Ik vertrek van A tot Z

A/ EMIGRATIE ENTHOUSIASME

Ach, ik zie mezelf nog staan dansen op de muziek van Fausto Bordalo Diaz, in mijn Rotterdamse huiskamer met babietje Fausto op de arm. Lisboa had een magische klank, de muziek ook, vertelde van een andere wereld, waar alles beter, mooier, kleuriger, zonniger, warmer, prettiger, ruimer, liever, aardiger was dan in het grijze Rotterdam.

De namen alleen al, wat een verschil in klank …. liesjboowaa …. het zingt in je oren naast het afgebeten rotrrdam. Hmm. Toch is het de stad waar ik geboren ben en altijd heb gewoond, de stad die ik als mijn broekzak ken, en heb zien veranderen in de loop der jaren. Die broekzak heeft een gat, de broek is versleten, mijn kinderen gaan niet opgroeien in de plaats van mijn voorvaderen.

Maar voorlopig is het nog niet zover, emigreren is niet iets dat je zomaar doet, het kost enige voorbereiding. Zeker als je twee jonge kinderen hebt. Het heeft nog 6 jaar geduurd voordat de 17 meter lange vrachtwagen voor de deur stond, en alle buren meehielpen om ons hele hebben en houwen erin te sjouwen.

Tweede babietje Broes hing inmiddels in zijn comfortabele zak op mijn rug en regisseerde de inpakkerij

248 dozen vol met dingen-die-je-denkt-nodig-te-hebben, kratten vol met boeken (waaronder de cursus Portugees), waarom hebben we in vredesnaam onze ouwe bank meegenomen, dat schemerlampje, dat schilderij, alle brieven, dagboeken, dossiers, tijdschriften, herinneringen?

 

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Achteraf denk ik dat het diende als vruchtbare pootaarde, om het overplanten makkelijker te maken. Zo’n ouwe cactus als ik kun je niet zomaar uit haar geboortegrond rukken en pardoes ergens anders neerzetten, en die kwetsbare speenplantjes natuurlijk al helemaal niet.

Aan de andere kant van de lijn waren er helemaal geen buren om mee te helpen om al die dingen en dozen weer eruit te slepen

De chauffeur, een vriendelijke Portugees, hielp mee, heel lief van hem, maar het kan ook heel goed zijn dat hij gewoon ‘s nachts in zijn eigen bed wilde slapen …. het heeft ongeveer een hele dag gekost om die ouwe bank, schemerlamp, brieven et cetera er weer uit te sjouwen, met als toetje 97 kratten met boeken en al die 248 dozen.

Ik had ze keurig genummerd met grote rode cijfers, maar de lijst was inmiddels kwijt geraakt, dus het heeft nog jaren grote verrassingen opgeleverd. Gevleugelde uitdrukking in die dagen, als iemand iets zocht of kwijt was: “Kijk effen in doos 43”.

Hoe vaak ik die dozen niet in handen heb gehad, ingepakt, uitgepakt, geprobeerd om enigszins orde aan te brengen door er weer eens op te schrijven wat erin zat …. na 14 jaar staan er nog steeds twee in de adega. Ik loop er al jaren langs, geen belangstelling meer voor wat erin zit, maar toch gooi ik ze niet weg.

Waarschijnlijk zijn er al generaties muizen in grootgebracht, maar ze zijn op magische wijze verbonden met het verleden

Het verleden, dat steeds schimmiger wordt, steeds grijzer, versleten herinneringen, net als die broek ooit.

Net zo schimmig als de herinnering aan die (schattige) babietjes, die inmiddels bijna 2 meter lange jongemannen zijn, die vloeiend Portugees spreken en bijzonder creatief Nederlands schrijven. Zoveel jaar Portugal, hoe het was en hoe het is.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z_het-huis

.

B/ SCHOT IN DE ROOS!

Al die dozen stonden er de volgende dag nog steeds. Gestald in het huisje, dat later de naam “Africa” zou gaan dragen, maar dat nu de naam “huisje” nog amper waardig was. Een vieze ouwe kookschoorsteen, verzakt en gescheurd, een gang met vlekken en deuken, paddestoelen naast de voordeur, houtwurm in de vloer en twee hele ramen – van de 15.

We trokken in het pand erboven

Het enige huis met én een heel dak, én veel hele ramen, én een voordeur met een slot. In de badkamer een bad en een werkende w.c.

Dat wil zeggen: een éénrichtingsverkeer w.c., want het ging wel naar beneden maar niet naar boven. Dat water moesten we zelf met emmers uit het badhuis halen. Drie trappen op. Geeft niks, wij waren dolgelukkig. De jongens hun eigen kamer, mét een heel raam, wij een eigen kamer, een keukenachtige ruitme, een badkamerachtige ruimte – wat wil een mens nog meer?

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

De oudste komt aanhollen: “Kom ´s kijken! Er zitten kogelgaten in de serreramen!!”

We schenken er niet al te veel aandacht aan, want F. weet al vanaf jongsaf aan over wapens en oorlogstuig. Het is hem aangeboren – in elk geval hebben wij het hem niet geleerd. Hij is vanuit zijn standpunt bekeken in het verkeerde gezin geboren, want wij zijn pacifisten.

Een verhaaltje voorlezen over een optocht-met-de-fanfare wordt bij hem een opsomming van wapentuig; de trombone is een kalashnikov, de trom een handgranaat, de praalwagen een tank. Dus die kogelgaten …. “Jaja, vast wel …. kogelgaten, zeker!”

Ieder zijn ding, het zit blijkbaar in dat kind, hij moet maar wapenexpert worden later

Conservator in het Mariniersmuseum, zoiets. We zijn er inmiddels aan gewend dat je met je vingers, en elke tak en elk stokje kunt schieten – ´t was even wennen, wij kwamen daar niet op. En met twéé jongens schiet het niet op. Of schiet het wel op, het is maar hoe je het ziet. Ze hebben elk 10 vingers, dus ze raken nooit uitgeschoten.

Daar komt de jongste ook: “Mam! Pap! Er zitten kogelgaten in de ramen!!” “Jawel, jongens, natuurlijk …. kogelga …. hè???!” Verdomd, er zitten een paar ronde gaatjes in diverse ramen. Hè?! Dat was gister toch nog niet?

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

We hebben niet hier geslapen, onze bedden waren nog ingepakt, en de rest ook. Zit nog allemaal in die dozen. Met vooruitziende blik hadden we al een overnachting elders geregeld, maar vandaag gaat het écht beginnen! We gaan onze bedden uitgraven uit die stapel, en de rest van wat een mens zo elke dag nodig heeft. Maar het zijn verdomd net kogelgaten …. hoe kan dát nu?

De buurman weet het. De buurman is de jongste zoon van de vorige eigenaar, en bij de koop inbegrepen

Tenminste, zolang hij nog geen ander onderdak heeft. Bij de onderhandelingen hebben we gehoor gegeven aan de vraag of hij hier voorlopig nog kan blijven wonen. Welja, wij zijn de beroerdste niet, en trouwens: plek zat, tenslotte is het een heel dorpje, 6 gebouwen en een badhuis, hij zit voorlopig niet in de weg. En zo bleef João Orlindo in zijn huisje wonen, pal onder ons huis.

Hij vertelt wat er gebeurd is vannacht, toen wij moe en voldaan elders lagen te slapen. Het is wel jammer dat Portugezen zo snel en vloeiend portugees spreken; in die tijd hadden we iets meer moeite om het allemaal te verstaan.

We begrepen wel, dat er midden in de nacht mannen met geweren langs geweest waren, niet zo gek in een streek waar ongeveer iedereen jaagt, maar dat ze op João Orlindo hadden geschoten (nou ja, er ruim boven, maar toch) was wel heel ongewoon. Dat gedoe met die vrachtwagen en al die dozen en dingen was niet onopgemerkt gebleven, blijkbaar.

João zat er niet zo mee, hij had teruggeschoten

Hij woonde hier al een tijdje alleen, hij was wel wat gewend. Vroeger heeft hij ook gejaagd, daar heeft hij het geweer nog van. Hij bleef er tamelijk laconiek onder.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Misschien heeft dat invloed gehad, want waar ik anders erg paniekerig van zou worden (schietende mannen!! in het holst van de nacht!! in je eigen huis!!) was het nu een spannend wild-west verhaal. Het leek een soort van lief schieten, schattig en boeverig, beetje Swiebertje op het slechte pad – ik voelde me totaal niet bedreigd. Gek.

Die gaten hebben er nog maanden gezeten, als een soort trofee. De jongens hadden het in elk geval gelijk goed naar hun zin – in een land waar geschoten wordt, zit je goed!

.

C/ HET SCHOOLTJE

De 13e waren we dan echt verhuisd.

De scholen zouden binnenkort beginnen, we wisten wel dat het wat later was dan in Nederland. Maar we hadden niet zo’n haast ….. we zaten zo lekker daar boven in ons huis, in ons adelaarsnest, in de serre, met dat geweldige uitzicht over de velden en heuvels.

En het was zulk lekker weer!

De jongste zoon toerde rond op zijn fietsje, de oudste had druiven geplukt om te persen, en aan het eind van de middag maakten we er met z’n allen een rotzooitje van op het balkon. Iedereen zat onder de druivenpulp, en we hadden het uitstekend naar onze zin.

Wie wil er dan op zoek naar een school?

Na een week moesten we wel, ons geweten begon te knagen. Het geweten van vader en mij dan, de zoons hadden nergens last van. We togen naar het schooltje vlakbij. Vijfhonderd meter lopen en even tegen het heuveltje opklimmen.

Het zijn heel herkenbare gebouwtjes, hoewel er nu maar weinig meer van zijn. Een hal en aan weerszijden, of in dit gevalletje, aan de linkerkant, een lokaal met een oude kale houten vloer en van die typische kleine ruitjes in de ramen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Er stond een houtkachel in de hoek, de kinderen, 6 in totaal, zaten in een vierkant en de ronde juf stond in het midden.

Ze werd heel zenuwachtig van ons, het was duidelijk dat ze geen idee had wat ze met die rare buitenlanders moest

Een jochie met een eigenwijze blik in z’n ogen, een ander bedeesder jongetje met heel blond haar, een reus van een vader met een grote baard en een stuiterige dunne moeder met haar tot op haar kont. Que povo isso? Wat is dit voor volk?

In ons gebrekkige portugees legden we uit wat de bedoeling was. De ronde juf werd nog nerveuzer en had al snel een oplossing gevonden: we moesten helemaal niet hier zijn, we moesten natuurlijk naar Vinha da Rainha, een dorp verderop.

Terwijl zij zich verheugde over deze narrow escape, togen wij naar Vinha da Rainha, waar zich de scene herhaalde, maar nu met twee klassen met kinderen en twee juffen.

Het was alles dubbel – de juffen waren twee keer zo nerveus en wisten ook maar ‘n oplossen: wij hoorden niet in Vinha da Rainha, maar in Pedrogão. Logisch, kinderen moeten zo dicht mogelijk bij hun huis naar school.

Zo. Daar waren zij weer mooi vanaf. Daar stonden we, buiten op de stoep

De jongens wisten De Oplossing: “We gaan gewoon niet naar school, mam, we kunnen thuis toch al onze boeken lezen? We hebben er honderden …. ”

Helaas, jongens, zo werkt het hier ook niet, hoor. Dan krijgen we uiteindelijk last met de schoolinspectie, al kan dat hier misschien wel jaren duren …. maar voor vandaag hebben wel weer voldoende zenuwachtige juffen gezien, morgen verder! Amanhã …

(Wij hebben ons vanaf het begin uitstekend aangepast.)

De volgende dag lukte het inderdaad om ze op het schooltje vlakbij geplaatst te krijgen. We kregen een speciale regeling van professora Ana Paula, zoals het ronde jufje bleek te heten.

Als ze over haar nervositeit heen was, was ze heel aardig en een beste juf voor de kleintjes

De jongste zoon leerde van haar lezen en schrijven, maar twéé buitenlanders vond ze teveel, zeker in combinatie met het lesgeven aan de 6 anderen.

En vermoedelijk vond ze oudste zoon iets te eigenwijs uit zijn ogen kijken. En zo kwamen we overeen dat ik de oudste zoon zou begeleiden in de eerste maanden. Vanaf de volgende dag gingen we dus met zijn drieën naar school.

Misschien heb ik daar nog wel het meest geleerd van ons drieën; Ana Paula praatte elke pauze vol en ik moest eerst de teksten uit het lesboek begrijpen voor ik dat aan oudste zoon kon uitleggen.

Het duurde niet lang, of dat was andersom, dat wil zeggen: oudste zoon legde al snel aan mij de dingen uit – de conversatieles tijdens de pauze ging gewoon als eenrichtingsverkeer door.

Een hulde aan professora Ana Paula is wel op zijn plaats, ze heeft enorm geduld en doorzettingsvermogen getoond in dat eerst jaar met die drie eigenwijze hollanders in de klas!

Ik-vertrek-van-A-tot-Z
.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.
.

D/ JOÃO ORLINDO

Hij had het hele dorpje voor zichzelf alleen, João Orlindo, maar hij woonde in het huis aan het uiterste eind. Ooit had zijn vader de halve vallei bezeten – de velden, de fabriek, de thermen – en het was een groot succes geweest.

Het was een rijke familie, zeker als je kijkt naar hoe de gemiddelde Portugees leefde in de jaren zestig en zeventig. Veel mensen uit het aanpalende dorp waren in dienst geweest van Henrique Foja, die alles helemaal onder controle had. Alles liep op rolletjes, behalve zijn persoonlijke leven. Zijn vrouw en zijn zes kinderen waren naar Coimbra getrokken en hadden hem alleen achtergelaten, met zijn velden en zijn fabriek en zijn Termas.

Wij kregen niet direct het hele verhaal te horen natuurlijk, het kwam met kleine stukjes en beetjes

En bovendien ging het daar niet om, het ging erom om alles naar behoren te regelen met de verkoop, en daar kwamen zo nu en dan wat van die persoonlijke details bij kijken. Carlos, de oudste, was al jong overleden. Die hoefde dus al niet meer te tekenen.

De rest was het eens, gelukkig, hoewel een oude vlam van João Orlindo dwars lag. Nu was ze een ex, en had dus eigenlijk geen recht van spreken, maar Orlindo had haar een document gegeven (toen hij nog razend verliefd was) waardoor zij recht had op een deel van zijn deel van de erfenis.

Ze moest dus ook tekenen, en het heeft nog zeker een paar maanden geduurd voordat ze aan de druk van de familie toegaf. Ongetwijfeld hebben ze allemaal op haar ingepraat, want ze wilden er allemaal graag vanaf, van de Termas. De oude Henrique was al bijna twintig jaar dood, en ze hadden een eigen leven opgebouwd – de meesten waren al volop middelbaar. Ze voelden er niets voor om hun comfortabele leventje op te geven om deze ruines nieuw leven in te blazen.

João Orlindo was de enige die nog hier woonde

Hij had ooit geprobeerd om de Termas te revitaliseren, maar het was hem niet gelukt. Hij was, net als zn vader, een klein mager mannetje, heel aardig en een beetje ziekelijk. De familie had onderhandeld dat hij zou mogen blijven wonen totdat hij iets anders geschikts gevonden had.

Dat vonden wij prima, plek zat. Tenslotte hadden we 8 huizen tot onze beschikking, hoewel het pand waar hij woonde het enige was met een niet lekkend dak en een voordeur die dicht kon.

Wij trokken dus in het huis boven hem, en hij heeft ongetwijfeld flink kunnen meegenieten van ons luidruchtige gezinsleven

Twee jonge jongens, een forse vader, een temperamentvolle moeder en een houten vloer, dat wil wel. Wij van onze kant konden meegenieten van zijn merkwaardige gewoontes – hij parkeerde zijn oude Renaultje achteruit tegen de heuvel op, zodat hij ondanks zijn kapotte startmotor toch elke dag naar het café kon. Bij het café parkeerde hij achteruit tegen een andere heuvel op, en zo rolde hij dag in, dag uit heen en weer.

Op een mooie avond zagen we hem ladderzat terug komen – hij liep zingend zijn eigen huis voorbij, vloog bijna uit de bocht, probeerde een verkeerde deur, strompelde uiteindelijk zijn trappetje op en vervolgens zagen we hem een paar dagen niet meer.

Hij kreeg elke dag een warme lunch van de Associação, die met een busje langskwamen, bestuurd door gezette vrouwen met dichtgeknoopte ruitjesschorten aan

Soms benijdden we hem, lekker makkelijk zo, niet hoeven koken, niet hoeven afwassen …. Later ontdekten we, dat hij elke dag de restjes gewoon uit zijn keukenraam schoof. Dat was na zijn overlijden, drie maanden later. Tegen Kerstmis was hij plotseling overleden, hij was al heel lang ziek, volgens zijn oudste zwager César. En elke dag een hoeveelheid rode wijn zal daarbij niet veel geholpen hebben, dachten wij.

Weer een cultuurschok, die begrafenis

Waar je in Nederland ongeveer een week bewaard blijft, om iedereen de gelegenheid te geven van alles te organiseren en vrij te nemen voor de plechtigheid, was het hier: de éne dag dood, de andere dag in de grond.

En iedereen was er, de volgende dag. Het kerkje zat propvol, het hele plein eromheen ook. Iedereen was keurig aangekleed, nergens een blauw ruitjesschort of werkbroek te bekennen.

João Orlindo was dan ook lid geweest van de belangrijkste familie van de streek, dus iedereen kende hem. Heel veel mensen waren vroeger in dienst geweest bij zijn vader Henrique – als schoonmaker, waterstoker, lakenwasser, kok, ober, onderhoudsmonteur, rijstplukker, slotengraver – noem het maar op.

