Kapotte wasmachine

Er gaat weleens wat kapot.

Dit is een understatement. Een eufemisme. Er gaat namelijk altijd van alles kapot. In een normaal huishouden trekt een lompe puber weleens een knop van de deur. Er gaat weleens een bal door een ruit. De boiler houdt er weleens mee op. Vader glijdt uit over de douchemat en trekt het medicijnkastje mee. De boormachine doet het alleen nog als je eerst er even mee schudt.

Enfin, je snapt het principe.

Hier in de Termas is het nog een graadje erger dan in een normaal huishouden. Om te beginnen hebben we 9 huishoudens. En er komen natuurlijk van allerlei mensen over de vloer, die allemaal hun eigen pragmatische intelligentie hebben om dingen voor elkaar te krijgen.

Hou het simpel

Sommigen hebben zelfs al moeite met simpele dingen als het opendoen van de gordijnen. Ik heb tenminste weleens een kromme rails in een kamer aangetroffen, met het gordijn er half af. Niks geen pubers of kinderen, er had een keurig middelbaar stel in de kamer gezeten.

Dat is eigenlijk wel knap, als je dat voor elkaar krijgt. Een rails is best sterk – het lukte mij in elk geval niet om ‘m zomaar weer recht te buigen. En die oogjes aan het eind krijg ik er nooit zonder gebruik van een schroevendraaiertje af. Eigenlijk wel een prestatie dus. Niet een waar ik blij mee ben, maar dat is een tweede.

Als je het aan mij vraagt

Nu is het volgens mij ook zo, dat dingen ook een eigen intelligentie en karakter hebben. Het éne ding of apparaat is een stuk beter en houdt het een stuk langer uit dan het andere. Er zijn van die maandagochtend-exemplaren, die van het begin af aan het niet lekker willen doen. Wat het dan ook is dat ze moeten doen – ze zijn gewoon lui, werkschuw, slap of ronduit gemeen. En er zijn ook hele trouwe dingen, die doorgaan totdat ze écht niet meer kunnen.

Wasmachine kapot

Verleden week ging een van de wasmachines stuk. Die wasmachine stond er al zolang ik me het kon herinneren. Een trouw exemplaar. Onmisbaar ook. Zijn collega is ook ok, maar die doet dubbel zo lang over hetzelfde programma. De kapotte is mijn favoriete.

In de winter is dat nou niet zo’n paniekpunt, maar er moet wel wat gebeuren. Als er geen haast bij is, kan dat een tijdje duren. Er is nog een andere, we kunnen dus wassen – ik heb tijd genoeg om erover na te denken.

Dat gaat zo:

1. Hoelang is-ie hier al? (geen idee meer)

2. Waar heb ik ‘m gekocht? (geen idee meer)

Als die basisvragen beantwoord kunnen worden, kan ik terug naar de winkel met de bon als garantiebewijs, en dan zoeken ze het maar uit. Niet het geval. Jammer.

Volgende stap in de procedure.

3. Zou-ie nog gemaakt kunnen worden? (geen idee)

4. Zo ja, wie kan dat doen? (geen idee)

Na dit punt ga ik eens rondkijken, rondvragen, diep nadenken. Ik heb ‘m opengeschroefd om eens te kijken, maar een wasmachine is van binnen erg ingewikkeld en ik heb geen idee hoe alles zou moeten zitten en zijn. Dat betekent dat ik écht iemand moet zien te vinden die dat wel kan.

Onmisbare mannetjes

Nu wordt er in Portugal nog steeds veel gerepareerd. Het is wel minder geworden en de “mannetjes” worden schaarser, maar ze zijn er nog steeds. Zeker met wasmachines is het de moeite waard.

Ik vond een mannetje. Gelukkig! Hij hoort bij een kleine zelfstandige die electrodomésticos verkoopt – een van de overlevers.

Kijk, daar staat-ie weer te stralen. Voor 85 euro kan-ie weer jaren mee. Het is een lieverd, deze. Ik zou niet graag zonder ‘m doen, al was het alleen al vanwege zijn mooie trouwe karakter.

Goed. Weer wat om af te vinken. Volgende!