Paaslunch met grootmoeder

Ineens stonden ze voor m’n neus. Twee vrouwen, moeder en dochter. Ik herkende hen wel, en razend snel bedacht ik waarvan. De oudste van de twee heeft krachtige pret-ogen, hoewel de dochter niet veel voor haar onderdoet.

O ja! Ze hebben hier ooit eens geluncht, jaren geleden. Dat was de eerste keer dat ik een groepje van buiten accepteerde om vegetarisch te lunchen. Er zijn bijna geen vegetarische restaurants hier in de buurt. In “normale” restaurants krijg je vaak een omelet voorgeschoteld – terwijl er zoveel meer te proeven is in het vegetarische spectrum!

Paaslunch

We hebben geen restaurant namelijk. We koken wel voor mensen – vaak genoeg! Maar altijd op afspraak, en in de zomer geeft iedereen zich per dag op.

We hadden een praatje, en ze vroegen of ze weer voor een lunch konden reserveren. Met de Pasen. Ja, natuurlijk, prima. Het was een prettig groepje, herinner ik me, dus ja leuk, gezellig.

Com muito prazer.

Ik had even geen rekening gehouden met de zomertijd. Oeps! Even doorpezen dus.

De aubergine snijden en in het zout leggen met een stapel borden erop. Deeg kneden, moet rijzen. Chocolademousse maken, moet stijven.

Alles heeft voorrang op zo’n moment.

En het lijkt lastiger te plannen voor de lunch dan voor het diner. Gek is dat. Misschien omdat ik het minder vaak doe.

Ze zijn een kwartier te vroeg. Portugezen nota bene! Dat mag in de krant.

Oi, daar heb ik geen tijd voor, want het scherpe tijdsschema laat nauwelijks ademhalen toe. Het gaat helemaal goed, het is bijna klaar – zeg ik met een stralende lach. Zij kijken nog wat rond. Prima.

De tafel staat klaar met het voorafje en de wijn – daar kunnen ze zich mee anuseren, terwijl de spinazie-quiche mooie ronde soufflé-achtige rondingen begint te vertonen, de falafelrol ligt te bruinen, de aubergine moussaka staat te dampen en de couscous bijna gaar is.

Het hele team is er klaar voor

Ik ben de gastvrouw, de chef, de afwasser, de sommelier en de bediening. Check, check, check, check. Alles is er klaar voor. Diep ademhalen en …. daarrr gaat-ie dan! Vijf hete schotels naar de tafel brengen is niet mijn dagelijks werk.

Het was voor het eten wat stilletjes, maar nu begint het gepraat en gelach. Dat is een goed teken – de meeste mensen worden blij van goed eten. En daar word ik dan weer blij van.

Altijd prettig als je inspanningen gewaardeerd worden.

Na het toetje en de koffie komt oma in de keuken afrekenen. Zoals oudere mensen kunnen doen, zit je ineens midden in een verhaal. Ik moet nog leren hoe dat werkt, ik ben nog niet oud genoeg, denk ik. Maar ‘t is leuk om te horen, tenminste …. leuk …. het gaat over de oorlog.

Neutraal Portugal

Portugal heeft niet meegedaan met de tweede wereldoorlog, maar het heeft erom gehangen. In Lissabon, waar oma als jong meisje woonde, moest er wel verduisterd. Stel je voor, een hele stad in het pikkedonker, met alleen de zoeklichten langs de hemel. En alles stil. Daar had ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan, hoe dat is. Haar verhaal was niet zo spectaculair, maar ik keek door haar ogen en herinneringen terug naar die tijd en hoe raar het is als een hele stad donker en stil is, alsof iedereen z’n adem inhoudt en wacht wat er komen gaat.

Een keer zag en hoorde ze een soort processie, een groep mensen die door de stille straten liep met een paar piepkleine kaarsjes, die zongen:

 

Miraculosa Rainha dos ceus………………….Wonderbaarlijke Koningin van de hemel

Sobre o teu manto tecido de luz……………. Met uw mantel gemaakt van licht

Faz com que a guerra acaba na terra………. Maak dat de oorlog op aarde eindigt

Que baja entre os homens a paz de Jesus .Daalt de vrede van Jezus tussen ons neer

 

Ik zag hen lopen. Ik hoorde hen zingen. Dat moet mooi geweest zijn. Kippevel-mooi.

Grootmoeder is 84 en volgt het nieuws. Zegt dat je zou denken dat mensen iets geleerd hebben, na al die ellende, maar ze ziet het nu dezelfde kant op gaan.

Er zijn toch voldoende verstandige mensen om dat te kunnen vermijden? opper ik hoopvol, maar ze heeft haar twijfels.

Ondanks dit mooie verhaal hoop ik dat zo’n processie niet meer nodig is. Omdat we wat meer naar onze oma’s geluisterd hebben.