Hij werd tijdens deze chaotische bijeenkomst naar het kerkhof bij Vinha da Rainha gedragen en daar werd zijn kist bijgezet in het familiehuis. Deurtje dicht, klaar. Iedereen mocht weer naar huis.

De volgende dag kwam oudste zus Manuela met haar huishoudster

Het hele huisje werd leeggehaald, en ik ontdekte dat doordat ik ineens een grote zwarte rookwolk langs de serreramen zag trekken. Wat??! Brand?!

Vlak voor zijn buitendeur, onder onze serreramen, lag een enorme stapel troep. Alles ging op de brandstapel, kleren, de wc-bril, het afwasteiltje, eten, de matras – het gaf soms een mooi effect met groene en blauwe vlammen, maar ´t gaf ook een boel heftig-zwarte rook en goed voor het milieu was het ook al niet.

Toen ze weg waren, ging ik eens kijken, en ontdekte zelfs oude foto´s tussen het halfverbrande afval. Op een ervan kon je nog nét João Orlindo zien, als kind hier voor de deur, trots op het voorspatbord van een traction avant.

Eén van de eerste auto´s in deze streek waarschijnlijk, en wat zag het huis er mooi wit en goed onderhouden uit! Zo zou het weer worden, besloot ik, en nam de foto mee naar boven om hem te bewaren.

Als eerbetoon aan een nauwelijks gekende dode Portugees, als aandenken aan een mooi verleden.

E/ DE ONTZETTING VAN DE ACHTERTUIN

Dromerig.

Dat is het woord dat het het beste omschrijft. De eerste maanden in de Termas ervoer ik als dromerig. Vooral in de serre, in de zon, met de kerkklok die het Avé Maria speelde op de achtergrond en de spelende kindergeluiden in de verte, was alles zo anders.

Alsof je droomt. De lucht was dikker, het rook naar sinaasappel en eucalyptus. Heerlijk

Er waren velden vol bloemen. Overal. En niet alleen madeliefjes, nee, statige aronskelken en knalrooie hibiscus, oranje, rode en gele canas, pioenrozen, camelias, spaanse margrieten en nog een boel kleurige zangeressen-zonder-naam.

Prachtig.

Alsof je droomt.

Maar als ik op het balkonnetje achter de keuken m’n handen wou spoelen in de afwas-emmer, dan moest ik steeds de oprukkende bramen wegknippen

De buitentrap naar beneden was volkomen overwoekerd met allerlei engerds. Hier geen mooie bloemen of niks, alleen scherpe stekels aan dikke takken.

We vermoedden een achtertuin onder al dat dreigende groen.

En verderop een boomgaard. Er staken nog een paar toppen van sinaasappelbomen boven de bramen uit: “Help! Redt ons! We stikken hier!

Aan de andere kant kon je nog het topje van een oude muur zien. Dat was de ossenstal geweest, was ons verteld, en daarnaast het varkenshok, kippenhok, konijnenhok. Niets meer van te zien.

Bramen zijn in de plantenwereld de ergste terroristen die er zijn.

Ze willen de hele wereld voor zichzelf.

We woonden er een maand, en er zouden oude vrienden van Wim op bezoek komen

Met hun twee zonen, die net iets te oud waren voor onze twee zonen. 6 of 12 is een wereld van verschil. Ik was nogal zenuwachtig vanwege die logées. We zaten er nu niet bepaald luxueus bij, niet eens comfortabel. Geen stromend water in huis, met een emmertje de w.c. doorspoelen. Dat emmertje moest je verderop in het badhuis gaan halen, daar hadden we water volop.

1500 liter per uur stroomde er door de baden. Dat had de oude Foja zo geregeld, hij had een buis in het onderaardse meer laten steken, en zo stroomde het altijd maar door. Nu nog.

Wel decadent trouwens, om met puur mineraalwater je w.c. door te spoelen. Dat dan weer wel

Geen electriciteit ook. We verlichtten met kaarsen en olielampen voor naar het badhuis om daar in het bad te gaan. Je wassen met 30º water kan heel goed. Het was begin oktober, nog steeds heel lekker weer en warm. Maar o, wat zouden ze ervan vinden?

Ik kende hen nog niet, had ze nooit ontmoet.

Natuurlijk was het helemaal goed. Ze vonden het geweldig, wat een avontuur! Sowieso waren die eerste jaren eigenlijk de leukste. Kolonistje spelen is super, daar wil iedereen wel aan meedoen. Ze waren gelijk op hun gemak, en ik was gerustgesteld. De volgende dag togen we met z’n allen richting achtertrap om daar ons een weg naar beneden te gaan hakken.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Veel verstand had niemand daarvan. De jongens, hoe oud ook, amuseerden zich geweldig en hakten erop los met alles dat ze konden vinden. Wij knipten, trokken, vloekten ons naar beneden. Aan het eind van de eerste dag kon je de hele trap af, en zelfs al tot de appelboom die daar onderaan stond te lijden.

De hele week was aan bramenvernietiging gewijd

B. liep met bloedende armen rond: “Als ze dit op kantoor zien, vallen ze flauw!” Wij plaagden hem: “Oi, Tarzan, kijk uit dat je je niet verrekt, je hebt nog nooit iets zwaarders dan je vulpen opgepakt!” We kregen lik op stuk, want dat gold voor ons net zo hard.

Stadse bleekneusjes in de jungle – we genoten.

De bramen vonden het een stuk minder. Probeerden terug te vechten, vandaar de bloedende schrammen bij iedereen. Ze probeerden je pootje te haken, vielen plotseling op je hoofd en bleven in je haar vastzitten, werkten samen om ons zoveel mogelijk schade toe te brengen.

Het was een verloren zaak, dat voelden ze ook.

Wij waren vastbesloten om aan het eind van de week een borrel te drinken in onze nieuw-veroverde achtertuin.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wij wonnen het.

Het was een triomf.

Een mijlpaal.

Het was een primitief gevecht geweest, en ’t was welletjes geweest ook.

De boomgaard en de patio zijn heel prozaisch door een grote machine van bramen ontdaan. ’t Was zo gebeurd. In een paar uurtjes lag er een geweldige hoop dooie bramen naast de sloot.

Stukken minder triomfantelijk dan die week hakken met z’n allen.

Soms is primitief zo geweldig…

.

 

 

F/ BURROCRACIA

Lang leve de bureaucratie! Portugezen noemen het burrocracia, en als je dan weet, dat burro ezel betekent, dan lijkt me de woordspeling wel duidelijk.

De tendens van dit stuk ligt inmiddels wel direct te grabbel.

Ambtenaren, liefhebbers, mensen die eraan verdienen, mensen die regelmatig zeggen: ”Maar we kunnen toch niet zonder regels?!” – ga effen iets anders doen, alsjeblieft, want je gaat niets in dit stukje lezen dat je gaat bevallen.

Ezel-regel-geving. Waarom bestaat het?

Wij hebben er 7 jaar over gedaan om alle vergunningen rond te krijgen. Nu was “rekken-en-erbij-blijven” een enkele keer ook in ons eigen belang, maar de meeste verloren tijd is op conto van de gemeente Soure te schrijven.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Zij hebben zeer zorgvuldig steeds alle wetboeken doorzocht om nog eventuele regeltjes te vinden die van toepassing waren, want mochten ze iets overslaan, dan zou dat Hun Verantwoordelijkheid zijn. Oeps!

Er zijn een paar begrippen waar Portugezen en masse allergisch voor zijn

Efficiency is er een van, verantwoordelijkheid ook. Het is wellicht een erfenis van de dictatuur, toen het echt niet leuk was om verantwoordelijkheid te hebben, tenzij het macht was. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Dat is al wel lang geleden. 44 jaar (*) geleden vond de Anjerrevolutie plaats, maar de geest wordt doorgegeven van vader op zoon, van moeder op dochter. Tijdens de dictatuur was het al een statement als je zonder stropdas naar je werk ging (als bankklerk), dus dan kun je wel nagaan wat er kon gebeuren als je iets ergens deed dan dat.

Responsibilidade is een beladen woord, en als je het iemand hoort gebruiken, is het meestal niet erg positief. Het is altijd iets om te ontwijken, onderuit te duiken, niet te zien, af te schuiven, weg van te wezen … help! verantwoordelijkheid!

Onontkoombaar volgt de vraag: van wie? En: wat nu?

En toen kregen we de europese regelgeving er ook nog ‘s bij

Als een timmerman het zou uitleggen: het was 6 meter portugese bureaucratie plus 5 meter europese, maakt 11 meter totaal aan uitgestrekte, uitgebreide, uitgeplozen, uitgemaakte Regels.

En het is blijkbaar ook zo, dat als je een onderneming wilt beginnen, de gezaghebbende instanties je automatisch zien als een idioot, die er vooral op uit is om de boel te belazeren.

Dit is nogal een boude uitspraak, dat realiseer ik me, maar ik kan niet tot een andere conclusie komen als je ziet aan wat voor regels je moet voldoen, en waar die ambtenaren allemaal aan gedacht hebben – tot aan de maat van het doucheputje aan toe!

(En als je een gehandicaptendouche hebt, is het weer een andere maat. Huh?)

Het heeft geleid tot belachelijke situaties. Lekker iets drinken in een cafeetje, heel gezellig, totdat je van al die biertjes eens naar het toilet moest en er amper in kwam omdat er per se een bidet moest staan.

Ineens stond heel Portugal vol met bidets. Het heeft waarschijnlijk een aantal kleine ondernemers de kop gekost omdat ze dat niet konden betalen, en nu is het allemaal weer over. Je vindt geen regel meer over die bidets. Ik zal er wel te simpel voor zijn, maar: huh?

Op een mooie dag vind je een brief op de mat waarin je gedreigd wordt met gruwelijke boetes en/of sluiting als je niet onmiddellijk al je toiletten van een bidet voorziet, heb je dat gedaan, van je (heel vervelende) neef moeten lenen, boel gedoe gehad, die stomme bouwers snapten het niet helemaal, en dan is er Niets Meer Over Te Vinden. Nergens!

Daar zit je dan met je mooie bidet.

En zo gaat het eigenlijk continue. Vooral op het gebied van de Hotelaria zitten eigengereide, ambitieuze, energieke ambtenaren blijkbaar, want het ene systeem volgt het andere op

Nauwelijks hebben ze het ene categoriseringssysteem ingevoerd, of er is alweer een andere. Als ondernemer word je dan ook nog geacht om dat te weten, want o wee als je badkamer, w.c., keuken niet aan de regels voldoet!

Je kunt zomaar ineens inspectie krijgen van de ASAE.

Bij de naam alleen al worden de meeste ondernemers in Portugal een beetje blauw in het gelaat en krijgen spontane ademhalingsmoeilijkheden.

Collega’s verhalen over de ASAE, die sadistisch lachend het ene foutje na het andere vinden, en daar geweldige boetes voor uitdelen.

Sappige voorbeelden?

Na een grondige inspectie van zijn hotel hadden de inspecteurs niets bijzonders gevonden. Alle diepvrieslijsten, schoonmaakschema’s, keukenbenodigdheden, werknemersafspraken en doucheputjesmaten klopten. Van opluchting nodigde de goede man de inspecteurs uit om in de adega uit zijn hoogstpersoonlijke vriezer een hoogstpersoonlijk porco preto te savoureren, met een goed glas eigengestookte aguardente erbij uiteraard.

Na deze aangename maaltijd dacht hij dat het wel goed zat, totdat hij de brief kreeg waarin hij beboet werd wegens een illegale vriezer, een illegaal zwart varken en een illegale stokerij

Guesthouse P. had een verkeerde versie van het klachtenboek. Het verschil? Hun versie had een gele kaft, die het zou moeten zijn had een rode kaft. Voor de rest alles hetzelfde. En niet een onbelangrijk detail: hun klachtenboek was al jaren onbeschreven gebleven.

Maar de inspecteurs vonden dit toch wel een boete van 1.500€ waard.

Een camping in Ferreira had last van een paar inspecteurs, die echt pret hadden in het vinden van foutjes. Een toiletpapierhouder niet op de goede hoogte, geen hek om het zwembad (het zwembad is nauwelijks groter dan zo’n plastic kinderbadje en je zou echt moeite moeten doen om daarin te verdrinken), geen lichtgevende bordjes om de uitgangen aan te geven (in een open, betegeld gebouwtje vol met uitgangen), geen Niet Rokenbordje in de receptie en dergelijke belangrijke zaken meer.

De hoogte van de boetes staan niet in verhouding tot de “misdaad”

Inmiddels heb ik geen idee meer tot welke categorie wij behoren. Mijn ex-partner is indertijd wel 6 keer naar Lissabon gereisd om te weten te komen onder welk hoofdstuk wij dan vielen.

Toen waren we nog niet zo door de wol geverfd, dus de ene keer was de betreffende ambtenaar er niet (stom! altijd eerst vantevoren bellen om de afspraak te bevestigen!).

De volgende keer wist een andere ambtenaar niet waar het eigenlijk over ging (stom! altijd eerst vantevoren bellen om te weten wie erover gaat!).

De keer daarna moest het dossier er nog bijgehaald worden (stom! altijd eerst even bellen om te zeggen dat ze het dossier erbij moeten halen!) en had weer een andere ambtenaar wederom geen idee waar het eigenlijk over ging (stom! altijd eerst even bellen om de afspraak te bevestigen, wie het behandelt en of die de stukken kent!), dan weer een ambtenaar die ineens het licht zag en riep: “Maar er loopt een weg! Dan is het geen Rural Aparthotel! (stom! altijd eerst even bellen om de afspraak te bevestigen, wie het behandelt en of die de stukken kent en of er nu werkelijk een reden is om te komen praten!) ad infinitum.

Wij zijn begonnen als Aparthotel, en ik geloof dat we nu Alojamento Rural zijn. Ik meen dat de wetgeving er nu op neer komt, dat je zelf maar moet bepalen wat je doet. Je vult  je doucheputjesmaten, hoeveel bidets en gehandicaptenvoorzieningen in op een lijst en dat bepaalt wat voor type je bent.

Wel een gelukkie dat die vergunningen voor altijd zijn. Die liggen dus in de kluis, dat snap je!

De categorie staat er niet eens op, maar wel het stempel en de handtekening van de Câmara Municipal de Soure.

Dat hebben we dan toch maar mooi binnen.

Soms beginnen mensen weleens over subsidie voor bijvoorbeeld de verbouwing van het badhuis.

Ik denk niet dat mijn zenuwen dat nog aankunnen, zeg ik dan, nog weer minstens 7 jaar van formulieren invullen, van het kastje naar de muur, zwammen over niks, veel geld betalen voor veel dubieuze rapporten over thermiek, accoustiek, dynamiek, dialectiek, hectiek.

Dank u. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

(*) Dit is in 2014 geschreven en in 2018 opnieuw bewerkt voor de 2e druk

.

G/ VAN HET KASTJE NAAR DE MUUR

Zonder electriciteit geen leven, laten we nou eerlijk zijn, nietwaar? We hebben de afgelopen twee dagen lopen tobben met een van de drie aansluitingen die we hier op het dorp hebben, en dat was best afzien.

Het begon eergisterochtend. ´s Ochtends vroeg opstaan, sloffend naar de badkamer: hee! geen licht, geen water. Hm ….

´s Kijken wat er aan de hand is

Gelukkig kun je koffie zetten met het laatste restje water uit de leiding, gas en oploskoffie, want anders wordt het leven gelijk al heel moeilijk. Eerst maar ´s effen een bakkie.

En dan: wat is hier aan de hand?

De pomp doet alles afslaan, alle groepen tegelijkertijd. Huh?

Heen en weer naar de kast

De noodpomp, op hetzelfde stopcontact, doet hetzelfde. Hè?! Heen en weer naar de kast.

Die zit op een dikke 50 meter loopafstand. Twee keer heen en weer is dus al bijna een kwart kilometer.

Ok, dus dat betekent een verlengsnoer. Zelfde afstand naar de werkplaats om een verlengsnoer te halen, maar dan natuurlijk de andere kant op.

De pompstekker in het verlengsnoer en in een stopcontact van het cafeetje, dat zit op een andere groep. Zelfde effect, alles slaat uit. Wat?

Heen en weer naar de kast

Goed, dan doen we de stekker in een stopcontact aan de andere kant van het badhuis, dat is ook een andere groep. En weer sta ik in het donker. O ja, dat was ik nog vergeten te vermelden, het is 6 uur, begin oktober, dus zo vroeg is het nog donker. Sta je met een zaklampje te klooien ook nog een keer.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Goed, goed, het wordt een gewoonte, heen en weer naar de kast

Maar nu loop ik wel met een dikke frons, want hoe kán dit nu?

Voor de leken onder jullie: grootverbruikers als een waterpomp en een boiler gaan normaliter op een eigen groep. Voor als er iets met ze gebeurt, dan blijft de rest gewoon draaien. Die dingen gaan op electriciteit en water, dus ja, dat er eens een keer iets gebeurt, zit er dik in.

En voor de volslagen onschuldigen onder jullie: electriciteit en water willen niet samen. Met het water gebeurt over het algemeen niets, maar de electriciteit wil er niet van aan blijven, van water. En trouwens, water hoort niet zomaar overal wild te stromen, in een geordend huishouden, water hoort in een pijp. Of in een pomp. Of in een boiler.

Weer terug probeer ik het nog maar eens een keer in de keuken, ook weer een andere groep

Maar nee hoor, hupla, ga maar weer met je lampje heen en weer naar de kast. Sodeju! (een beleefde versie van wat ik werkelijk heb uitgeroepen).

