Telefoon in de kerk

Ik moest een paar uur stukslaan voor de volgende afspraak. Hartje Coimbra, dus dat hoeft geen probleem te zijn. Ik had mijn camera bij me. Meestal vergeet ik die, en loop me dan steeds aan mezelf te ergeren als ik iets aardigs zie, maar gelukkig wordt het steeds meer een routine.

Ik had een klein boodschapje te doen en verder niks. Geen haast dus. De staande rasp had ik al snel gevonden, maar ook een paar interessante flessen wijn. Geen zin om daar steeds mee rond te lopen, dus ik ging even terug naar de parkeergarage om ze in de auto te zetten.

Alarmfase 1

De auto is nieuw voor mij. Ik heb ‘m nog niet zo lang. We kennen mekaar nog niet zo goed. Blijkbaar schrok hij zich een ongeluk toen ik het passagiersportier open deed, want hij begon te loeien en met z’n lichten te knipperen dat horen en zien verging.

Paniek! Wat moet je dan doen? Nog nooit een auto gehad met een alarm, en ik wist ook niet dat deze het wel had. Suf provinciaaltje! Je voelt je toch een tikkie opgelaten ….

De bestuurdersdeur open maken had niet direct effect, en ik voelde mijn trommelvliezen. Ik zou geen inbreker in auto’s kunnen zijn met dit heidens kabaal aan m’n kop. Slecht voor je concentratie.

Ah! Je moet dus de sleutel in het contact steken en dan begrijpt-ie dat jij het bent. Pfoeh!

Niemand verblikte of verbloosde overigens. Niemand kwam kijken. Een alarm op je auto heeft dus blijkbaar erg weinig zin.

Terrasje?

Terug naar de zonnige wereld. Na de storm van afgelopen week is alles schoongewaaid en is het heerlijk en helder. Tijd voor een terrasje? Misschien nog wat vroeg.

Even de kerk in. Dat doe je als toerist, maar als normaal mens niet. Nooit tijd voor. Ik vind het altijd wel rustgevend, zo’n hoge ruimte. En ‘k heb altijd het gevoel dat de intentie van de mensen die daar in de loop der eeuwen geweest zijn blijft hangen.

Geen toeristen. ’t Is nog te vroeg in het seizoen. Wel portugezen die binnenkomen, een kruis slaan met een vage knielbeweging en in een bank gaan zitten. ’t Is niet druk, een paar mensen maar.

Ik kijk een beetje onopgemerkt om me heen – je moet toch wat discreet blijven als iemand zit te bidden, nietwaar?

Telefoon. Telefoon?

Gaten in je broek

Een jonge vrouw een paar banken voor mij draait zich in een vloeiende beweging om, pakt het platte apparaatje, drukt geroutineerd op een paar knopjes, kijkt, draait weer terug en gaat door met bidden. Dit alles op haar knie-en.

Na een paar minuten staat ze op, stopt haar telefoon in haar tasje, maakt zo’n typisch katholieke vage kniel-en-kruis-beweging in het gangpad en loopt weg. Ze is heel modieus gekleed in een spijkerbroek met overal de juiste gaten, heel strak, en een roze jasje met bont. Geen type dat ik biddend in een kerk zou verwachten.

Blijkbaar zit dat katholieke nog steeds erg ingebakken, ook al gaan mensen hier ook bijna niet meer naar de kerk. Veel mensen lopen wel een bedevaart naar Fátima – je ziet heel veel pelgrims langs de weg lopen in mei en oktober.

Het kan zomaar gebeuren dat je in het dorpswinkeltje komt en de senhora achter de kassa vraagt je vriendelijk of je het zelf even wilt pakken, want ze is van ’t weekend naar Fatima gelopen en ze is nog steeds moe.

Mijn eigen kleine bedevaart is ten einde – tijd voor de volgende afspraak. Goeie gewoonte eigenlijk, zo’n open kerk waar je even kunt gaan zitten en contempleren.