Lepeltjesgewijs

“Steek ik da in de frigo?” Ik weet even niet wat ik moet zeggen. “De frigo? Eh, kijk ik dom genoeg nu?”

Ze wijst naar de koelkast. Natuurlijk. In latijnse talen réfrigérateur, refrigerador, frigorifico – frigo.

“Ja, en die zakjes moeten in de la”

“O, da schuifke bedoelde?” ze wijst naar de kast.

We snappen elkaar weer. “Ja, de zakjes gaan in da schuifke.”

Van tijd tot tijd moet er van weerskanten iets uitgelegd worden. We spreken zogenaamd dezelfde taal, maar het vlaams kent duidelijk andere uitdrukkingen.

Ben je een Vlaming, dan verenig je het beste van twee werelden in je. Het gepassioneerde franse savoir-vivre en de nuchtere hollandse handelsgeest. België zelf representeert dat in de tweedeling Wallonië en Vlaanderen. In mijn wereldbeeld bestaat die tweeledigheid in elke Belg.

We staan uren op de steiger naast elkaar stukjes te plakken, dus er komt het een en ander voorbij. De prestatiedruk van de studie onder andere, die enorm hoog is:

“Het is een modeltraject waar ge aan begint en waar ge eigenlijk gewoon maar mee doorgaat. Verstand op nul, vooral niet opgeven en blijven doorzetten. Tot op `t moment da ge beseft da er ne grens is. Ge beslist om der even tussen uit te gaan en dan ziet ge dat het meer moed vraagt om het traject te verlaten dan om het blindelings te volgen.En dan moet ge terug naar uzelf leren luisteren. Wa wil ik nu doen? Wa voelt goed aan voor mij, los van anderen? Dan beseft ge da ge deze vaardigheid, om naar uzelf te luisteren, afgeleerd zijt. Met zo´n vrijwilligers-ervaring probeer ik daar stillekes aan terug achter te komen.”

We behandelen de halve wereld en en passant de zin van het leven. Relaties, de rol van de vrouw in de geschiedenis, populaire televisieseries, hoe het is om als perfectionist door het leven te gaan, teensokken breien – er komt van alles voorbij. Ik merk dat ik steeds zeg: “Toen ik zo oud was als jij ….” of “Vroeger ….”

Ondertussen gaat het plakken door, en zo is het heel ontspannen om zo een gesprek te voeren dan dat je stijfjes tegenover elkaar zit.

Gister is ze op de fiets naar Alqueidão geweest, naar de supermarkt: “Zoals da ging in dieje winkel daar, die stonden daar met elkaar te klappen, en de hele rij maar wachten. Da zou in België nie waar zijn, mensen zouden daar gewoon nie meer gaan.”

Het is niet moeilijk om te bedenken hoe dat in Nederland zou gaan: “Ongeveer iedereen zou hardop mopperen over of er geen kassa bij kan, en dat dit toch te gek voor woorden is.”

“Nee, da zoude in België nie meemaken, de mensen zullen eerder niks zeggen. Maar ze gaan daar nie meer gaan, die man kan zijn winkel wel sluiten.”

Een Belg heeft goede manieren geleerd, er wordt niet zomaar alles gezegd wat je denkt. Maar als er een grens bereikt is, is hij ook bereikt, en dan is het over. De man van de winkel kan het wel vergeten, zonder dat er ooit 1 woord aan vuil gemaakt wordt. De schaduwzijde van beleefdheid en goede manieren.

Daar komt ze binnen om het plan te trekken voor het werk van vandaag. Eerst schoonmaken, eerst de klamboe afmaken of eerst plakken?

“Ik ga liever eerst kuisen.” ze veegt over de bovenkant van de tegels ” Amai, mijn handen gaan volledig vuil zijn en ik heb nog niks gedaan. De vodden liggen in da kot? Ok, da’s goe. ´K vlieg eriiiiiiiiiin!”

En ze verdwijnt met gestrekte arm met gebalde vuist, als supervrouw op weg naar een missie. “Ne plantrekker”

Het mooiste dat ik hieraan overhou, zijn niet alleen de goeie herinneringen en een paar mooie uitdrukkingen, maar ook de muziek van Bart Peeters. De naam kwam me wel bekend voor, maar na een enthousiast betoog: “Ge moe daar echt is naar luistere, das supergoe! Ik denk da heel België fan van hem is – allez, dan toch een groot deel.”

´k Zal u zeggen, als u aan het ontbijt zo’n liedje hoort als “Lepeltjesgewijs” en die stralende muzikanten hoort spelen en met veel goesting hun liedje ziet zingen, dat u dan zeker een goede dag tegemoet gaat!

Salu! Tot subiet!