Uiteindelijk ben ik het zat, knoop alle verlengsnoeren die er zo gauw te vinden zijn aan elkaar, en plug de zaak in een andere aansluiting. Die zit in de werkplaats, dus dat is een eindje draad, maar het lukt. Nu hebben we in elk geval water. Hèhè.

Nog maar effen een bakkie ….

Tijdens mijn uitgestelde ontbijt moet ik denken aan toen we hier net waren

Toen hadden we helemaal geen electriciteit, nergens. En de EDP (het portugese electriciteitsbedrijf) was toen nog helemáál erg bureaucratisch, dus voordat je een aansluiting geregeld hebt, in je kromme school-portugees, ben je even verder. In ons geval duurde dat een half jaar.

We hebben wel erg goeie herinneringen aan dat halve jaar – het was erg gezellig met al die kaarsjes overal, en er waren toch altijd vrienden over de vloer, dus je had altijd wel wat te kletsen. En het was nog het pre-internettijdperk, dus we hadden niet direct het gevoel dat we een arm misten.

Koken kun je op gas, en stromend water hadden we volop in het badhuis. 1500 liter per uur zuiver mineraalwater stroomde er door de baden in die tijd. Even een emmertje eronder, en hup, je kunt wassen en plassen wat je maar wilt.

Nadeel was alleen, dat we niet in het badhuis woonden, maar in het Casa Principal een stukje verderop. Twee emmertjes water halen ….

Nadeel was ook, dat ik met drie mannen woonde (twee zoons en een man) dus je kunt wel raden wie er altijd met die emmertjes water liep te slepen. Ik heb er een fantastische conditie aan overgehouden; ik kan het iedere sportieveling aanraden – met twee volle emmers drie trappen op, drie keer daags, en je wordt heel gezond 100!

De was deed ik natuurlijk in het badhuis. Baden en water zat, geen punt

Ik had van passerende portugezen geleerd, dat je de afvoer makkelijk kunt dichtstoppen met een paar sokken of zoiets, dus dat werkte wel. Wij wasten ons ook in het badhuis, in badhokje nummer 12. Gingen we met een olielampje met z´n vieren in onze badjasjes door het donker (we spreken september, oktober), en moesten we eerst de rivierkreeftjes uit het bad jagen voordat we er zelf in konden. Die kwamen door de afvoer gekropen om lekker warm te komen douchen, die hadden ook in de gaten dat het water warmer was dan in de sloot.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik vond ze erg vertederend, zo klein als ze waren, waren ze heel dapper

Als ze ons in de gaten kregen, en ze konden niet zo snel weg, gingen ze op hun staart staan met hun scharen wijd open en gespreid. Als ze een meter groter waren geweest, had dat héél goed gewerkt, dan waren we zeker weten als de donder weggeweest! Maar ja, hoe groot zijn ze helemaal, en bovendien: vaak vielen ze achterover omdat ze hun pootjes te wijd gespreid hadden, en dan was het hele bedreigende effect weg.

Ik heb ze nooit gegeten, ook al zei iedereen dat ze erg lekker zijn met knoflookmayonaise. Ik ben dol op knoflookmayonaise, maar je eet je huisdieren toch niet op?

Gelukkie dat we dat dertig-graden-water hadden, toen. Anders was het waarschijnlijk een stuk minder gezellig geweest, zonder electriek

Net zo ongezellig als de afgelopen twee dagen, want de euforie van het zomaar-op-een-knop-drukken-en-de-w.c.-spoelt-door is alweer lang vergeten. Inmiddels zijn wij net zoals iedereen: volkomen afhankelijk van electriciteit.

Maar ik kon het vooral niet hebben, dat ik het niet begreep.

De koelkast leek te gaan meedoen, en de boiler, en in de middag waren de essentieelste dingen allemaal aan het verlengsnoer geplugt.

En wij maar de hele tijd heen en weer naar die kast

Het allerergste was, dat het kantoor ook op deze aansluiting zit, dus mijn ups (joepie-ès – de batterij die electriciteitsuitval opvangt, zodat je computer niet direct van de wap is) was schor van het piepen. En steeds als ik dacht dat het opgelost zou zijn, piepte hij nog steeds.

Gelukkig dat de electricien erbij was gekomen, maar ongelukkig genoeg kwamen zij er ook niet achter.

Gistermiddag was ik erg van de wap, overal hingen draden los, alle meubels stonden van de muur, en (schaamteloos!) alle verborgen stofvlokken kwamen bloot te liggen.

´s Avonds kon ik ouderwets bij het licht van een kaarsje de mail bekijken. De computer kon aan, maar de rest nog niet, dan ging de hele boel weer “em baixo”.

Pas de volgende dag in de middag kwam ik erachter wat het was.

De electricien zou terugkomen de volgende ochtend, maar kwam natuurlijk pas in de middag.

Je kunt in zo´n ochtend best een leuk aantal keren heen en weer naar de kast ….. maar nee, hoor, niks

Ik gaf het op, ging het bed opmaken in Kamer Twee, en toen ik er weer uit kwam, lag er opeens een plas water voor de deur. Huh? Regen kan het niet zijn, waar komt dit ineens vandaan??

Omhoog kijkend zag ik het: de ganglamp hing op half zeven, zijn glas zat driekwart vol, en het drupte gezellig door de blootgekomen boorgaatjes en langs de muur.

Ha! Daar is de boosdoener!

Binnen een uurtje was alles opgelost. En nu kan ik dus fijn dit stukje schrijven, met overal weer volop electriciteit, en geen gepiep. Hèhè!

.

H/ HANDOOEKEN VOOR DE TJECHEN

Hee, de handdoeken zijn er niet.

Ik heb zo´n routine, als gasten zijn uitgecheckt – zakje uit het bakje, effen kijken of er nog rommel ligt, dat erbij, zakje dicht. Koelkast uit, TV stekker eruit, alle lichten uit – check. Bed afhalen, laken op de grond uitgespreid, alles erop dat je er een mooie draagzak van kan maken, handdoeken erbij ….. maar het rek is leeg, en het haakje ook.

Jeez, wat is dit nu?

Zo´n aardig jong stel, in een spiksplinternieuwe Audi, moeten die nu een paar handdoeken meenemen?

Bizar.

Het gebeurt zelden, dit is denk ik de tweede keer in 18 jaar. Je hoort mij dus ook niet klagen.

Dat Portugezen iets jatten is niet zo gebruikelijk. Trouwens, alle andere nationaliteiten die hier te gast zijn geweest, pikken ook niets. Eerder vergeten ze dingen – camera, laptop, tablet, telefoon, kamerjasje, en tientallen onderbroeken, sokken en opladers.

Die handdoeken komen nog uit de tijd dat ik hier het dorp vol met Tjechen had

Ze kwamen eerst kijken en praten, de big boss en zijn team. De big boss was werkelijk erg big, en zijn team was ook niet mager, en ik vreesde al dat de bedden niet stevig genoeg zouden zijn als ze allemaal zo waren.

Gelukkig waren de motorrijders magere jongens, een soort jockeys, die zich heel bescheiden opstelden, zeker in vergelijking met het bestuur.

Blijkbaar beviel alles goed, want het groene licht kwam snel, de hele motorclub zou komen. Er was een internationale motorcross wedstrijd in Figueira da Foz, de halve wereld kwam deze kant op.

De onderhandelingen behelsden alle behuizing, de zaal van het badhuis en de keuken

Hun kok zou meekomen, want de motorrijders (lees: het bestuur) moesten natuurlijk goed te eten krijgen! Het leek een top overeenkomst, en dat was het ook, de grappigste twee weken in de Termasgeschiedenis.

We – de vrijwilligers en ik – begonnen met de schoonmaak en het neerzetten van alle extra bedden die we in huis hadden. Hebben we genoeg borden, glazen, lakens, handdoeken …. oeps, daar mogen er wel een paar bij!

Ik had geluk, bij de supermarkt hadden ze handdoeken in de aanbieding

En goeie dikke ook – wellicht was het de kleur, die niet zo goed verkocht – ze waren helgroen, wat ik een prachtige kleur vind. Ik kocht een hele stapel, want er kwam een mannetje of 40. En een handdoek is nooit weg, nietwaar?

De vrachtwagen reed voor, zeker zo´n 15 meter lang, en het eerste wat eruit geladen werd, waren een paar grote vaten bier.

De big boss en zijn team richtten zich in, en sloegen het eerste vat aan. Dat was ´s ochtends rond een uur of tien, en wij gingen meemaken dat dat elke dag zo gebeurde. Ontbijt: bier met eieren met spek, lunch: bier met worst, diner: bier met vlees, en tussendoor nog het één en ander om het weg te spoelen, en ´s avonds wat sterkers om de spijsvertering goed op gang te houden.

Ik begreep het postuur van het gemiddelde bestuurslid wat beter na die eerste dag

Wij hadden ons ondertussen in het cafeetje genesteld, van waar we tijdens de pauzes een mooi uitzicht op de Tjechische “werkzaamheden” hadden. Er kwam natuurlijk niet alleen maar drank en eten uit die vrachtwagen, ook flink wat fel-gekleurde crossmotoren, die allemaal in het badhuis gestald werden.

De tafels werden aan elkaar geschoven, en zo werd het een geconcretiseerde natte droom – alles bij elkaar: tafels, koelkasten, bier, motoren, wat wil een man nog meer.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

De “jockeys” waren gedurende de dag bezig, weg, hun parcoursen aan het rijden. Je merkte amper dat ze er waren. Het bestuur was ook bezig, op hun manier, om de standen bij te houden, peptalk voor te bereiden en om de voorraden op te krijgen.

Op mijn vraag, of we elke dag de kamers zouden doen, reageerden ze met afschuw: “Neenee, helemaal niet nodig, 14 dagen lang niet, dankjewel!” Zo te horen en te zien waren ze erg blij om onder de plak van moeder-de-vrouw uit te zijn.

De kok was wel de hele dag aan het werk, samen met zijn assistent. De tweede dag had de laatste de Verkleedkamer ontdekt, en was daar niet meer weg te slaan. Probeerde het één na het ander, en mijn vrijwilligers deden graag mee

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Na een paar dagen was het doodnormaal om die enorme man in een glanzend-witte trouwjurk in de keuken te zien staan

De trouwjurk was zijn favoriet, die kon ik daarna weggooien – de hele rij knoopjes op de rug was uitgescheurd. Er is alles uit deze trouwjurk gehaald wat erin zat! Hij heeft ongeveer alles in de Verkleedkamer aangehad, en dat is een impressionante prestatie. Elke pruik, hoed, jurk of boa heeft hij geprobeerd, elke dag kwam hij weer in een nieuwe creatie naar beneden.

Ik-vertrek-van-A-tot_Z

´s Avonds was het natuurlijk zuipen. Of er moest een nederlaag verwerkt worden, of er moest een overwinning gevierd. Alle flessen gemeen-gekleurde limonade die er uit de vrachtwagen gekomen waren, bleven zo goed als onaangeroerd, alleen de motorrijders vergrepen zich daaraan – de rest gaf de voorkeur aan even gemeen-gekleurde flessen Hele Sterke Drank.

Alleen aan de lucht had je al genoeg om in een redelijke staat te komen. Eén van de vrijwilligers, Amerikaanse Adam, werd zo raar van die drankjes, dat hij de volgende dag verdween en na 24 uur nog steeds dronken terug kwam.

Er werden aardige grappen verteld en vooral uitgehaald.

Deze doos is dagenlang populair geweest, maar wat nou precies de grap ervan was, is mij nooit helemaal duidelijk geworden.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik heb op een avond ook een van die drankjes geprobeerd, groen, dezelfde kleur als de handdoeken. Het was gruwelijk vies, en erg sterk. Niet zo gek, dat je daar gek van wordt! Die flessen zijn allemaal leeg gegaan, de flessen limonade heb ik na een paar maanden in de container gegooid.

En de groene handdoeken zijn er nog steeds …. dragers van goeie herinneringen!

.

I/ DE LIJNDIENST ROTTERDAM – AZENHA

Daar kwamen ze de bocht om, met de volgeladen Volvo. Mijn oudste zwager Henk achter zijn stuur, mijn enige broer Korstiaan ernaast, met iets wat op een strijkplank leek bijna in zijn nek.

We schrijven lente 2001, en zij zijn de voorhoede van wat een invasie van familie, vrienden en het hele netwerk zou blijken te zijn gedurende de “Gouden Zomer”. Zo heb ik het in retrospectief genoemd, lijkt me duidelijk dat het leuk was.

Daar heeft de Lijndienst Rotterdam – Azenha zeker aan bijgedragen

We hadden niks. Ja, een boel stadse spullen die we hadden meegenomen in de meterslange vrachtwagen. Ons hele huis was daarin geschept, met als toetje de wegversperring die een grappige buurman als verrassing als laatste erin had gepropt. Ik heb nog jaren plezier gehad van dat hek met de gele borden “doorgaand rijverkeer gestremd”. Vooral het afgezaagde deel “gestremd” heeft het lang uitgehouden.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Verder wisten we nog niet waar we heen moesten om de dingen aan te schaffen die er nodig waren om ons in deze landschappelijke omgeving staande te houden.

Ons huis was soort van ingericht, we konden baden in het badhuis, water zat, maar het lullige gereedschapskistje leek niet helemaal adequaat.

We konden de achtertrap niet af omdat de bramen tot bovenaan groeiden

De blauwe regen had een ruitje ingeslagen van de serre en groeide uitbundig naar binnen. Een ander raam was volkomen doorgerot, dus een plankje en een paar schroeven om dat vast te zetten zou handig zijn.

Net als een tuinschaar en wat stopverf.

Een blik in het nuffige gereedschapskistje bevestigde het vermoeden dat we het daar niet zouden vinden.

Maar waar dan wel?

We vonden een plaatselijke timmerman, senhor Pedrosa. Een vriendelijke man met een grote snor en een stoffige werkplaats, die op onnavolgbare wijze zijn negotie runde.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Voor ons onnavolgbaar dan, want later leerden wij dat dit typisch portugees genoemd mag worden

Geen idee wanneer hij er was, hij had het altijd veel te druk, veel te veel te doen, en hij zei nooit nee. Daardoor moest je wel een week op je ruitje van 21 x 24 wachten, vijf keer langs gaan, en altijd blijven lachen.

Hij leverde er de stopverf gratis bij, dat dan weer wel. In een zuinig afgesneden bruin papiertje.

Contact houden met mijn grote familie was niet zo eenvoudig zonder electriciteit

Telefoneren was toen een diepte-investering. Portugal heeft sinds 2000 een paar quantum sprongen gemaakt. Ze hebben de vaste-telefoon aansluiting gewoon overgeslagen. Een vaste telefoon was een zeldzaamheid, iedereen liep allang met een telemovel toen dat in Nederland slechts nog een gespreksonderwerp was.

En het was ongelooflijk duur om te bellen, vast of mobiel

Er moet dus behalve telefonie ook sprake geweest zijn van telepathie, want de volgeladen Volvo zat nokkie-nokkie met Heel Handige Dingen.

En natuurlijk ook dingen waar een vers-emigrerende nederlander niet zonder kan (zeker de kinderen niet) – pindakaas, hagelslag, oude kaas, drop, speculaas.

En in de Volvo zat een plamuurmes! Kijk, zo kom je ergens.

Met man en macht schoven we de blauwe regen de serre uit en plamuurden we het ruitje erin. Een heel schattig broddelwerkje. Ons eerste.

Met een broodmes en een paar lashandschoenen kun je ook prima bramen snoeien, en zo hakten en zaagden wij ons verder ons nieuwe onderkomen in.

Zwager en broer hielpen dapper mee, maar moesten na een paar weken weer naar huis. Er moest gewoon gewerkt worden. Ze gingen met de belofte om weer terug te komen, en die belofte is absoluut ingelost.

Kors kocht een afgeschreven postbus. Zo´n grote rooie, die met pakjes rondgereden had. Een Mercedes

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Het jaar daarop overleed mijn moeder. Met 84 is dat niet zo´n groot drama, maar toch is het minder als je dan zover weg zit. Ik ging natuurlijk terug voor de begrafenis, maar kon niet meehelpen om het huis leeg te halen. Niet zo´n probleem met zo´n grote familie – ik ben de jongste van 8. Zat mensen om te sjouwen dus.

Of ik nog iets wilde hebben?

Welja, kom maar op. Prettig om een paar herinneringen aan ons moeder te hebben. We hebben voorlopig nog wat huizen in te richten ook.

En daar kwam-ie de bocht om, de volgeladen Rode Bus

Met Kors stralend achter zaijn stuur, en zwager Henk ernaast. Vol met kasten en kastjes, bijzettafeltjes, voetenbankjes, grote vazen, gebaksvorkjes en dat soort zaken meer.

Voor de eerste keer.

De eerste rit van de Lijndienst Rotterdam – Azenha – Rotterdam. Vol heen, leeg terug.

Er zouden nog vele keren volgen.

.

J/ ROZE COCKTAILPARTY

Klaar! Hèhè. Hard werken hier in Portugal. We hadden met man en macht gewerkt aan het tweede vakantiehuisje, en het was eindelijk af. Helemaal kaalgestript, alles gesloopt, afgebikt, uitgehakt, en daarna alles netjes geschuurd, geverfd, gebeitst en ingericht.

We hadden niet veel ervaring met verbouwen

We hadden weliswaar in een honderd jaar oud herenhuis gewoond, maar behalve de fundering was eigenlijk alles wel in orde. En wij konden prima leven met een beetje extra duwen tegen de kamerdeur, en de niet erg moderne keuken.

