het was van beide kanten genoeg geweest. Een hele klus om al dat gereedschap in- en uit te laden voor een week. Natuurlijk liep hij met auto en caravan vast in het natte gras, en moest de buurman met de trekker hem eruit komen halen. En natuurlijk had ik nee geantwoord op zijn vraag of hij hem geld moest aanbieden (dat is beledigend) maar hij zou een fles wijn kunnen aanbieden. Wist ik veel, dat de buurman zijn eigen wijn maakt, dat-ie er ongeveer in omkomt, dus dat-ie die fles niet bliefde. Weer een minpunt.

Met sommige mensen gaat het gewoon niet. Maar gelukkig gaat het nu met de meisjes helemaal makkelijk. Ze hebben nog totaal geen vaste gewoontes, zoals veel jongeren dat hebben, ze laten overal hun dingen slingeren, en ze zitten samen te grappen en te giechelen en te gillen tijdens het tafelvoetbal. Dit klinkt nu net alsof het domme blondjes zijn, maar het tegendeel is waar. Ze zijn slim, goed opgevoed, en ruimen uiteindelijk alles achter hun kont op. Ik heb nu de luxe dat ik dat gewoon kan laten gaan, zo in de winter, en het kan gadeslaan. Van al die zorgeloosheid kan genieten. Er zijn geen gasten. We hebben het hele dorp voor onszelf alleen.

vickyhanna2048

Het is heel gezellig. Soms kom ik de zaal inlopen en ligt er eentje met de hondjes te spelen en staat de ander in handstand tegen de muur. Ze hebben hun was over de hele zaal uitgespreid, de bus staat nog steeds beneden naast de voordeur en de hondjes hebben de hal in beslag genomen. Daar liggen ze dan vaak te slapen, en worden ze ondergestopt. Het zijn schatjes, alle vier. Aangenaam hoor. Je blijft er jong bij.

En of de wereld vergaat – ach, we zien wel. Zou jammer zijn, zij hebben zo te zien nog een veelbelovende toekomst voor zich. Zullen we dan maar zorgen dat dat niet gebeurt?

(Met plezier gelezen? Een reactie is leuk! We waarderen een duimpje natuurlijk, en eentje voor de hele site helemaal. Misschien vind je kring het ook leuk om te lezen? Deel het!)