Dikke mik op Festival Forte

Thick. Ik begrijp wel waarom de engelsen dat zo noemen.

Zeker als ik uit het raam kijk en hun gloednieuwe mercedes zie staan.

 

Dat doet het ergste vermoeden

“O boy” verzucht ik, “een te dikke ouwe man in een te dikke nieuwe auto.”

Ik weet nu precies wat ik bedoel – dat staat voor: een enorm risico op draderige vragen, onbegrip, het nog eens moeten uitleggen, en met een beetje pech kijken ze dan naar je alsof je een slecht dichtgeknoopte vuilniszak bent.

Het kost je alleen een boel tijd. Het levert niks op.

Er stappen ook weleens hele leuke mensen uit een nieuwe mercedes, begrijp me niet verkeerd! Maar vaker is het volk zoals dit. Mensen met teveel geld voor hun verbeeldingskracht.

En ik wou nu juist even gauw dit appartement afmaken voor de lunch. Mijn maag knort, maar ze moet wachten. Eerst dit. Maar nee. Eerst maar dat, want anders

luiden ze de bel

en moet ik toch naar beneden.

(Bij de ingang van het badhuis hangt een ouderwetse bel. Mensen die vaker komen, om iets te drinken bijvoorbeeld, kennen het systeem. Als je iets wilt, bel je even. Er staat een aankondiging bij hoe het werkt. Je ziet niemand. Je luidt de bel. Er komt iemand. Simpel.)

Ik hoorde al een auto stoppen, en aangezien het niet druk is, en ik op mijn vorige rondje dorp gemerkt heb dat alle gasten lekker aan het koken of aan het lunchen zijn, moeten het wel bezoekers zijn.

De mevrouw loopt in haar fladderige fleurige alles-verbergende jurk verdwaasd in het badhuis rond. Ze begrijpt het niet, dat kan een kind zien. De grijze meneer banjert er maar een beetje achteraan, wat moet hij hier, wat is dit voor een rare bende? Maar ach, zij wou het, en dan gebeurt het nu eenmaal.

De mevrouw vraagt natuurlijk direct hoe het werkt, want ze waren niemand tegengekomen, en alles staat wagenwijd open. Ja, dat kan hier. Ik vermoed dat je op vakantie kunt gaan en alles open kan laten, maar dat heb ik nog nooit geprobeerd.

Ik ga niet op vakantie

“Waar zijn de thermen dan?” vraagt ze, alsof ik op een afstandbediening moet drukken en daar verschijnt ineens het blauw-betegelde, van een fontein voorziene luxe zwembad met daaromheen de privé cabines met professioneel glimlachende masseuses ervoor.

Inwendig zucht ik. Ik dwing mezelf tot een amerikaanse glimlach en wat geduld en zeg: “Kijk, hier, dit is het oude badhuis. Het is oud, het is nog precies zoals het 100 jaar geleden was toen het gebouwd werd.”

“Mas como funciona? – Hoe werkt het dan?”

Ik draai mijn normale riedeltje af. Het functioneert als badhuis, je kunt een bad nemen, maar het is niet een officiele thermen. Er is geen dokter, er zijn geen behandelschema’s.

Dat was vroeger zo, maar nu niet meer.

Het water doet nog steeds z’n werk

Het geneest huidziekten, en het wordt elk jaar geanalyseerd.

Het is prachtig water, maar het gebouw eromheen is een beetje verouderd. Het is meer een museum, eigenlijk. De prijzen zijn ook ouderwets: een 30º bad (goed voor de huid) kost 2,50€, een warm bad (goed voor je botten) 3,50€.

“En moet je dan gewoon een bad nemen?”

Eh, ja. Je neemt een bad – um banho de imersão. Een dompelbad, zo zou je het kunnen vertalen.

Ze valt bijna achterover van verbazing, dat je in een thermen gewoon zomaar een bad zou kunnen nemen. Je ziet boven haar hoofd plaatjes verschijnen van jacuzzi’s, baden met van die spuitdingen in de zijkant, roestvrijstalen fonteinen waar je als Bo Derek onder kan staan, moderne tegels in een ruimte met een lichtplan.

Zo van dat je niet weet of je in Zuid-Africa bent, of in Dubai of Parijs

Allemaal dingen die wij niet hebben. Wij hebben mozaiek in het badhuis, baden in de grond gemetseld, water dat gewoon altijd doorstroomt en een gepolijste betonnen vloer. En het is tamelijk duister, lekker als de zon altijd schijnt. Een weldaad voor je ogen.

Het begint te dagen bij de grijze meneer. We staan inmiddels in het halletje, en hij pakt toch maar een visitekaartje mee. Ik heb al zoveel uitgelegd, ik ga nu echt niet meer zeggen dat we zo’n leuke promotie hebben vanaf 1 september: 2 personen, 2 nachten, met ontbijt voor 60 euro.

Dat gaan ze toch nooit doen. Haar jurk zou zich niet thuis voelen.

Punt is – vind ik het erg?

Gauw maar door met het appartement. Die vier jongens die erin komen ken ik. Ze komen al jaren zo aan het eind van augustus. Hele aardige jongens. Ze gaan naar het Festival Forte in Montemor-o-Velho.

Geen idéé wat voor auto ze hebben.