In de Termas vielen we met onze neus in de boter. Veel te leren, en veel te oefenen. Gelukkig dat er een paar ervaren bouwers bij het eerste clubje vrijwilligers waren. Die waterleidingen en dakgoten zitten er nu nog.

Gezellig hoor, verbouwen-met-z’n-allen. Een leuk clubje, alle leeftijden vertegenwoordigd – een stel jongeren, een vriendin van mij en wat oude vrienden van Wim. Wim is mijn ex, wij zijn het samen begonnen, met de twee zonen natuurlijk. Die hielpen ook dapper mee, als ze vrij van school waren.

Ik was gaan samenzweren met een paar van de jongeren

We zouden iets leuks gaan doen. En een barbecue erbij. Dat hadden we wel verdiend na al dat harde werk.

We zouden een cocktailparty organiseren. Dat idee was opgekomen, nadat ik op jacht was geweest in alle dozen die er nog steeds stonden. Ik had niet gevonden wat ik zocht, maar wel een kleurig boekje met recepten voor cocktails, en een boel kleding die ik waarschijnlijk hier nooit meer zou dragen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik dook in de dozen met al mijn stadse – en theater kleren, en daar kwam best wat bruikbaars uit. Douchen en verkleden allemaal! Het begint om half 8!

Iedereen begon geheimzinnig te doen, en zich in hoekjes te verkleden na een bezoek aan mijn dozen

We zetten een tafel in de Koepel, hingen een paar gordijnen op, en een toevallig tegengekomen schilderij, en maakten een mooie uitstalling van de aangeschafte flessen en het fruit. De ingrediënten voor van allerlei cocktails stonden in een kleurig boekje, dus waar wachten we nog op?

Proberen maar! Wim probeerde de barbecue aan te krijgen voor de eerste keer van z’n leven.

Het duurde nogal, dus wij vermaakten ons met muziekjes en probeersel-cocktailtjes. Het werd al snel erg gezellig. Niemand had veel ervaring met cocktails shaken, dus we probeerden maar wat aan de hand van het boekje. Het zag er erg leuk uit, en dronk ook lekker weg. Muziekje erbij, wie wil er dansen?

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

“echte” jongens dragen natuurlijk geen roze

Dansen of stoeien?

Alleen die barbecue, dat duurde maar… de broer van de kok droeg misschien iets teveel prettig gekleurde cocktails aan? Op een mooi moment was de kok zelfs verdwenen, en lag het vlees een beetje flauwtjes te sputteren boven een zielig bedje van minnetjes vonkende kooltjes.

Hij kwam in een vervaarlijke outfit weer tevoorschijn. Was ook eindelijk in de dozen gedoken, maar had zich daar wel wat moed voor in de kraag moeten drinken…

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wim Marley

Als toetje en als voorbereiding op de zomer twee recepten, een met en een zonder alcohol. Misschien een leuk idee voor een feestje? Saúde!

Coctail recepten

Strawberry Daiquiri

Wat heb je nodig?

* 30 ml Witte rum * Suikersiroop (1 el) * Limoensap (een halve limoen) * 5 Aardbeien * 1 glas crushed ice

Doe 5 aardbeien gesneden in stukjes in de blender. Pers hierover een halve limoen, voeg 1 barmaatje rum en 2 barlepels suikersiroop toe. Voeg nog niet de crushed ice toe. Doe dit als je als al de ingrediënten al vloeibaar hebt gemaakt in de blender. Als je hierna een vol glas crushed ice toevoegt blend je nog een keer. Nu merk je dat het een massa wordt. Dit is de gratiné. Als alle crushed ice is verpulverd giet je je cocktail uit in een stijlvol glas, bij voorkeur een margarita glas. Garneren met een aardbei of een limoenschijfje.

Strawberry Kiss Smoothie

Wat heb je nodig?

*  Aardbeien (6 stuks) * 75 ml Yoghurt  * squeezed limoen * crushed ice 

Deze smoothie maak je met verse aardbeien, yoghurt en wat limoen. Je gebruikt een blender. Snijd de aardbeitje in kleine stukjes, voeg yoghurt toe (2,5 barmaatjes per glas) en squeeze een partje limoen hierover uit. Om aan te zoeten kun je eventueel wat suikerwater nog toevoegen naar smaak. Voor je gaat blenden voeg je nog wat crushed ice toe. Na een minuutje goed blenden giet je je smoothie uit in een mooi glas gevuld met ijs. Garneren met aardbeitjes aan het glas.

.

K/ PICKNICK OP HET KERKHOF

Ik heb nog weleens een kookwedstrijd gewonnen.

En aangezien ik de kookgenen niet van thuis heb meegekregen, is kokkerellen voor mij een dingetje dat gepaard gaat met diepe concentratie en ademhalingsoefeningen. Liever gezegd: gepaard ging, want inmiddels heb ik een redelijk repertoire en dito routine opgebouwd.

Een bacalhau à bras, stoofvlees (specialité du chef), een vegetarische lasagna of een mousse chocolat gaat me tegenwoordig makkelijk af.

Er was een mannetje of 15 aanwezig – zoals altijd eigenlijk – en op een mooie avond onder het diner, kwam het gesprek op koken. In die tijd kookte mijn ex altijd, want hij deed dat het beste. Een mens moet zijn kwaliteiten benutten, nietwaar?

Om hem een beetje te ontzien – het valt tenslotte niet mee om elke dag voor zo´n 15 man te koken, ook al ben je nog zo’n liefhebber – bedacht ik spontaan een kookwedstrijd

Maar: wel met diverse eisen! Niet alleen het eten gold als criterium, maar ook: de locatie, de presentatie van het geheel, de gebruikte ingrediënten (goedkoop/duur, van het seizoen of niet) en hoe je de keuken achterlaat.

Het laatste criterium was ingegeven door ervaringen uit het verleden. Een dieptepunt was een gastkok die alles, maar dan ook alles aanwezig in de keuken vuil gemaakt had. Zijn eten was heerlijk, maar de afwas daarna was een ernstige anti-climax. Ik had het liefste de hele keuken in elkaar willen frommelen en in de vuilnisbak gooien.

Er waren zeven gegadigden. Zeven maaltijden dus

Met enige aarzeling had ik mezelf ook opgegeven. Doet u mij maar als laatste dan. Heb ik nog tijd voor mijn concentratie oefeningen. Het ene na het andere fantastisch lekkere maal kwam voorbij en mijn dag naderde.

Wat te doen??

Gelukkig dat er regelmatig goede ideeën naar beneden vallen

Het was eind oktober, en mijn beurt viel op de 31ste. Heksennacht, Allerzielen in Portugal. Ik wist dat er hele families naar het kerkhof gingen om hun geliefde doden te verwennen met bloemen en kaarslichtjes. Om voor hun zielenheil te bidden.

En dat er na zeven, acht uur zo goed als niemand meer was.

Ik besloot tot salades: tomaat/geitenkaas, groene-bonen-salade, paddestoelen-pastasalade, die dingen. Makkelijk te vervoeren. In het geniep begon ik met tuintafels en stoelen te sjouwen, en stopte die alvast in de auto. Zonder dat iemand het merkte, vulde ik een krat met borden en bestek, drank en glazen.

Alles stond klaar. Iedereen verbaasde zich erover dat ik zo relaxed was, want de salades stonden ook al klaar. “Moet je niet naar de keuken?”, wilde iedereen weten, maar nee: “Jongens, om half acht allemaal klaarstaan met een extra truitje. En verder zeg ik niks.”

We reden in colonne de heuvel op. Ik werd gevolgd door auto’s vol vraagtekens

Mijn jongens probeerden de hele tijd te raden waar we heen gingen, maar kwamen er niet op. Ze bedachten de spannendste dingen, maar alles wat ze bedachten was even onwaarschijnlijk.

Voor het kerkhof van Samuel ligt een groot plein met mooie oude bomen. Het ligt middenin de bossen, verlaten van alles en iedereen. Het kerkje is nooit open, vermoed ik, maar het kerkhof wel en was inderdaad versierd met bloemen en kaarslichtjes.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Het bleek ook nog eens volle maan te zijn.

Iedereen viel om van verbazing. Wij Nederlanders doen dit soort dingen niet (meer), dus het was een indrukwekkend schouwspel.

Een ommuurd stukje van de wereld, tussen hemel en aarde zeg maar, verlicht door duizenden kaarslichtjes en de volle maan, en overal bloemen

De hele groep was er stil van. Maar niet voor lang! Iemand had de stereo meegenomen en zette een discreet jazz muziekje op om mee te beginnen. De tafels en stoelen werden neergezet, neem een glaasje wijn erbij, en het feest begon. Nienke trad op als vuurdanser met haar poi. Die had ze uit Nieuw-Zeeland meegenomen, en was er al aardig bedreven in.

Broes mocht het ook eens proberen en bleek een natuurtalent.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Sara kreeg er blaren op haar handen van en ging maar dansen met haar vader. Frans betreurde het dat hij zijn sax niet meegenomen had.

Ok. Het was vanwege de locatie, en alle goden werkten mee.

Maar toch: ik heb ooit weleens een kookwedstrijd gewonnen!

.

L/ OP EEN KALE HEUVEL IS HET GOED TOEVEN

De heuvel was kaal.

In dit korte zinnetje zitten weken van hakken, zagen, uitgraven, afknippen en verbranden. Zagen, hakken, touwen, scharen, zelfs broodmessen en griptangen gingen mee de heuvel op. Mijn jongens hebben er een levenslange fascinatie met zwitserse zakmessen en machetes aan overgehouden.

Schrammen, pleisters, blaren, vieze T-shirts en kapotte handschoenen. Grappen, verhalen, gehijg en gesteun, troostende woorden, ongeduldige uitroepen, hartgrondige vloeken.

De eerste daadwerkelijke kennismaking met Portugese ethiek, het in-en-in-slechte karakter van bramenstruiken en een diep gevoel van kameraadschap.

Allemaal in vier woorden: de heuvel was kaal.

Toen we kwamen, was veel overwoekerd door braamstruiken. Bramen houden van leegstaande huizen en terreinen. Ze houden van verwaarlozing en leegstand. Zij zijn de voorhoede, daarna komen de brandnetels, distels, van allerlei klein onkruid en speciaal in deze omgeving de rietstruiken, gevolgd door wat elitairder volk als bijvoorbeeld klimop en blauwe regen.

Die laatste slingert zich meestal per ongeluk ergens naar binnen, in tegenstelling tot de bramen, die ik ervan verdenk dat ze op de loer liggen om elke kans te grijpen die ze tegenkomen.

Naar volk is het, bramen. Ik eet ze niet meer.

De heuvel was een groot braambos, met hier en daar een verstikte olijfboom. Olijven zijn gelukkig erg geduldig en lijdzaam, en overleven zodoende een boel.

Er was een leuke groep aanwezig, vrienden, vrijwilligers, aanwaaiers – dus het plan was al snel geboren.

De ingehuurde mannen-met-tractoren met mysterieuze aanhangsels deden de rest. Wat overbleef, was een enorme hoop gerooide braamstruiken op het 3e terras. En je kon het uitzicht weer zien.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Die hoop werd een episch kampvuur, dat iedereen aanwezig zich vast nog tot z’n dood toe zal herinneren

Ik snap helemaal, dat God een braambos uitzocht om hier en daar met effect zijn boodschap te brengen. Bramen branden geweldig, en altijd. Zijn ze dood, levend, nat, op een hele luchtige hoop gegooid – maakt niet uit. Altijd een super effect.

Ik heb er geen foto’s van, helaas. Het was nog in het tijdperk van de rolletjes. Een andere tijd. Niemand had een slimme telefoon om te pas en te onpas alles vast te leggen.

Er kwam niet alleen mooie bruine rulle aarde onder vandaan, ook iets wat op een rotsige ingang leek. Een grot?

Je kon het alleen van de weg af zien, en het was nog wel een geklauter om erbij te komen. De meesten zagen van de eer af, maar Jela en ik gingen op pad.

Na een half uur kwamen we eindelijk bij ons doel aan. Inderdaad, een grot!

Oi, spannend! Ik stelde me voor, dat we in de holle heuvel terecht zouden komen, met een prachtige zaal met stalactieten en dito mieten, waar het water in een stil diep meer sprookjesachtig zou liggen te murmelen.

We lieten ons voorzichtig in het gat zakken. Jela is wat gelijkmoediger van aard dan ik, dus zij ging eerst. Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken – ooooo, waar zijn we aan begonnen!?

Ooooo, waar ben ik aan begonnen?

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Het was een nauw gangetje, en werd al nauwer en nauwer. Tot het punt dat wij veel te dik waren om er nog door te kunnen. We waren 10 meter gevorderd.

Niks geen zalen met dromerige meertjes van mineraalwater. Niks geen gedruipsteen.

Te dik.

Jeetje.

Ik moet wat meer verbranden…

.

M/ DE KLAAGZANG VAN DE GOUDPLEVIER

Op 10 januari 2005 ging Wim terug naar Nederland. Dat was een moeilijke beslissing geweest, maar het kon niet langer zo. We botsten de hele tijd, en er was eigenlijk weinig anders meer. Een kruideniershuwelijk was niet voor ons weggelegd, blijkbaar.

Een kruideniershuwelijk is zo genoemd naar mijn oom Gerrit en tante Jo, die een kruidenierswinkel hadden, en dus vanaf het moment van hun trouwen tot aan hun dood alles en alles samen deden.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Vader en zoons

Daar moet je geschikt voor zijn. Wij waren dat niet. 2004 was een – ja, mag ik het zeggen? – k..jaar geweest, met weinig ruzie, maar veel spanningen en veel onenigheid. De kinderen voeren er niet wel bij, en wij uiteraard ook niet.

Ik kon niet bij de pakken neer gaan zitten. Nu ligt dat ook niet zo in mijn aard, ik ben meer van aanpakken, niet zo van neerzitten.

De jongens moesten naar school. Er moest een bedrijf opgericht. Een paar huizen herbouwd. Vrijwilligers aangestuurd. Dat laatste was al lastig genoeg, dat laat ik nu even rusten.

We hadden alles netjes geregeld, alles was overgedragen, en eerlijk gezegd was het een enorme opluchting. De oudste werd direct beter hanteerbaar, en ik ging er eens flink tegenaan.

Kom maar op met die pakken!

Eén van de dingen die ik deed, was proberen te zorgen dat we klanten kregen.

In geld uitgeven ben ik een meester, maar nu ging het er even om, om geld te verdienen.

Ik schreef een prijsvraag uit.

Op een van mijn internet-tochten was ik over een versje van Ivo de Wijs gestruikeld. Dat was blijven hangen. Ik zette het in de nieuwsbrief, en loofde een week vakantie uit voor degene die dit tot 8 kon afmaken:

Ik zit all1 en voel me nietig
En het is ook nog ku2r hier
En in de verte klinkt ver3tig
De lokroep van de goudple4

Er kwamen leuke reacties op

Ik schreef de namen van alle inzenders op een briefje en gooide die heel klassiek in een hoge hoed. De winnares kreeg bericht en was over the moon. Ze kwam zeker en vast, maar wanneer was nog niet helemaal duidelijk.

Een maand na het versturen van de nieuwsbrief kreeg ik ineens een mailtje:

Geachte Meiogordo*,

U citeert het vers niet helemaal correct, geeft niet, maar het hoort eigenlijk zo:

Ik zit all1 en voel me nietig
En het is ook nog ku2r hier
En in de verte klinkt ver3tig
De lokroep van de goudple4

En hier is speciaal voor u het vervolg:

Zal ik me in de 5er werpen?
Als Mo6 in de Rode… Nee!
Ik ben geen kamika7tje
Ik ga vann8 naar een café
Uit ge9heid voor u en uw schrifturen
Zal ik u geen declara10ota sturen

Een groet van Ivo de Wijs z11

Wat een leuke verrassing! Wat een eer! De meester z11 die contact opneemt!

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

foto: Vera de Kok

 

Ik stuurde per ommegaande een berichtje terug:

Geachte Ivo de Wijs,

Een mail van de meester himself, dat is nog eens een verrassing! En met een superieur staaltje dichtkunst erbij ook nog.

Hoe kunnen we anders, dan een extra prijs uitreiken?

De eerste prijs (een week hotelkamer) was al uitgereikt, namelijk, en was ook al verschoven naar september, omdat juni er vroeg bij was dit jaar en het wat lastig is voor de prijswinnaars om alles uit hun handen te laten vallen om van hun eerste prijs te komen genieten.

Maar mag ik u dan nu, samen met een reisgenoot (m/v) naar keuze, uitnodigen om een week gebruik te maken van een van onze hotelkamers?

Dit aanbod geldt vanaf september 2005 en is vrij opneembaar tot eind april 2006, met de restrictie dat er heel graag van te voren gereserveerd mag worden.

Wij beloven dat we niet zullen staren, flauwvallen of om handtekeningen vragen, en we zullen zelfs de rode loper in de kast laten, omdat we vermoeden dat u prefereert om incognito-achtig aanwezig te zijn; daarentegen zullen wij het heel erg op prijs stellen om u hier te mogen begroeten.

Mijn excuses dat ik u niet goed geciteerd heb; ik heb het zó van een speciale verzamelsite afgehaald. Misschien is dat dan ook nog iets, om daar even achteraan te gaan.

Nog één kleine vraag: ik was van plan om de uitslag in de volgende Nieuwsbrief te melden, mag uw inzending genoemd worden of liever niet?

Met allerhartelijkste groeten vanuit een zonnig Portugal, Ellen Lanser

Ivo de Wijs was indertijd een grote naam in de cabaretwereld. Hij schreef o.a. teksten voor Samson en Gertje, waar de kinderen en ik altijd graag naar gekeken hadden.

