Een Roos in de Albert Heijn

Albert mag in z’n handjes knijpen dat-ie d’r heeft.

Ik ben in elk geval blij, dat ze dit jaar er weer is. Ik zou inmiddels niet eens meer weten, hoe een zomer zonder Roos eruit ziet.

De eerste keer dat ik haar ooit zag

stond ze een beetje rillend onder het afdakje van de receptie. Hier in de Termas. Het was juli, en ze hadden met de hele familie twee weken Casa Palmeira geboekt.

Het regende toen ze aankwamen.

In juli.

Hoe kan het? Het regent ongeveer nooit in juli.

Ze stonden op een rijtje met afhangende schouders naast elkaar, onder het krappe afdakje, een beetje te balen omdat het regende. Ze kwamen vast uit een nederlandse zomer – dat weet ik niet meer hoor, het is al 10 jaar geleden. Je verwacht prachtig mooi weer, een fijne ontvangst, van die dingen, en dan sta je in de regen te wachten tot er eens een keer iemand komt.

Mooi begin

maar vanaf dat moment werd het beter en beter.

Ik kom net uit de keuken gehold om even een broodje mee te nemen, omdat ik dit blog écht, heus, zeker, vandáág af moet schrijven, anders zit ik straks weer om 2 uur zaterdagnacht het op te laden. Ik kreeg net op mijn kop van Roos omdat ik mijn mes haastig in de aanrecht gooide.

“Niet met messen gooien, Ellen!! Je breekt je eigen regels!”

Zo kunnen de verhoudingen veranderen in een luttele tien jaar. Van een jongensachtig meissie met een bril en een beugel, die steeds naar me toekwam om een praatje te maken en helemaal niet verlegen was, naar een grote blonde vrouw, nog steeds met bril maar zonder beugel, waarmee ik enorm kan geiten.

Hoe beschrijf je “dat het klikt?”

Haar moeder was in eerste instantie een beetje bezorgd dat ze me lastig zou vallen – dat heb je nou eenmaal als moeder, en dat herken ik heel erg. Maar er was geen sprake van lastig vallen, want de situatie was vanaf het begin af aan heel makkelijk.

(Dit is nu niet echt een flatteuze foto van mij, maar Roos staat er leuk op.)

Als het kind Roos een praatje kwam maken, en ik moest bijvoorbeeld even mijn concentratie erbij houden om boekingen te doen of zoiets, dan zei ik gewoon: “O, help, daar heb je Roos weer, neenee, dat kan niet, ik kan het niet aan! Scheer je weg!” En dan scheerde ze gewoon weg.

Geen punt.

Dan kwam ik haar weer ergens anders tegen, en dan kwam het praatje alsnog

Ze kwamen jaren achter elkaar, de familie Zwart, maar toen ging de oudste het huis uit, en de middelste, en toen waren de familievakanties even een beetje afgelopen. Dan ga je weer eens andere dingen doen.

In het jaar van de laatste familievakantie was er een ommekeer. Ik had een lastige vrijwilligster, die stiekem de baas wou spelen over de jongere vrijwilligers. Toen ik dat in de gaten kreeg, hadden we een gesprek met een foute afloop. Tenminste …. voor haar. Eén van de weinige keren dat ik een vrijwilliger gevraagd heb om eerder te vertrekken dan afgesproken.

Het was voor iedereen een opluchting, maar ik zat wel een beetje met een gat. Ook weer geen punt. Roos was inmiddels 17 en toch al van plan om het jaar daarop als vrijwilliger te komen. Dan zou ze nu een dag of 10 langer blijven en alvast oefenen.

Er was een belgisch meisje, Nathalie, met eenzelfde gevoel voor humor

Een heel belangrijk ingredient voor een vrijwilliger. En een engelse, die weliswaar onze taalgrappen niet kon volgen, maar toch zeker ook een heel warme en prettige duit in het zakje deed.

Na een gesprek met haar ouders en een omboeking van het vliegticket trok ze in haar eigen vrijwilligerskamer boven in het badhuis. En de volgende ochtend kreeg ze te maken met mij als slavendrijver.

Blijkbaar beviel dat goed, want het is nu alweer het 3e jaar dat ze als vrijwilliger onze zomer komt opleuken.

Ik zeg al:

Albert heeft mazzel dat-ie ‘r heeft

Zolang als het duurt, want het is een tussenstop om na te denken over wat je als een Roos met het Leven wilt.

Ik denk stiekem: vast de gezelligste kassa van alle Albert Heijns van het hele land.

Ga maar kijken in Egmond-aan-Zee. Je hebt nu nog de kans.