Familie bedrijven

Volgens een blog op de ING site doen familiebedrijven het goed. Dat is heel fijn om te lezen.

Wij zijn namelijk een familiebedrijf. Dat wil zeggen: wij zijn als familie hierheen verhuisd, en hebben een bedrijf opgericht. Dat is nu 16 jaar geleden, en delen van het bedrijf zijn een stuk groter geworden.

Letterlijk.

We hebben inmiddels ook een filiaal in Nederland

Dat betekent dat de oudste zoon naar Nederland is gegaan om aan de Erasmus te studeren. Van daaruit stuurt hij met enige regelmaat lange mails met goede adviezen en dito ideeën, want zijn economische inzichten groeien met de dag.

klein begonnen ...

Niet zo gek, wij kunnen er hier ons voordeel mee doen als moederbedrijf (neem de laatste term maar letterlijk). Er worden zeker een aantal van zijn adviezen opgevolgd.

Korte lijnen

Een verklaring voor het vlotte handelen van familiebedrijven heeft te maken met de korte lijnen daar. Beursgenoteerde ondernemingen hebben doorgaans een grote hoeveelheid parafen nodig voordat een beslissing is goedgekeurd. Familiebedrijven zijn een stuk sneller omdat de directeur vaak mede-eigenaar van de onderneming is.

De jongste zoon is de korte lijn die in het moederbedrijf gebleven is. Hij werkt hier aan zijn toekomst, en ook mee in onze onderneming.

Het werkoverleg is inderdaad meestal erg kort. De werkzaamheden liggen meestal voor de hand – als er gasten komen, zal de kamer schoongemaakt moeten worden; als een kraan het niet doet, zal hij gerepareerd of vervangen moeten worden; als de ezels staan te balken, willen ze graag naar hun dagverblijf om daar lekker te grazen.

Als we iets gaan verbeteren, renoveren, verbouwen of anderszins aanpassen, en het gaat gepaard met timmeren, cementen, stuccen, met electriciteit of computers, dan wil de jongste nog weleens een goed idee hebben. En daar luister ik dan ook naar.

Het mooie ervan is, vind ik, dat je gaandeweg merkt dat ze betrokken zijn

Nadenken over hoe dingen zouden moeten gebeuren. Ze zijn erin opgegroeid, ze weten van de hoed en de rand, en ze willen dat het goed blijft gaan.

Goedgevulde strijdkas

Allereerst beschikken veel familiebedrijven dankzij hun conservatieve dividendbeleid over een goed gevulde strijdkas. De winst wordt in veel gevallen teruggepompt in de onderneming. Uit eerder ING-onderzoek blijkt dat zelfs een derde van de ondervraagde familiebedrijven de winst volledig in het bedrijf investeert.

Deze laatste zin gaat voor ons helemaal op. Alles wat er verdiend is de afgelopen jaren, is teruggevloeid in het bedrijf. Waarschijnlijk omdat dat bedrijf je leven is.

Letterlijk.

Wij zijn niet alleen een familiebedrijf, maar we wonen ook nog eens in ons werk!

Prettig, want weinig reistijd. Soms minder prettig, want nooit vrij. Maar allez, alle vormen van bestaan hebben een schaduwzijde, en dit is dan de onze.

Schaalvergroting

Ten slotte speelt schaalvergroting een rol. Veel familiebedrijven moeten tegenwoordig ook in de nichemarkten concurreren met de grotere jongens. Dus moeten ze groeien om te overleven. Het is eten of gegeten worden. Een strategie gericht op groei ligt dan ook voor de hand.

Voor ons zijn er grenzen aan de groei. We bieden een vriendelijk, gezellig, persoonlijk verblijf – vrijheid, originaliteit, creativiteit, ruimte en rust staan hoog in ons vaandel.

Met dat pakket kun je geen bussen vol mensen ontvangen. Geen massatoerisme.

Geen punt.

We prefereren kwaliteit boven kwantiteit.

We streven niet om ten onder te gaan aan het Peter principle.

Termas da Azenha is al een dorpje, veel groter kunnen we niet groeien. Maar we kunnen wel steeds beter worden in wat we al goed doen: heel gastvrij gasten ontvangen.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

... en inmiddels aardig gegroeid ....

De schuingedrukte stukken zijn overgenomen uit het blog op de ING site, geschreven door Katinka Jongkind. Dank voor deze input, Katinka, het was een inspiratief stukje.