Al snel kwam er een mail terug:

Beste Ellen Lanser,

Dank voor uw reactie. Ik heb mezelf ook fout geciteerd: het moet zijn: De klaagzang van de goudplevier

En natuurlijk mag u mijn gehele vers opnemen. Aan wie is overigens die prijs uitgereikt? Heb ik zijn of haar vers gemist?

Ik vind uw aanbod meer dan geweldig en wie weet komen we (er is een mevrouw de Wijs) nog ook, al vind ik het wel een ongelijke ruil: een versje voor een week. Ik durf er nauwelijks op in te gaan, maar misschien kruipt de moed mij nog uit de schoenen.

It was fun anyway. Vele groeten van,

Ivo de Wijs

Hij is tot nu toe niet geweest, jammer genoeg.

Mocht hij dit toevallig lezen: het aanbod geldt nog steeds, meneer de Wijs! Het zal ons een grote eer en genoegen zijn om u te mogen ontvangen.

De huizen zijn inmiddels allang af. De hotelkamers vergroot en verbeterd. Het dorp is er klaar voor.

Afw8en maar.

* Meio Gordo Actividades Turísticas Lda. is de naam van ons bedrijf.

.

N/ VERKEER(D)

Ik was een fietser. Geen fanatieke hobby fietser, die je plotsklaps bij bosjes ziet tegen de tijd dat het weer Tour de France is, maar een gewone huis-tuin-en-keuken-fietser. Met zo’n typisch Nederlandse fiets, met fietstassen voor de boodschappen, en toen de kinderen er waren, met voor- en achterop kinderzitjes, een windschermpje voor het voorste kind en beenbeschermers voor het achterste. Zo n dijk van een fiets, waar je de hele wereld op kan vervoeren.

Nou ja, allez, de antieke linnenkast van je oma dan weer niet, maar aan alles zit een grens. Die krijg je ook niet in je Fiat Panda

Toen ik nog vrije jongen was, scheurde ik overal door-, om- en overheen. Geen punt. Rode verkeerslichten betekende: beter uitkijken, maar stoppen dat doet een echte stadsfietser eigenlijk niet. Dat is je eer te na. Alleen als het echt niet anders kan.

Met een kind achterop wordt het opeens erg anders. Met een kind achterop en een kind voorop word je een slagschip, en moet je met goede stuurmanskunst het verkeer door. Altijd stoppen voor het rode licht –  je moet nu ook immers het goede voorbeeld geven.

Opvallend was het toenemende slechte gedrag van automobilisten

In navolging van ons fietsers, stopten zij ook nergens meer voor, leek het wel. Vooral als het regende, stonden ze verschrikkelijk in de weg midden op het fietspad, terwijl een blinde kon zien dat het voorlopig onmogelijk zou zijn om in te voegen. En als je dan met zo’n zware onhandelbare fiets met drie menselijke wezens erop en behoorlijk wat kiloos onmisbare have in evenwicht moet blijven, in de stromende regen, dan ben je niet blij.

Karma? In de zin van gerechtigheid?

De eerste keer in Portugal met de auto was een openbaring. Het was even druk vanaf de grote stad, een normale situatie zeg maar, voor een modern stadskind: veel auto’s, veel gedoe, inhalen, opletten, gas geven en god zegene de greep. Maar dan ineens, een lege weg. En nog veel meer lege wegen. Tolweg, landweg, route national, you name it, allemaal rustig tot leeg.

In Coimbra was het helemaal een sprookje: ik kreeg zomaar voorrang!

En de mensen keken naar je, gebaarden vriendelijk van: ga maar hoor, en lachten erbij. Ze stopten voor de zebra, zodra iemand er maar naar keek met de gedachte dat ze gingen oversteken. Ze bedankten glimlachend met een zwaai als je hen voorrang gaf. Wat? Hoe?

Geen gechaggerijn, geen gescheld, geen vingers naar je opgestoken, maar slechts hoffelijkheid en vriendelijkheid. Jee, wat een leuk land!

Die eerste euforie is nog steeds niet verdwenen. Het is wel een beetje veranderd, maar zeker hier in de buitengebieden niet veel. Mensen geven mekaar nog steeds voorrang; ze stoppen nog steeds voor elke zebra, en ze lachen er nog steeds bij. Ik ben tegenwoordig geshockeerd als ik naast een bevriende Nederlander in de auto zit, die zomaar doorrijdt terwijl er duidelijk iemand wil gaan oversteken.

Wat?! Dat kun je toch niet maken!

En Nederlanders mopperen ook zo vaak in de auto, valt me nu op. Ze haten hun medeweggebruikers, ze schelden, hebben aanmerkingen, geven cynisch commentaar god, wat een leven achter een Nederlands stuur!

Was het onbewust misschien daarom dat ik nooit een auto wilde in de stad?

De aanmerkingen op Portugezen gaan vooral over dat ze zo hard rijden

Mwah, dat valt toch wel mee, denk ik dan stiekem, maar dat is natuurlijk vooral omdat ik zelf ook met 100 over die kleine weggetjes scheur (die ik als mijn broekzak ken, trouwens, als ik ergens anders ben rij ik wat zachter). En dat ze aan bumperkleven doen, dat wordt heel ergerlijk gevonden. Als het mij gebeurt, want ja, dit is inderdaad een nationaal verschijnsel, probeer ik zo snel mogelijk een plekje te vinden waar ik kan wegduiken, of gebaar ik van: ga er maar langs.

Doen Portugezen zelf ook. Kortom, ik heb me aardig aangepast, en dat bevalt uitstekend.

Wat (manieren in het) verkeer betreft: Portugal gidsland van Europa!

Lekker doorscheuren, weinig politiecontroles, gun iedereen zijn plek, en heb daar goeie manieren bij. Dat houdt wel in, dat iedereen de noodzaak inziet van die goede manieren en ook van eerlijkheid. Over het algemeen, als er iets gebeurt, dan wordt daar uitgebreid van gedachten over gewisseld met iedereen aanwezig, verontschuldigingen aangeboden, eerlijke zaken gedaan.

Dat schijnt nu een beetje te veranderen. Nu gaan we het hebben over de andere kant van Portugal.

In de 18 jaar dat wij hier wonen, hebben we onze generatie economisch zien opklimmen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Waar er eerst nog ezelkarretjes reden, brommertjes en kleine witte autootjes-met-een-grijs-kenteken, kwam er eerst een golf Audi’s binnen (Hadden ze een blik Audi’s opengetrokkenonder het motto: “Iedereen zijn eigen Audi”? Hadden de Duitsers een overschot? Geen idee, maar opeens reed iedereen in zo’n donkergekleurde Audi-station rond).

Nu heeft iedereen zo’n donkergekleurde stationwagen van welk merk dan ook, als ze maar van die sjieke zilveren strips om de ramen hebben. En ze zien er allemaal keurig uit! Er zijn dus veel meer mensen dan vroeger die iets te verliezen hebben en ook: er bestaan geen gevallen van twee botsende ezelkarretjes, maar van twee sjieke auto’s legio!

Enfin, weg van deze zijweg, terug naar het hoofdspoor

Het verandert, zegt men. Ik hoorde een verhaal van iemand die letterlijk van de sokken gereden is, en de dader reed door. Dat wordt terecht als een misdaad gezien. Het slachtoffer had een versneden hoofd, moest naar het ziekenhuis en loopt nu nog steeds niet helemaal rechtdoor. En dan hoor je opeens van allerlei kanten zo’n verhaal, mensen die doorrijden na een ongeluk.

Waarom? Omdat ze geen verzekering hebben. Zou het?

Nader onderzoek geeft aan dat er een geringe toename is van mensen die zonder verzekering deelnemen aan het verkeer: 0,3%. Waar die feiten vandaan komen geen idee. Ik vermoed dat iemand die zonder verzekering rijdt dat niet aan een of andere instantie zal opgeven.

Een van de vrienden van de jongste zoon heeft tegenwoordig een brommer, opgevoerd uiteraard, geen rijbewijs en dus ook geen verzekering.

Vroeger had je helemaal geen rijbewijs nodig om op een brommer te rijden. Nu wel. Je moest wel een verzekering natuurlijk, maar die kon je altijd zomaar afsluiten voor weinig.

Tijden veranderen. Ezelkarretjes zie je nauwelijks meer, die generatie is zo goed als uitgestorven

Degenen die nog over zijn, hebben hun karretjes ingeruild voor zo’n overdekte brommer. Met rijbewijs, kenteken, belasting en verzekering.

Een heel enkele keer zie je nog wel van die ouwe boertjes op een fiets met een enorme kentekenplaat achterop (vroeger moest je fietsbelasting betalen, en dat plakkaat was dan je bonnetje, zeg maar), maar de meeste fietsers zie je op zondagochtend mannen die van de Tour de France dromen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Gehuld in felgekleurd tricot plus helm, die om 11 uur ‘s ochtends (zeker al een uur gefietst) graag een portje komen doen in ons cafeetje.

En ik? Ik peins er niet meer over om op de fiets te gaan. Ik heb mij aangepast. Een Portugees fietst niet, loopt niet, maar gaat met zijn van zijn autoos (*). Waar dan ook naartoe.

.

(*) Een Portugees heeft minstens twee autoos. Niet een voor elk van de partners, nee, liefst een voor elke gelegenheid. Een vintage Landrover voor als je naar het erfgoed van je voorvaderen moet, een comercial (kommèrsjal) met aanhangwagentje voor de honden voor als je gaat jagen, een klein stadsautootje, en een statiewagen om indruk te maken. De laatste liefst passend bij je stropdas. Maar daarover later meer.

.

O/ EEN VREEMDE KOSTGANGER

De eerste keer dat ik haar zag, hinkte ze over de weg met een bloedende knie. Het was september, en heel heet. Ze was de hele weg van Vinha da Rainha komen hinken, maar dat wist ik toen nog niet.

Wij waren er net, en waren nog altijd euforisch over alles. Maakt niet uit wat. Een hinkende bloedende vrouw kon daar makkelijk bij. Voegde alleen maar toe aan de beleving.

Er waren geruchten over dat er spoken in het badhuis waren. Stemmen ’s nachts. Het verleden dat z’n sporen had nagelaten. Maar niets slechts of naars, hoor – nee nee! We hoefden niet bang te zijn.

Na een week of wat kwam ik het badhuis binnen – we kwamen daar alleen om water te halen – toen ik een schim zag. Verder niets. Er was iemand, maar ik durfde niet goed te onderzoeken wat of wie. Het was eind oktober, einde van de dag, het regende, we waren alleen in het dorp. De jongens waren in het grote huis bij vader, die het eten aan het koken was.

Lang geleden was het leven simpel.

En ik was alleen in het badhuis. Een schemerige kale ruimte, al jaren verlaten, met nog altijd in van allerlei hoeken spinnenwebben. Echte en figuurlijke. De vleermuizen vlogen rakelings langs langs m’n hoofd naar buiten.

Ik leefde met twee zoons, kinderen nog, en een makkelijke man. Je kunt dus wel raden wie er altijd twee emmertjes water mocht halen om de afwas te doen en de w.c. door te spoelen. We hadden verder nog niks. Geen stromend water in huis, geen elektriciteit.

Die aanwezigheid deed me aarzelen. Later in de week hoorde ik stemmen. Een stem. Wat was het? Het was zo’n holle ruimte. En het bronwater dat met 1500 liter per uur door de baden stroomde op weg naar de velden, leverde een bijzonder akoestisch behang op.

Het gebeurde vaker, die aanwezigheid als je het badhuis in kwam. Een mompelende stem, die ineens stopte. Een schim achter een pilaar, een sloffend geluid…

En “senhora Dulce” kwam overdag ook steeds vaker langs. Niet meer hinkend of bloedend, maar gewoon, even voor het water. Ze heet Dulcinea, net als de geliefde van Don Quichot, maar ze had een hekel aan die naam. We kwamen overeen dat we haar “senhora Dulce” zouden noemen. Dat vond ze mooier.

Gewoontes, mensen… Ze overnachtte steeds vaker in een van “de huisjes”. Dat was een rijtje van 3 lage huizen waarin vroeger allemaal kamertjes gemaakt waren. Allemaal kamertjes voor de badgasten. Je kunt je dat nu niet meer voorstellen, maar in de jaren 70 van de vorige eeuw, hier in Portugal, gingen mensen naar een kuuroord, en huurden een kamertje van 2.50 bij 2.50 met een stoel en een bed van 1.85 bij 70, en waren gelukkig dat ze de behandeling mochten ondergaan. Elke dag een half uur in bad.

Senhora Dulce had zich in één van die huisjes in de achterste kamer teruggetrokken, en overnachtte eerst stiekem, en later steeds openlijker. Ze had een vriend, een tandeloos mannetje met een blauw bestelautootje, die haar vaak kwam halen en brengen, samen met haar stapel dekens en dingen.

Ze werd moeiteloos geaccepteerd door al onze vrienden die langskwamen en een tijdje bleven logeren

Die vonden dat allemaal heel authentiek. En authentiek, dat was ze zeker. Ze was vroeger verpleegster geweest, ze had een gezin gehad en was met haar man, een dokter, naar Angola getrokken. Wat daar precies gebeurd is, weet niemand, maar ze kwam er gek vandaan. Sindsdien is ze alleen, en praat hardop tegen zichzelf of tegen wie dan ook.

Zij was de schim. De aanwezigheid, de stem in het badhuis. Ze heeft de eerste jaren bij ons gewoond. Eerst in de huisjes, maar toen daarvan het dak vernieuwd moest worden, bood ik haar een nette kamer-met-eigen-toilet in de aanbouw van het badhuis aan.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

De arts in het centro médico had me al eens verteld dat ze schizofreen was, maar als ze haar medicatie bleef gebruiken was er niet veel aan de hand

Oké, misschien niet, maar als ze bijvoorbeeld een passerende vrijwilliger of gast aantrekkelijk vond, ging ze in bad, en liep dan met slechts een handdoekje omgeslagen door ons hele dorpje om zogenaamd iets te vragen. Haar enige echt storende onhebbelijkheid. Het werd zeker niet altijd op prijs gesteld. Ze negeerde de badjas die ik haar had gegeven en bleef dat toch steeds doen.

Maar verder was het goed te doen. Kwam ze heel hard pratend in zichzelf aanlopen, zodat je haar al van verre kon horen, maar als ze iemand zag, hield ze gelijk haar mond. Hard zingen in het badhuis, als ze daar alleen was. Op alle momenten van de dag de vloer van het badhuis dweilen – die vloer is daarna nooit meer zo schoon geweest.

In haar wanen liet ze dingen achter – dan vond ik een handdoek achter het badhuis, of een deken op de heuvel. Ze liet nooit dingen liggen in onze leefwereld. Dat besefte ze wel. Ze was nooit storend, altijd bescheiden.

Ze maakte overal installaties. Dingetjes die ze gevonden had en mooi vond bij elkaar

In die tijd werd het badhuis niet echt gebruikt, dus dan kwam je ergens in een kamer, en stond daar zoiets:

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Dit is een van haar kleinere installaties

Helemaal in het begin hoorde senhora Dulce erbij. Dat veranderde toen we echt gasten gingen krijgen, en vooral portugese gasten. Die zag ik kijken, en het niet (willen) begrijpen. Als een samenleving “omhoog” aan het gaan is, worden mensen vaak een beetje preuts in die dingen. Dan zijn mentale onhebbelijkheden niet meer gewenst. Past niet in het plaatje van de vooruitgang.

Ik kreeg ook een beetje moeite soms. Ze had vrienden die in Frankrijk werkten en in augustus op vakantie kwamen. Ze kwamen bij haar op bezoek.

We noemden ze “Bril-zonder-Tanden” en “Gorilla” – behoeft verder waarschijnlijk geen uitleg waarom ik het geen goed idee vond als die langskwamen om op het caféterras wat te drinken

Middenin de zomer met een vol dorp met gasten.

Tegelijkertijd kwam de ambtenaar-ingenieur, waarmee ik altijd zaken deed voor de vergunningen, langs om te vragen hoe dat nou zat. Waarom hield ik tegen dat de senhora ging verhuizen? Ik zei dat ik van niks wist – wat de waarheid was, en ondertussen verbaasde ik me enorm dat een bouwkundig ingenieur van de gemeente zich bemoeide met de herhuisvesting van een geestelijk getroubleerde burgeres.

Later heb ik het puzzeltje kunnen leggen: hij had een dealtje gemaakt met een vriendje van hem, en geregeld dat de gemeente 150 euro per maand betaalde voor een krot-zonder-normale-voorzieningen, dat die vriend geërfd had in het aanpalende dorp.

Geen denken aan dat de gemeente dat aan mij zou betalen… die gekke buitenlandse met al dat lastige gedoe, in d’r eentje, niet eens een man erbij – en dan ook nog bijna dat mooie een-tweetje in de war schoppen!

Senhora Dulce verhuisde morrend. Ze was liever bij ons gebleven, maar ik vond het uiteindelijk ook een betere regeling. Hardop pratende vrouwen van middelbare leeftijd met een handdoekje om zijn een niet-begrepen soort, en moeilijk te verenigen met de gemiddelde B&B gast of vakantieganger.

Ze komt nu nog steeds van tijd tot tijd in bad. Alleen als het rustig is, nooit in de zomer. Ik hoor haar altijd al aankomen. Ze praat een stuk zachter tegenwoordig. Het gaat geestelijk wel wat beter, maar lichamelijk heeft ze een boel klachten. Soms verzucht ze dat ze het nu zo moeilijk heeft, en dat het toen toch zo’n mooie tijd was… met de bedoeling dat ik dan zeg dat ze terug mag komen.

