Skype op zondagmiddag

Ik was gewend om ‘s avonds nog even naar een vriend of vriendin te gaan. Lekker kletsen over het dagelijkse bestaan of over de zin van het leven. Of naar de nieuwste theatervoorstelling. Een cursus over het één of ander. Een leuke avond op een festival.

Makkelijk zat in de stad.

Je stapt op de fiets en vijf minuten later ben je er. Het enige tijdrovende is om de fiets op slot te zetten.

Tegen een paal. Ketting eromheen. Hangslot vast. Slot van de fiets niet vergeten.

Sociaal leven

Als je in de stad woont, is je sociale leven er gewoon. Hoef je geen moeite voor te doen. Na het avondeten, als je kinderen op bed liggen, moe gespeeld, schoon gewassen en voorgelezen, liggen er nog uren te wachten. (Partner ongeveer idem: moe geluld, plakkerig van de haastige dag en voor de tv. )

Er is van alles voorhanden om die uren mee te vullen.

Hier in de buitengebieden is dat nogal anders. Ik zou naar het café in Pedrógão kunnen gaan, vlakbij. Jammer dat er bijna nooit vrouwen alleen naar het café gaan in Portugal. Dat is eigenlijk al raar. En dan zit alleen de café eigenaar er, en misschien nog een verloren ziel. Niet zo heel erg inspirerend.

Raar tiep

Zij kennen mekaar al jaren. Ze zijn samen opgegroeid in Pedrógão. Naar hetzelfde schooltje gegaan. Ik zou niet weten waar ik over zou kunnen praten. Als ik weg ben, hebben zij weer stof zat. Voor jaren. “Weet je nog, toen die van de Termas-da-Azenha hier binnen kwam en zomaar iets kwam drinken? Hahaha, wat een tiep! Aardig mens wel hoor, maar een beetje raar.” (nee hoor, dat doen ze vast niet, daar zijn ze veel te aardig en te beleefd voor. Het is mijn eigen dirty mind die me parten speelt.)

Skype op zondagmiddag

Ik ga dus niet meer naar het café, maar in plaats daarvan skype ik met mijn vrienden. Vaak op zondagmiddag. Zo’n middag waarop je als stadsmens al snel op een festival, op een terrasje of in de kroeg terecht komt.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Portugezen gaan massaal passagieren op zondagmiddag. Na de overvloedige lunch rij je nog eens een stukje naar dit of dat, en zo komen de Figueirenses (*) al snel hier terecht. Ik schenk een koele Duvel in het bijbehorende glas, maak een bicaatje (**), serveer een eigengemaakte icetea, reken af, en ga weer terug naar mijn skypie.

Hè? Watte?

Het gaat altijd met hindernissen. Cafégasten, mensen aan de balie voor informatie. Aan de andere kant van de lijn binnenstommelende kinderen of partners die een sleutel kwijt zijn. Soms is de verbinding niet al te best. Als het slecht weer is bijvoorbeeld. De andere kant begint te haperen, zodat je nogal wat moeite m … d…. om te ……. w…. er ge….. wordt.

De laatste keer met Boukje was het heel ernstig. We praatten over de toekomst en de mogelijkheden van de Termas, en elke keer viel de skype eruit. Moesten we weer opnieuw verbinding maken. Tot wel twintig keer aan toe. Nu raak je daar wel enigszins aan gewend, en wij zijn alletwee nogal multi-taskerig en bovendien moeder, dus je pakt al snel de draad weer op.

De laatste uitval in combinatie met het onderwerp “Onvermoede mogelijkheden van de Termas-da-Azenha in de nabije toekomst” werd door haar kernachtig samengevat: “De skype is de limit!”

Een inspirerende uitspraak voor een nieuw stukje. Voilà!

 

.

 

(*) Figueirenses: de burgers van Figueira da Foz. Kom je uit Lisboa, ben je een Lisboense. In Tomar geboren: Tomarense. Et cetera.

(**) Bica: klein kopje espresso. De Italianen hebben de naam, maar de Portugese koffie is minstens zo goed!