Onze boef van een bakker

Ik hoor hem soms, als ik een beetje boven kom drijven ’s ochtends vroeg. Hij stopt, draait de auto, stapt uit en hangt de broodjes aan de haak.

Goeiemorgen! De bakker!

Dan is het ongeveer 6 uur, weet ik. Wij zijn het laatste adresje, nu mag hij naar huis. Lekker slapen. Ik ga er dan vaak uit, zeker ’s zomers. Lekker een bakkie met een vers broodje met honing. Iedereen slaapt nog, dus het is heerlijk rustig. Heb ik de tijd om een stukje boek te lezen en plannen te maken voor de dag.

En om het aantal broodjes op te schrijven. Ik hou elke dag bij wat hij levert, want het is een boef, onze bakker. Ik ben reuze blij dat hij dapper voor dag en dauw langskomt met zijn verse brood, maar als ik niet uitkijk, probeert-ie me te naaien.

Excusez le mot

Dat is hem in het verleden met ongelooflijk gemak vaak gelukt.

Ik ben van nature goed van vertrouwen

dus ik controleerde niets. Hij heeft waarschijnlijk jarenlang elke week minstens een paar euro teveel gerekend, maar allez – als ik niks check, heb ik hem ook een beetje gelegenheid gegeven. Hij heeft er waarschijnlijk deels zijn nieuwe filiaal van gefinancierd, maar daar mag het nu wel bij blijven.

De omslag van nooit iets checken naar altijd alles opschrijven kwam een paar jaar geleden. Toen moest ik opeens na een paar weken een behoorlijk bedragje betalen. Normaal rekent hij elke zaterdag met iedereen af, maar ik sloeg weleens een zaterdagje over.

Goeie klant, dan kan dat

Na een maand was het een leuk bedragje geworden. Ik was er even stil van. Ik betaalde, maar het bleef zeuren. Er klopt iets niet. Zoveel kan dat toch niet zijn? Met wat gok- en rekenwerk kwam ik erop uit, dat het minstens 50 euro teveel moest zijn.

Het zaadje was gevallen, en het kwartje ook.

Ik ging elke zaterdag beter opletten. Hoofdrekende mee. En elke keer was het teveel. Twintig cent, een euro, soms een paar euro. Wat doe je hiermee? ’t Is niet zoveel dat je er een scène van hoeft te maken, maar het voelt niet goed. Ik wil graag mensen kunnen vertrouwen.

En ik ben blij dat hij elke ochtend trouw langskomt met zijn verse brood

Stel je voor, dat ik elke dag eerst naar de bakker moest gaan rijden! Dat is al na twee dagen niet leuk meer!

Toen ik voor de 3e keer dezelfde week moest betalen, dacht ik niet meer aan wat je hiermee doet, maar confronteerde ik hem ermee. Hij legde zich er al snel bij neer dat ik het verdomde om dezelfde week voor de derde keer te betalen. Hij verscheurde zijn briefje, en kwam de volgende maandag gewoon als altijd langs. Ik had ook niets anders verwacht.

Het is meer een spel geworden

Hij weet dat ik hem in de gaten hou, maar hij heeft die handicap, hij kan het niet helpen. Het gaat soms wekenlang goed, maar dan ben ik er een zaterdagochtend niet, en is de week daarop de rekening toch weer net iets teveel aangegroeid.

Of het was heel wisselend – de éne dag 10 broodjes, de andere 52 – en dan probeert hij het toch weer.

Vandaar dat ik me ben gaan aanwennen om elke dag de hoeveelheid broodjes op te schrijven. Zaterdagochtend zeg ik hem vaak hoeveel het is, in plaats van hij mij. Hij gebruikt een oude agenda om alles van iedereen op te schrijven, en rekent alles op een oud stukje papier uit. Natuurlijk had-ie allang een zakjapanner aan kunnen schaffen, maar met dit systeem kun je “foutjes” maken.

De laatste keer hebben we erg gelachen,

zonder er verder ook maar een woord over te zeggen. Hij was bezig op zijn stukje papier met z’n oude agenda, en probeerde er toch weer een paar dubbeltjes bij te krijgen. Ik liet hem mijn papiertje zien – het was duidelijk.

Lachend namen we afscheid “Bom fim-de-semana! Bom descanço!”

De boef!