Maar nee, dat zeg ik dan weer niet. Haar kamer hier was een stuk prettiger, ze is er niet erg op vooruit gegaan. Ik voel voor haar, maar het is wel beter als het zo blijft. En ja, het was een mooie tijd…

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ze maakt nog steeds haar installaties, maar naar mijn idee wat minder kunstzinnig dan vroeger.

.

P/ DE ROMMELWINKEL

“Goed, dus als je al die koppelingen hebt, en een T-stuk, dan moet ik ook nog houtdraaibouten hebben”, zegt onze voorheen-klusjesman en drukt zijn peuk uit in zijn koffiekop.

“Kom op ploeg, vijf pik van de baas is voorbij!”

Iedereen staat op, en in de drukte probeer ik nog iets te weten te komen: “Ho, wacht nou even, hoe bedoel je – houtdraadbouten, wat zijn dat nou weer?”

Ik krijg een voorbeeld mee

“Draaibouten, draai, als in draaien,” zegt Ab over zijn schouder, terwijl hij doorloopt en de boormachine oppakt. “Zoals deze, maar dan 15 centimeter.” Hij geeft me een dikke bout die ik nog net kan opvangen.

Kijk, daar heb ik wat aan. Dan kan ik het laten zien en zeggen: “Meer van deze alstublieft, maar dan langer / dikker / dunner / kleiner” – al naar gelang.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

De hele dag boodschappen doen

Ik was de runner, en kreeg vaak de onmogelijkste boodschappen mee. Soms geen idéé wat het betekende: een duims koppelstuk, gegalvaniseerd, met terugslagklep, een knietje, een sok, een Tee ….

Maar ik wist al wel rap waar ik het allemaal vandaan moest halen. Verf kocht je het beste bij “de Neef”, profielen bij “de rommelwinkel”, gips en tegellijm bij “de Gipsboer”, schroeven bij “de Snor”.

Ik was er uren mee kwijt, soms de hele dag.

Het hele dorp moest opgeknapt, en we hadden een leuke ploeg van een stuk of 10 mensen

Er moest veel geimproviseerd. Wij wisten zelf nog niet zoveel van klussen en verbouwen af, maar gelukkig was onze oude klusjesman er, die de basis voorzieningen inbouwde.

Waterleiding en een pomp om al dat heerlijke mineraalwater naar boven te krijgen, naar ons huis. En afvoer om het allemaal weer weg te krijgen als het gebruikt was.

Dakgoten, gipsen plafonnetjes, betegelde badkamers met een douchebak en mengkraan – al die dingen die doodnormaal zijn in een modern leven, maar die in dit ouwe, al 30 jaar verlaten dorpje niet te vinden waren.

We leerden om sleuven te graven in de muur, om een bekisting te maken, wat een doppenset is en hoe je een klein stukje uit een tegel knabbelt met de knabbeltang.

En ik maar boodschappen doen. Er viel elke dag wel wat te halen.

Er viel elke dag weer wat te leren over hoe de portugezen de dingen regelen

Er staat een hele groep mannen bij Cardoso voor de toonbank. Dit is de grootste winkel, maar ze doen net alsof het nog 1910 is. Het duurt altijd erg lang voordat je aan de beurt bent, want de winkelbediendes gaan zelf alles halen in het magazijn, tot het laatste schroefje aan toe.

Ik kan zo zien wat ik moet hebben. Ik zou het zo kunnen pakken en afrekenen – klaar.

Maar zo ging het overal. Wachten tot je een ons weegt, en dan gaan ze zelf alles pakken. Elk dingetje apart.

Afrekenen was ook een Heel Ding. Alles werd op een rekening geschreven (!), ook tot het laatste schroefje aan toe. En dan kreeg je een bon met 2 copieën mee – ik vond dat altijd erg verbazingwekkend.

Dat is gelukkig veranderd. “De Neef” was de laatste winkel die overging op de computer, en in het begin duurde het daardoor nog langer. De mevrouw achter de toonbank was heel aardig, maar niet erg handig met dat ding. Ze had ook niet zoveel kans om te oefenen – zo veel klanten had ze niet op een dag ….

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ze hebben waarschijnlijk ook aan mij moeten wennen, want zodra ik ook maar een gaatje zag, ging ik achter de toonbank langs om mijn boodschappen te pakken. Dat waren ze niet gewoon. Die mannen bleven rustig staan wachten. Ongelooflijk hoe geduldig portugezen zijn.*

De rommelwinkel was een van mijn favorieten

Daar mocht ik al snel het magazijn in – een donker hol met allemaal zijholletjes waar zeil, tegels, metalen platen, klossen touw en van allerlei voor mij onbekend spul opgeslagen was. Er stond een ouderwetse weegschaal met gewichten – het was net winkeltje spelen.

De eigenares vond het allemaal best. Ze bleef graag achter haar toonbank staan, en riep dan met schelle stem naar haar hulpje. Een lieve jongen, familie van de bultenaar van de Notre Dame, zo te zien. Ik vond hem altijd een beetje zielig, als ze hem de huid volschold als hij niet met de goeie spullen terug kwam.

Ook een reden om zelf het magazijn in te trekken. De andere reden was, dat ik al die termen niet kende, en dus gewapend met mijn voorbeeld op zoek moest naar hetzelfde dat langer / dikker / dunner / kleiner moest wezen.

Ik kom niet zoveel meer in de buurt. Het grootste werk is nu wel gedaan – al jaren geleden. Maar laatst reed ik langs, en zag een spandoek op de winkel hangen:

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Natuurlijk moest ik even naar binnen, even een praatje maken. Dona Helena is sinds een paar jaar weduwe, en daar is ze nog steeds verdrietig om. Het gaat nu ook niet goed met haar gezondheid.

Daarom moet de winkel dicht. Nog meer verdriet.

Ik vind het ook sneu

De Snor is ook al dicht. Cardoso is grondig verbouwd, net als de gipsboer. Dat zijn moderne bouwmarkten geworden. Heel fijn hoor, daar niet van, ik zou niet meer terug willen, maar toch is het jammer. Ik ga nog steeds graag naar “De Neef” als ik een ditje-of-datje nodig heb.

Een haakje voor de deur bijvoorbeeld. 16 cent. Met een bonnetje uit de computer, die ragt ze er tegenwoordig zo uit.

Dat is toch leuk, een boodschapje doen in een museum? Een klein wormgaatje, waardoor je nog even naar vroeger kunt ontsnappen. Ik hoop dat het nog een tijdje duurt ….

 

* “Patiência” is dan ook een uitdrukking die je bijna dagelijks hoort.

“Como está? Tudo bem?” begroet men elkaar, met als antwoord: “Vamos andando ….” (Het gaat ….)

Vervolgens krijg je een verhaal over dit-of-dat, kan het weer zijn, de kinderen, de omstandigheden op het werk, de buren, you name it, wat steevast gevolgd wordt door. “Patiência …. ” waarna ieder zijn weg vervolgt.

.

Q/  BRAND

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

 

“Laten we maar gaan eten, jongens, het is klaar en het heeft toch geen zin om naar de lucht te gaan zitten staren.” Iemand is zo te horen heel praktisch en heeft groot gelijk. De lucht is weliswaar dreigend en donker, met een boel torens van donkergrijze wolken en het onweer komt steeds dichterbij, maar wat kunnen we eraan doen?

.

Zo heftig hadden we het hier nog niet meegemaakt

Hoewel, niet helemaal, want: “We hebben alle stekkers eruit, overal, volgens mij zijn we niks vergeten”, zegt Miguel als hij samen met Hans binnenkomt. Ze hebben alle huisjes gecheckt en alle stekkers eruit gehaald. Het onweer komt dichterbij en met die bovengrondse leidingen moet je oppassen. De bliksem kan inslaan en dan krijg je een enorme overspanning. Daar is niets tegen bestand.

Een chaotisch diner. Waar is iedereen?

Ons dorpje is wat ontregeld. Dit is de eerste keer in jaren

In Nederland wil het wel eens onweren als het zomer is en zo’n drukkend warme dag, maar hier is het heel anders. En nu, de eerste keer onweer na 6 jaar in de Portugese buitengebieden, met die bovengrondse leidingen waar zomaar de bliksem in kan slaan, is het gelijk goed raak!
Waar zijn mijn jongens? Ik ben een beetje nerveus, in de bonen, waar zijn me jong, als er dingen misgaan gaan, wil ik wel graag weten waar ze zijn.

De jongens zijn net nog gezien, ook een beetje in de bonen en van de wap, maar dat komt minder door het onweer maar meer omdat ze cold turkey van achter het beeldscherm getrokken zijn

De receptie is het epicentrum van die activiteiten. Alles komt daar binnen en alles is daar opgesteld. Aan de ene kant is natuurlijk de receptie, “het kantoor” – het heilige der heiligen, met de werkcomputer en alle paperassen, verboden voor iedereen en zeker voor speelse, drukke jongens en hun vriendjes. Zij hebben het andere, grootste, deel van de 75 vierkante meter in gebruik en daar staan een paar luie banken met 3 televisies: 1 met de videorecorder, 1 met de DVD-speler en 1 met televisie.

We schrijven 2006, tien jaar geleden nog maar

Inmiddels is video historie, maar toen was het nog springlevend. En aangezien ik voor vertrek een heleboel video’s had opgenomen, o.a. als remedie tegen eventuele heimwee, was de voorraad zelfs na 6 jaar Portugal nog steeds in gebruik.

De weergaloze zondagochtendtelevisie van de VPRO, veel Klokhuizen, films en wat cartoon-actieseries die door de ouderlijke keuring gekomen waren. Als ik me ergens op voorbereid, doe ik het goed, al zeg ik het zelf.

Maar goed, wil je die spullen heel houden, dan moet je dus zorgen dat alles uit het stopcontact is als het onweert. “Kom, laten we maar naar boven gaan, het eten wordt koud” zucht ik en probeer het noodweer te vergeten. Twee seconden later duik ik als een juffershondje in elkaar, de bliksem kraakt precies boven ons en de donder volgt er onmiddellijk op. Geen noodzaak om te tellen, we weten waar het zit.

Ok, we gaan gewoon lekker eten … Maar waar zijn de kids??

Alle vrijwilligers zijn er, de familie B., de enige betalende gasten op het moment – iedereen is er. Waar zijn Fausto en Broes? De bel heeft geluid, twee keer zoals gewoonlijk … je kan het niet missen. Hij belt de doden uit hun graf.

Ah! Daar komt Broes!

“Ik ging even tv kijken maar er kwamen allemaal sterren uit het stopcontact dus ik heb ‘m maar weer uitgedaan”, zegt hij mismoedig.

“Heel goed Broes, goed gedaan, we kunnen beter eerst eten, het zal zo wel weer overgaan”, en in de consternatie probeer ik als een kip haar kuikens bij elkaar te houden.

Als iedereen eindelijk zit, proberen we allemaal heel erg te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is en dat lukt best redelijk. En het onweer gedraagt zich ook heel vriendelijk en trekt wat weg.

Maar waar is Fausto toch?

Ik kan nu niet weer weglopen van tafel, ik zit net zo gezellig te doen alsof er niks aan de hand is.

Met het afruimen, op de buitentrap naar beneden, ziet André ineens een zware zwarte rookwolk uit de receptie komen.

“Tjezis!” schreeuwt hij panisch, “BRAND! DE RECEPTIE STAAT IN BRAND!!!”

Wat er verder met de vuile borden gebeurd is, weet ik niet, want één tel later staan we voor de deur. Voor de dichte deur. Er zijn twee ingangen en bij de ene, die dicht is dus, komt de rook eruit. Als ik probeer via de andere deur binnen te komen, loop ik tegen een stinkende zwarte dichte rook op, die me weerhoudt om normaal te ademen.

Alle theorie die ik over BRAND! weet, schiet door mijn hoofd

Met een lap voor m’n mond probeer ik kruipend naar binnen te komen, want André blijft maar roepen: “Ik hoor wat! Er is nog iemand binnen!” “Bel de brandweer!” En ja, dat lijkt me inderdaad verstandiger dan zo´n rookhol binnen te kruipen, om … wat te doen?

“Zit Fausto nog binnen?” vraagt iemand en hoewel ik geen seconde geloof dat hij daar binnen zit, want het is niks voor Fausto om dan niet van zich te laten horen, wil ik toch liever geen risico nemen.

De brandweer zegt dat ze er binnen 10 minuten zijn. Iedereen staat op straat, en André heeft inmiddels een balk gevonden waarmee hij de deur wil inbeuken. Hij lijkt de grond niet meer te raken, zo gespannen is hij. Iemand anders breekt het raam, maar dat heeft als enige resultaat dat het glas met levensgevaarlijke punten in de sponning staat en het nog steeds onmogelijk is om binnen te komen.

Mensen komen met emmers water aangelopen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

“Nee, nee! Geen water bij een electriciteitsbrand!” roep ik wanhopig, “niet doen, niet gooien!”

De straat staat vol, André beukt nogmaals met volle kracht tegen de deur, “ik hoor iemand schuifelen!” waardoor de paniek nog wat toeneemt.

De deur begeeft het, de goden zijn geloofd en gedankt, iemand gooit toch een emmer water naar binnen, maar een ander heeft een brandblusser bij zich en zijn hersens aan, want voordat de brandweer met gillende sirenes de bocht omscheurt, is het vuur gedoofd.

Of vuur, het was meer rook dan wat anders. En daar komt Fausto aangebanjerd: “Hee, wat zijn jullie nou weer aan het doen?”

De brandweer legt het later uit, op zo’n gezellige professionele manier

“Je tv is eigenlijk niets anders dan een bom in je huiskamer, en wacht op de gelegenheid om in één keer een heleboel elektriciteit naar binnen te slorpen, zodat-ie lekker kan gaan smeulen, en daar krijg je die vieze rook van. Met onweer dus altijd ….?”

“Desligar tudo”, vul ik braaf aan, “sim senhor Comandante, fizemos, é só que …” maar welke uitleg dan ook gaat verloren in het gejuich en gedoe en gewoel.

Fausto wappert iedereen knorrig van zich af – wat moet dat, hij was gewoon nog in huis, had de bel niet gehoord, wat is dit voor een gedoe allemaal?

De brandweerlieden vonden ons heel dapper, om zelf actie te ondernemen in plaats van hulpeloos af te wachten.

Met die pluim en van alle kanten “Hoe zeg je bedankt in het Portugees? Obligrodo, senjor!” en veel gezwaai en opgelucht gelach werden ze uitgeleide gedaan

André zat witjes om de neus op de trap, te bekomen van zijn uitbarsting van adrenaline. Hij had nogal wat van die vieze rook ingeademd en moest maar even met de ambulance naar het hospitaal. Voor de zekerheid, effe checken.

Uurtje later was hij weer terug en werd de feestvreugde compleet. Het viel al met al nogal mee, een televisie, de videorecorder en een tafeltje verbrand. Dat gaan we morgen wel zien. Hèhè!

André was de held van de dag en werd aan alle kanten geprezen voor zijn dappere optreden. Hij was er echt van overtuigd geweest dat hij iemand had gehoord daarbinnen en had gedacht dat het Fausto moest zijn. Dat hij al niet meer goed kon ademhalen of buiten bewustzijn was geraakt.

Fausto vond dat maar een idioot idee. Alsof hij daar zou blijven zitten als de boel in de fik stond!

Diep in m’n hart was ik het daar wel mee eens. Niet veel kans dat je ergens blijft, als er van die smerige rook om je heen komt te hangen. Dan heeft iedereen zoiets van: hee, er is iets aan de hand …

Maar goed, eerst maar eens even zitten en vieren dat het zo goed afgelopen is. We hebben geluk gehad, goed dat je alle stekkers eruit hebt gehaald, fijn dat je het zo snel gezien hebt – het hele geval werd van alle kanten bekeken en geanalyseerd en iedereen had het reuze naar z’n zin.

Tot de volgende dag … Weleens een huis gezien na een brand?

Nou ja, brand kon je dit eigenlijk niet noemen, meer een rookbom. Alles was zwart, grijs en vettig.

We gingen er met z’n allen tegenaan. De boel werd leeggehaald en gesorteerd, schoongemaakt en afgeveegd. Tot in de diepste krochten van mijn archief was alle papier grijzig. De gordijnen, ooit zo mooi glanzend gebroken wit, waren verlepte raggen waar een vettige waas over hing. In de vuilnisbak ermee! De familie Boskoop hielp goed-gehumeurd mee, de tuinslang werd uitgerold en pas toen iedereen drijfnat was, was het okee.

Hoorde je erbij.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Vooral Broes was druk aan het helpen – het devies is: Alles Nat! Spuiten is leuker dan schrobben, dus de slang was erg populair – er werd om en mee gevochten. De televisies gingen, samen met de verkoolde resten van de videorecorder en de DVD-speler, de container in.

Het computertijdperk was trouwens toch definitief aangebroken …

.

R/ OPSPORING VERZOCHT

Ploediebliedieploediebloe! Ploediebliedieploediebloe!

Waah!

‘t Is stom, maar ik schrik altijd als die telefoon in mijn broekzak gaat. Ik ruk ‘m uit m’n zak: “Bom dia, Termas-da-Azenha.”  “Goedemorgen”, zegt een keurige vrouwenstem in accentloos nederlands, “spreek ik met Ellen Lanser?”

“Jazeker” beaam ik, “wat kan ik voor u doen?”

“U spreekt met de politie van Heemstede, bureau opsporing”, zegt de mevrouw, en dat gebeurt me niet elke dag, dat ik dat hoor

“Ik wou graag iets van u weten”, gaat de mevrouw door, “kent u éne Alfons van der Meijden?”

Ik kijk nogal dom, maar dat kan zij niet zien, dus zeg ik: “Nee, sorry, nooit van gehoord.”

“Misschien kent u hem dan onder de naam Alfons Heijbroek?”

“Eh, ja, dat is de naam van een vrijwilliger die morgen hierheen komt.”

Ik ben een beetje verbaasd over dit gesprekje – zacht uitgedrukt.

“Mooi, dat is wat ik weten wilde. Dank u”, zegt de mevrouw kordaat, en maakt zo te horen aanstalten om het gesprek af te breken. Dat kan natuurlijk niet zomaar – hier moet ik het mijne van weten.

“Sorry, mevrouw, voordat u weer weg bent …. het gebeurt me niet elke dag dat de politie me belt om iets over komende vrijwilligers te weten te komen, dus eh …. moet ik me zorgen maken? Gaat het over een massamoordenaar ofzo? Zal ik hem misschien maar niet van het station gaan ophalen?”

Ondanks haar kordate optreden heeft de keurige mevrouw wel gevoel voor humor, want ze lacht kort

Zegt dan geruststellend: “Nee hoor, er is verder niets aan de hand. Meneer Heijbroek was als vermist opgegeven, en wij moesten hem opsporen. En dat hebben we dan nu gedaan.”

“Vermi-hist?” Ook nog nooit een vermiste vrijwilliger gehad.

Een mens maakt wat mee.

“Ja, zijn vrouw heeft hem als vermist opgegeven. Zijn kleren zijn gevonden op het strand, en hij was van de éne dag op de andere verdwenen. Wij kregen de opdracht om hem op te sporen, en dat hebben dan nu gedaan.”

Ik vind het wel een beetje verwarrend.

“O, ok. Eh … moet ik nog iets doen? Gaat er verder iets gebeuren? Wat kan ik verwachten?”

“Nee hoor, u kunt gerust zijn.” Mevrouw is nu duidelijk wel klaar met het gesprek. Ze zal nog wel meer mensen op te sporen hebben waarschijnlijk. “Ik neem overmorgen contact op, en ik zal doorgeven dat meneer naar Portugal reist.”

Nu klinkt dit jullie misschien raar in de oren allemaal, maar dit was ruim voor het smartphone tijdperk

Misschien wordt de afdeling opsporing verzocht inmiddels bemand door één mens, want je kunt tegenwoordig iedereen via de foon volgen. En anders zoomt de satelliet wel even een beetje in … of ze sturen een drone op je af. Het is tegenwoordig niet meer zo makkelijk om zomaar te verdwijnen. Neem ik aan, want veel ervaring heb ik er niet mee.

Tien jaar geleden was dat allemaal nog geen gemeengoed! Toen was het nog echt werk om iemand op te sporen.

Ik was weliswaar gerustgesteld, maar toch wel een pietsie nieuwsgierig naar wie ik over de vloer zou krijgen natuurlijk.

“We zullen het wel zien, L., morgen”, zei ik hardop tegen mezelf en stopte de telefoon weer in mijn zak

Het bleek een hele rustige aardige man te zijn van net in de veertig, die in het geheel niet de indruk maakte dat-ie gekke dingen zou kunnen doen. Hij had zijn fiets bij zich, in een hele grote tas. Dat was wel een bijzonderheid, dat doet niet iedereen. Hij maakte kennis met de anderen, ik leidde hem rond, introduceerde hem in zijn kamer, liet de keuken zien en vertelde hoe het zou gaan met maaltijden en werk. Niets aan de hand, zou je zeggen.

Maar op de achtergrond liep die olifant mee natuurlijk ….

Ik heb niets gezegd over het telefoongesprekje met de politiemevrouw. Dat kan niet, vond ik, deze mens heeft een verhaal, en dat zijn zijn zaken. Als hij op de een of andere manier behoefte heeft aan “wegwezen” dan zal hij daar wel een reden voor hebben.

De volgende dag begon iedereen met zijn taken, en ging alles z’n gewone gangetje. Alfons paste zich prima aan in de groep, niets aan de hand.

Maar die olifant …. die wou maar niet weg ….

De dag erna kwam ik de keuken in, en daar stond Alfons een broodje te smeren. Ik wou dat toevallig ook net doen, en dat was de gelegenheid. Hij barstte soort van los. Het was teveel geweest, om zijn geheim te bewaren.

“Kunnen we even praten?” vroeg hij nogal gespannen, en we gingen even naar buiten, naar achter bij de keuken.

Daar kwam het hele verhaal eruit. Hij wist dat de politie me gebeld had, en hij waardeerde erg dat ik er niets over gezegd had. Maar dit was zó raar, om net te doen alsof er niets aan de hand was, terwijl hij wist dat ik wist dat er wel iets aan de hand was. Hij wist inmiddels dat de politie contact met mij gehad had.

Hij was wanhopig geweest, en geprobeerd in scène te zetten dat hij de zee in was gelopen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Om overal vanaf te zijn. Om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Om al dat oude zeer te vergeten. Hij had in een jaar of tien zijn eigen bedrijf opgebouwd, maar was een tijdje geleden failliet gegaan. Niet zozeer zijn schuld, maar meer omdat zijn crediteuren hem niet op tijd betaald hadden. Daardoor kon hij ook zijn schulden niet voldoen, en daarmee was het gebeurd.

Zijn huwelijk had er erg onder geleden. Gelukkig wisten zijn hele kleine kinderen nog van niks. Die waren te klein om dat te beseffen. Maar zijn vrouw en hij …. dat ging niet meer.

Allemachtig, wat een verhaal. Wat erg!

Ik weet als geen ander hoe het is om een eigen bedrijf te hebben, het is je kind. Meer nog dan een kind – dat groeit op en wordt zelfstandig. Je bedrijf moet je altijd aandacht in blijven stoppen. Je kunt het beter vergelijken met een kind met Down.

“Ik zal nu wel terug moeten”, zei hij gelaten. “Ik kan niet zomaar wegblijven, ik moet de dingen onder ogen zien. Maar ik vond het erg leuk hier …. die twee dagen.”

Dat vond ik prettig om te horen.

En ik vond het nog prettiger dat die olifant verdwenen was. Je wordt er een beetje schichtig van, als er zoiets is waar je niet over mag praten.

“Ik laat mijn fiets maar hier, want als het mag kom ik graag weer terug,” zei hij de volgende dag toen hij klaarstond met z’n koffertje. Prima natuurlijk

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Alleen, ‘t is er nooit meer van gekomen.

We zijn nu 10 jaar verder, en die fiets is hier nog. Plus tas. Die wordt nooit gebruikt, maar de fiets wel. Het is een Limited Edition, en dat schijnt nog speciaal te zijn ook. Er hebben inmiddels al veel mensen plezier van gehad.

En Alfons?

Nooit meer wat van gehoord. Alsof-ie van de aardbodem verdwenen is ….

(uiteraard zijn uit privacy-overwegingen alle namen van de betrokkenen veranderd)

.

S/ Porthollenglish

Ik lees een grappig stukje in de Volkskrant Magazine, die iemand heeft achtergelaten. Herkenbaar ook. Een man klaagt over zijn vrouw. Een paar jaar geleden gingen ze samenwonen, en kwam ze met een grote bus met allemaal – in zijn ogen – rommel aan en trok bij hem in.

Sindsdien kan hij zich niet meer roeren, ligt alles vol met – in zijn ogen – troep, en valt er met haar niet te praten. Wat moet hij doen, lieve lezers?

Herkenning!

Ik heb ook zo’n spullenmagneet. Ik heb inmiddels een dorp vol. Gelukkig niet alleen maar rommel. Ik moet hier dus ook erg om lachen. “Een hoarder!” roep ik vrolijk, terwijl Tessa de vrijwilligster net binnenkomt. “Huh? Een hordeur?” vraagt ze verward en amper wakker.

“Nee, sjoet maar, ga maar lekker een bakkie doen”, zeg ik op kleutertoon tegen haar. Het heeft geen zin om dat te gaan uitleggen. Al die talen door elkaar …. zo nu en dan is het verwarrend, soms vermoeiend (omdat je dan weer moet gaan uitleggen) en soms hilarisch.

We have it portuguese good under the knee

De zoons zijn inmiddels volwassen, maar hier opgegroeid. Wij spreken van nature nederlands, maar er kwamen vanaf het begin al veel buitenlandse vrijwilligers. Daar spreken we engels mee. En op school is het uiteraard portugees.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

 

 

 

 

Ik-vertrek-A-tot-ZNa een aantal jaren spraken wij drieën onderling dan ook vloeiend porthollenglish, want het is veel te vermoeiend om steeds alles te vertalen. Wij begrepen mekaar toch wel. In welke taal het woord dan ook boven kwam, altijd goed.

Ik kon dus heel makkelijk dingen zeggen als: “Hol effen upstairs, daar ligt de kleine gûgûgû * nog, o Pedro precisa-o.”

In het nederlands voorlezen is not fromselfspeaking

De jongste had hier lezen en schrijven geleerd, en toen hij voor het eerst een nederlands stukje ging voorlezen, begreep niemand er een jota van. Wist hij veel.

Hij las allemaal hele rare dingen: voo-w-èt, en hu-w-is. Moo-w-èder, dit is niet lè-j-uk! Stomme taal! Hij vond het ook helemaal niet lè-j-uk dat wij heel hard moo-w-èsten lachen!

Ze begonnen allebei een beetje merkwaardig nederlands te spreken

“De professor heeft mijn test geavalieerd! Ik was de beste van de turma!”

“Mijn colegas gaan naar de cinema – ben ik ook geautoriseerd?”

“Katten kunnen dat niet hebben. Katten zijn geadopteerd voor a hot climate.”

“Nee, het zijn al wat oudere mensen. Ze zijn gereformeerd.”

“Ik heb dat zo gemanipuleerd, andaca.”

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Een mengelmoes in de smeltkroes

Vaak zaten daar mensen bij, die dit wonderlijke ratjetoe niet konden volgen. “Hebben ze een nu al een professor?” vroegen ze dan, “en wie zijn dan hun collega’s?”, met een blik in hun ogen van: wat-is-dit-voor-een-snobby-toestand?

Zeker als ik net een beetje had zitten opsnijen dat de oudste 3 jaar in 1 had ingehaald, en dat de jongste al vloeiend portugees las.

Yeahyeah, make that the cat wise, snotnose

Aan de andere kant kon ik hen soms makkelijk terecht wijzen, ook als er publiek bij was, want die mensen begrepen toch niet als ik tegen de oudste zei: “Hee! Je hebt nu wel heel veel blikjes, ja!”

Letterlijk uit het portugees vertaald (“Tens muita lata!”) betekent dat: je hebt wel veel kapsones, jong. Of ik waarschuwde de jongste: “Kijk uit, want het water staat tot aan mijn baard.” En dat zegt zoveel als: ik heb het heel druk (água pela barba), met als ondertoon: wegwezen, laat me met rust.

“Ga de apen maar kammen.” (vai pentear macacos)

Of, dat was ook een favoriete: “Why don’t you take a long walk on a short pier.”

Het is wel wat gestabiliseerd. Het blijft soms wel een beetje een rommeltje, maar dat is nog steeds wel makkelijk. Met collega’s (echte collega’s) is het nog steeds heel prettig communiceren. Die snappen prima dat er een vrijwilliger langskomt die gereformeerd is. Dan denken ze niet, dat we moeten gaan bidden voor het eten. Dan weten ze gewoon: een reformado, gepensioneerde.

* Sommige namen van gereedschappen zijn nooit vertaald, want nooit geweten. In geen enkele taal. Wij hebben dus de kleine en de grote gûgûgû (daar kun je gaten mee maken en muren mee weghakken), de plingplong en in de keuken de holespoon en de derrubada oftewel de omfloeper. Daar kun je turn-around-bitches mee maken.

.

T/ EZELSBRUGGETJE

“Well, perfect! We will see you there then!”

Met de telefoon on m’n hand kom ik terug bij het gezelschap: “Heeft iemand behoefte aan een uitje van het weekend?” Jeeeeee, ik word met gejuich onthaald. Waar gaan we heen dan? Wat gaan we doen dan? Gaan we metzealle weg? Leuk!!!! Dit gezelschapje vrijwilligers van allemaal rond de 20 is altijd overal voor in.

Ze zijn al met z’n allen op de fiets naar het strand geweest.

Simpel: er zijn 5 fietsen, 5 vrijwilligers, en 1 slot, dus dat is niet moeilijk. Hoe je moet rijden is ook niet moeilijk, en het zijn allemaal nederlanders uit de provincie, dus die zijn gewend om te fietsen. Nog niet zolang geleden deden ze dat elke dag naar school. Fietsen in de trein (kost je niks extra, en is verder ook helemaal geen probleem), en huppelakee, naar Figueira da Foz.

Op naar Midões (miedoeingks – zo’n leuke vrolijke naam)

Dus huppelakee, naar de binnenlanden van Portugal is voor hen ook totaal geen punt. Alleen het tijdstip van vertrek. Dat dan weer wel.

“Hoe laat gaan we weg?”, vraagt de slechtste opstaander een beetje benauwd, “niet te vroeg toch?”

“Nee, niet Heel Erg Vroeg, maar zullen we zeggen, rond een uur of half 10?”

Oeps, hij moet er wel een beetje van slikken, maar okee, half tien zal het zijn. Het is toch een uurtje of 2 rijden.

Het is wel een beetje een engelse ontvangst. Heel vriendelijk, maar wel erg afstandelijk

We worden door Andy netjes rondgeleid door de 2 hectare die ze een jaar geleden verworven hebben, en daarna gaan we lunchen met zijn vrouw en kinderen. Ik had wat lekkere salades meegenomen, als bijdrage aan de lunch, gelukkig in de koelbox, want het is hier in de binnenlanden dus wel mooi een graad of 7 warmer dan bij ons bij de zee. Misschien wel meer, ik beschik slechts over een inwendige graadmeter, geen uitwendige thermometer. Het is flink warm hier! Over de 40º, schat ik.

En geen zeebriesje ‘s middags, waar wij aan gewend zijn

Op het dorpsfeest komen we nota bene een oud-vrijwilliger tegen, die een paar jaar geleden heeft overwinterd op de Termas. Is dat dan wat? Gezellig, jong, hoe gaat het ermee? Hij werkt nu mee op een beginnende boerderij, met een idealistisch echtpaar dat ook ezels opvangt.

“Mensen werken niet meer met ezels, ze kopen liever een tractor. Ezels beginnen nogal overbodig te worden”, zegt Gino, “ze hebben er nu 6. Ze proberen een goed tehuis voor ze te vinden, bijvoorbeeld door ze hierheen te brengen op zo’n dorpsfeest.”

Ja, dat heb ik ook gemerkt.

Een paar jaar geleden ging ik mijn kinderen naar school brengen, en wist ik direct dat het marktdag was: er reden ineens allemaal ezelkarretjes over de weg

En nu?

Geen één meer.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik raakte aan de praat met de vrouwelijke helft van het idealistische echtpaar. Ze klaagde over het gebrek aan belangstelling voor opvang van al die overbodig geworden dieren, en vertelde een paar schrijnende verhalen over verwaarlozing. Er was een eentje, die een jaar lang alleen in de stal gestaan had, en maar een keer per week een bak voer kreeg. Ze hadden haar ongeveer uit haar eigen poep moeten opgraven. En ze was blind aan één oog, maar ze zag er al een stuk beter uit, na een paar maanden opvang.

Ik ben verloren als het om slecht-behandelde dieren gaat

Al heel jong voelde ik dan iets vergelijkbaars met: “Stelletje rotzakken!! Iedereen die zwakker is dan jij, moet je beschermen, niet aanvallen!!”

De vrouw nam me mee naar een veldje met aan de rand een paar bomen. Half in de schaduw stond daar een ezel. Helemaal niet zo’n aantrekkelijke ezel – die beesten hebben als enige op aarde het vermogen om verschrikkelijk alleen staan te zijn. Ze had duidelijk ook geen behoefte aan om geaaid te worden. Het verhaal van Felicia raakte me. Zij en haar echtgenoot probeerden er van alles aan te doen dat deze overbodig geworden beesten een goed tehuis kregen.

Kun je zeggen dat dit een impuls-aankoop is?

Ik hoefde alleen het vervoer te betalen, toch nog een paar honderd euro. We doopten haar Esmé. Ze mocht vrij rondlopen, ter compensatie. We hadden in allerijl een stal voor haar geimproviseerd. Het was zomer, dus voorlopig was er niets aan de hand.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik vond een adresje voor stro. De stroman, senhor Cunha, kwam direct met een veel te hoog gestapelde pickup, blij dat hij weer een nieuwe afzetmarkt gevonden had.

Esmé heeft wel wat te lijden gehad onder onze onervarenheid

Misschien kun je ook zeggen dat het haar karma was … maar op een mooie ochtend werd ik opgeschrikt door het geschreeuw van Anneke, de vrijwilligster die er op dat moment was. “Ellen, Ellen, kom snel, Esmé ligt in de sloot!”

Ach, heer, nee hè!

Op zo’n moment ben je heel snel, dus twee seconden later stond ik op mijn pantoffels in de modder naast het water. Het koppie van Esmé stak er nog net boven uit. ‘t Is geen diepe sloot, maar doordat ze geprobeerd had er weer uit te komen, en je het met die hoefjes alleen maar erger maakt omdat je geen opppervlakte hebt, was ze steeds dieper in de modder weggezakt.

Hoe lang had ze daar gestaan? Ze was dwars door de rietkraag heen gelopen, gevallen, enfin, het was geen tijd om dat nu eens uitgebreid te gaan analyseren

Hoe gaan we haar er weer uit krijgen?

Anneke was heel dapper, trok haar trui uit en ging in haar b.h. voorzichtig de sloot in. Het was inmiddels einde februari, maar gelukkig een warme zonnige dag. Het water stroomt uit de bron, dus dat is tegen de 30º. Het was dus niet koud, maar wel nat en modderig.

Mijn inderhaast aangetrokken kaplaarzen stroomden onmiddellijk vol, toen wij allebei naast Esmé ook de modder inzakten

“Dit schiet niet op”, zei Anneke, “we zullen iets anders moeten verzinnen.”

Tja … makkelijk gezegd, maar wat dan?

“Ik zou de brandweer kunnen bellen”, opperde ik, “ze halen toch ook poesjes uit bomen? Hopelijk dan ook ezels uit sloten?” Anneke hees zichzelf moeizaam aan de kant: “Het valt te proberen. Het gaat ons zo niet lukken.”

Esmé stond inmiddels onverstoorbaar te lijden.

Binnen een half uur stonden er 3 mannen met een dik pak aan en een terreinwagen naast de plek des onheils. Ze overlegden even met elkaar, en takelden vervolgens een grote brandslang van de wagen af. Anneke ging heel dapper weer de sloot in met de slang, om die onder de buik van Esmé door te halen.

De brandweermannen keken met genoegen toe, en wij realiseerden ons plotseling dat ze nog steeds in haar b.h. rond liep …

Met 3 sterke mannen, een electrische katrol en een dikke brandslang was het zo gebeurd. Hèhè! Wat een opluchting. Het arme beest kon niet op haar benen blijven staan, maar dat moest ze wel.

Eerst eens goed afdrogen en warm wrijven!

De bloedcirculatie weer op gang helpen. Anneke, inmiddels weer in trui, en ik, gewapend met een enorme stapel handdoeken, gingen met de traumaverwerking aan de gang, terwijl João, Tiago en Pedro de slang weer op de wagen takelden.

Binnen een uurtje lag onze Iejoor uitgeteld in de zon bij te komen. Ze had een bittere, maar berustende uitdrukking op haar gezicht.

Een ezel is op de wereld om te lijden ….

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

.

U/ DE CONCURRENT MAAIT HET GRAS VOOR JE VOETEN WEG

Een jaar na de scheiding, een jaar in m’n eentje opereren voelde dat wel erg alleen. Natuurlijk was er de steun en de hulp van mijn onovertroffen familie en vrienden, maar in het leven van dag tot dag waren er veel beslissingen alleen te nemen.

Nu is dat ook weer niet zo’n punt, want ik kan wel goed alleen werken, maar helemaal alleen en altijd alles is misschien weleens een beetje veel.

Natuurlijk waren er altijd mensen. Mijn twee zoons waren er, hun vrienden woonden hier bijna letterlijk, en dan alle vrijwilligers nog

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Maar da’s niet hetzelfde als een gelijkwaardige partner waar je ‘s even mee kan overleggen. Die snapt hoe het buitenlandersleven in Portugal in elkaar zit.

Die niet gelijk komt aandraven met van allerlei merkwaardige oplossingen die hier helemaal niet gaan werken, of waar je het geld, de tijd of de energie niet voor hebt.

“L! Er stopt een auto!” roept Lena, de jongste vrijwilligster. “Ja, dat gebeurt wel vaker!” roep ik terug, “dat komt meestal vanzelf wel voor mekaar. Het zullen wel portugezen zijn die even komen kijken, of water halen.”

Er komen altijd mensen langs, veel portugezen die weer ‘s even komen kijken naar de Termas, omdat ze hier vroeger als kind met de hele familie gelogeerd hebben. Para matar saudades – om hun heimwee te doden, letterlijk vertaald.

Als ik daar achteraan moet lopen, heb ik een dagtaak.

En het bijbehorende verhaal heb ik al een keertje of duizend gehoord, dus dat ken ik nu ook wel. Er zitten soms hele leuke ontmoetingen bij, maar ik kan niet altijd alles uit m’n handen laten vallen omdat er een auto met nieuwsgierigen stopt.

Maar dit keer moet ik wel alles uit m’n handen laten vallen, want het zijn geen heimwee-dodende portugezen, het zijn nederlandse collega’s uit het oosten van het land

Ze hebben daar een camping, en hebben van de Termas gehoord, dus ze komen eens even poolshoogte nemen.

Gezellig! Dat is leuk bezoek.

Zoveel jaar geleden werkte het nog zo.

Als er een nieuw nederlands initiatief geopend werd ergens, wist elke andere nederlander ervan. Tenminste, in deze streek, in de Beiras – midden-Portugal.

“Jullie zijn al een tijdje bezig hè?” vraagt Maaike met haar zachte stem. Het is niet zo makkelijk om haar te verstaan in al het rumoer, er zitten nogal wat mensen om de tafel.

We hebben er maar direct lunchuur van gemaakt: “Eten jullie een hapje mee?”

Haar echtgenoot is het tegenovergestelde, en is uitstekend te horen over de hele tafel heen.

Maar mijn familie is er ook, en aangezien wij gewend zijn om ons verstaanbaar te maken in een grote groep, valt hij niet erg uit de toon. Iedereen klikt prima met elkaar zo te merken, dus mijn gastvrouwelijke conversatiestimulatie mag in de doos blijven.

Na de lunch maken we een rondje door het dorp

We zijn op het moment bezig om de laatste hand te leggen aan Casa Oliveira, dat komt als laatste aan de beurt. Dirk en Maaike zijn onder de indruk, ze vinden het heel dapper. Dat snap ik niet, ik loop nog steeds over van enthousiasme.

Als ik nu terugkijk, vind ik het eigenlijk ook wel heel dapper.

“Kunnen we een nachtje blijven slapen?” vraagt Maaike, “het is best een eind rijden, en dan kunnen we wat meer op ons gemak doen. Ik hou er niet zo van om in het donker te rijden. En … “ ze houdt aarzelend op, maar ik geloof dat ik wel begrijp wat ze bedoelt: “misschien wil je ook een stukje mee mozaieken?

Dan hebben we daar tijd voor, vanmiddag of morgenochtend.”

Ik maak een uitnodigend gebaar naar de beginnende sterachtige vorm die op het plafond van de badkamer van Oliveira moet komen

“Ja, leuk!” antwoordt ze enthousiast, “even met Dirk overleggen.”

Dirk is in een technisch gesprek met mijn zwager verwikkeld over het voor en tegen van motormaaiers en zitmaaiers.

“Wij hebben 30 hectare te onderhouden, en allemaal heuvelachtig, dus ik kan wel met die dingen overweg!” buldert hij, waarop Leo zegt: “Nou, dan is dit grasveldje een plakje cake natuurlijk. Ik zou een zitmaaier willen, maar …”

“Wacht maar ‘s even af!” roept Dirk, “dit terrein hier is in 2 uur als een engels gazonnetje. Even met Maaike overleggen – dan blijven we hier vannacht.”

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Nou, dat was makkelijk dan. We gaan een kamer in orde maken, Dirk van wat werkkleding voorzien, en Maaike de beginselen van het mozaieken bijbrengen.

Het waren heel gezellige dagen. Wie maakt mee dat z’n “concurrent” z’n kampeerterrein gaat maaien, en meehelpt met het afmaken van je badkamer? Dat mag je toch wel bijzonder noemen

Het zette me aan het denken, en blijkbaar gebeurde er nog veel meer onbewust van binnen, want de volgende ochtend werd ik wakker met een prachtig idee.

Concurrentie, hoezo? Samenwerking, dat moet het wezen!

Ik ging het internet op om eens naar gelijkaardige projecten te kijken, en daarmee werd het idee als een riviersteentje geslepen. Het werd ronder en ronder – een vakantiebestemming in elke provincie van Portugal. Dat had ik samen met mijn zoons op het schooltje geleerd, dat zijn er 10.

Ik had al snel een lijstje van kandidaten.

Die wisten nog van niks, maar de eerste was snel over de streep. Casa Pombal in Coimbra deed mee

Ik kende nog een stel uit Rotterdam die ergens in de Douro streek een guesthouse was begonnen, die ook enthousiast werden bij het idee om een samenwerking te beginnen. Else van Pombal kende weer een stel in de buurt van Lissabon, en wij samen wisten nog een adres aan de voet van de Serra da Estrela.

In geen tijd was de Portugal Hospitality Groep geboren

De eerste vergadering was chaotisch en nauwelijks voor te zitten. Iedereen kletste de hele tijd door elkaar – over the moon bij al die herkenning en wederzijds begrip. “O, jullie ook?” “Ja, ken je dat?””Ja, ja! Hebben jullie dat ook zo gedaan?” “Och, die vergunningen, dat duurt gewoon, daar moet je je tijd voor nemen … maar inmiddels hebben wij wel gedraaid. Als je daarop moet wachten, ben je allang failliet!” “O, praat me er niet van!”

“Ja! In het holst van de nacht bellen ze gewoon met: “Diga-me uma coisa …. als ik het nog 1 keer hoor!”

En grappen die alleen een nederlander-in-portugal kan begrijpen

De groep groeide snel, ik was gedreven om in elke provincie een bestemming te bieden. In Trás-os-Montes viel het niet mee.

Niet voor niets ging elke Portugees daar weg: “Nove mêses inverno, três mêses inferno.” – wat betekent: 9 maanden winter, 3 maanden hel.

Nog niet eens zo lang geleden liep de gemiddelde portugees daar blootsvoets vanwege de armoe, omdat het niet eenvoudig was om er iets te laten groeien. Het is het begin van de spaanse hoogvlakte, daar is ook helemaal niets. Een enkele indrukwekkende Sandeman-reclame, maar landbouw – ho maar.

De samenwerking was een heel belangrijk ingrediënt van mijn alleenstaande-ondernemers-bestaan

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Het gaf troost en steun, een boel humor, leuke contacten en een boel te doen.

Het heeft eigenlijk nooit zoveel opgeleverd, financieel gezien, maar het was zo ontzettend leuk om te doen. De jaarvergaderingen waren een happening.

Jammer dat het uit elkaar gevallen is. We hebben het lang volgehouden.

Samen sta je sterk.

.

V/ VERKLEEDKAMER

“OK, afgesproken dan! Maak je maar geen zorgen meer, het komt allemaal voor elkaar”, zeg ik geruststellend, ter afsluiting van het telefoontje, en klik ‘m weg.
“Godallemachtig, is me dat wat!”, verzucht ik tegen Jela, die me verwonderd zit aan te kijken. “Wat is er gebeurd?”, vraagt ze met haar zachte stem: “Iets ergs?”
“Dat was Eelco. Ik ken Eelco en Silke nog niet, alleen via de mail. Ze zouden in oktober komen vrijwilligen, maar hij belde of ze nu al konden komen. Hun camper is omgekieperd op de snelweg. Ze staan nog te trillen in hun sokken van de schrik.”, leg ik uit en Jela’s ogen worden er ook groot van.
“Omgevallen? Wow, dat lijkt me heel eng! Mogen ze blij zijn dat de snelweg hier over het algemeen niet druk is!”
“Zeker, want het gebeurde op de linkerbaan. Alles uit die camper lag over de weg, maar zij hebben gelukkig niks. Tamelijk ongelooflijk. We zullen het hele verhaal wel horen morgen.”

Tuurlijk zijn zij welkom. Je zegt toch geen nee als zoiets met iemand gebeurt?

Maar het was inmiddels wel een grote groep, de grootste groep vrijwilligers ooit. Tien man sterk. De een nam een vriend mee, de ander kwam wat later, dit stel kwam wat eerder.
Heel gezellig hoor! En er werd ook veel geverfd en geschrobd en gedaan. Eelco en Silke waren al snel over de schok heen en maakten zichzelf heel nuttig met het verven van deuren en het koken van heerlijke maaltijden voor iedereen.

’s Avonds werd er altijd lang nagetafeld en er werd gespeeld en gezongen in de Koepel

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Twee gitaristen, een boel kaarslichtjes en een goede akoestiek – dan heb je al snel een geweldig sfeertje.
Met een boel vrijwilligers altijd en in de zomer een boel gezinnen met kinderen, was het vaak druk in de Verkleedkamer. Je kunt een hoop pret hebben met een paar kasten vol bijzondere kleding en hakken – er zijn prachtige modeshows gehouden, feestjes en voorstellingen.

Het begon met het uitpakken van de laatste dozen

Daar zat mijn (theater)kleding in, m’n stadse hakken, leuke jurkjes, mooie hemden – allemaal dingen die je helemaal niet nodig hebt als je een dorpje aan het verbouwen bent.

Vrijwilligster Arleen wilde heel graag een vloermozaïek maken van de tegels die we pas gescoord hadden bij de tegelfabriek. Ze had een klein kamertje op het oog, boven in het badhuis en zou dan ook de muren daarvan rood en paars verven.
Toen ik bedenkelijk begon te kijken bij die kleuren, zei ze: “Je zult zien, het wordt prachtig! En als je het niet mooi vindt, dan verf ik het zó weer wit. Erewoord.”

OK. Prima dan. De vloer werd zeker prachtig en de kleuren vielen niet tegen.

Met al die kleurige kleren, kanten frutsels, hoge hoeden en een heel rek met schoenen was het een mooi kleedkamertje geworden.

De naam kwam er achter elkaar achteraan: De Verkleedkamer

We vierden de aanwinst met een gezellig avondje met veel verschillende outfits en uitdagend geloop door de lange brede gangen.

Tegenwoordig zit de Verkleedkamer beneden in het badhuis, naast de ingang. Met de verhuizing is er wat geschift, en zijn er zakken vol weggegaan.
Ik draag weliswaar zelf eigenlijk altijd meer praktische kleding – die typisch Portugese steentjes zijn bepaald niet uitnodigend om je hoge hakken aan te trekken – maar de Verkleedkamer was wel altijd een goed excuus voor de aanschaf van een bijzonder jurkje, jasje of een paar mooie schoenen.

Een van de redenen om te verhuizen was omdat het veel te veel geworden was – het puilde uit het kamertje.

Er is altijd wel wat te vieren of te doen

Zodra er een groepje vrijwilligers is, gebeuren er aardige dingen. Zo hebben we ooit de uitslag van een prijsvraag in ons jubileumjaar op de site gezet.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wij hebben er een boel pret mee gehad en de winnaars hebben zich niet onbetuigd gelaten. Toen ze hun gewonnen week kwamen vieren, is er ook druk gebruik gemaakt van de Verkleedkamer!

Twee vrouwen die elkaar hier leerden kennen en het erg goed met elkaar konden vinden, hebben een serie gemaakt die niet zou misstaan in een galerie

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Dat wil zeggen, als kunst ook humoristisch zou mogen zijn.
Er zijn een paar films gemaakt, omdat er toevallig iemand met een camera logeerde. Dan is het feit dat de camera er is en al die hoedjes, brillen, jassen en kettingen voldoende reden om bij iedereen de inspiratie te laten stromen.

Er zijn spontane barbecues met zang en dans ontstaan en een spooky voordracht van de klassieker “De tuinman en de Dood”.

Een “Alice-in-Wonderland-diner”, waarbij iedereen tenminste een hoed op moest hebben. Het is inmiddels te veel om op te noemen.

Komende zomer komt er tenminste één gezin speciaal vanwege de Verkleedkamer. Een goede reden om naar Portugal op vakantie te gaan, of niet soms?

.

W/ ONZE EIGEN ZONNEKONING

Ineens stond-ie voor m’n neus, op een frisse zondagavond, terwijl ik wat zat te suffen achter mijn computer en plannen maakte om vroeg naar bed te gaan.

Een man met een missie, want hij begon te praten in rap portugees, en hield er niet meer mee op.

Nu ben ik dat wel gewend, want portugezen zijn praters, maar dit ging in zo’n tempo, dat ik direct weer wakker was – klaar om antwoord te geven op zijn vragen

Korte antwoorden weliswaar, want hij wou alleen maar weten of ik weleens kookte (“Ja, natuurlijk”) en of ik dat op gas deed (“Ja, natuurlijk – ik begon me af te vragen of ik hier met een vertegenwoordiger van doen had) en of ik geinteresseerd zou zijn in koken op zonne-energie (“Ja, natuurlijk”).

Volkomen verbluft keek ik toe, hoe hij een stoffen tasje van zijn schouder haalde, naar de grote tafel liep, waar mijn zoons en hun vrienden eveneens verbluft toekeken, gestoord in hun gezellig-gewelddadige computerspelletje.

“Olhe à isso” zei hij op goochelaarachtige wijze, en toverde een kartonnen doos uit zijn tas

Pfoe, daar waren wij erg van onder de indruk …. de jongens gniffelden sardonisch, en keerden terug naar hun moord-en-doodslag. Zij hadden betere dingen te doen.

Ik beNgon daar inmiddels ook aan te twijfelen, maar deze man zag er niet uit als een vertegenwoordiger.

Portugese verkopers zitten altijd strak in het pak, dit was meer een universitair type

Later bleek, dat ik er niet naast zat, hij was ingenieur op de universiteit van Faro, en doceerde daar iets met energie. Het precieze heb ik er nooit van geweten, want hij was zo bevlogen en enthousiast over zijn zonne-energie-project, dat ik nooit de kans kreeg om twee zinnen achter elkaar te zeggen.

Hij vouwde de kartonnen doos open. Het bleek een prisma

Het was een model voor je eigen zonne-energie-keukentje, en het zat ingewikkeld maar ingenieus in elkaar. Het prisma moest je beplakken met spiegelend folie, in de zon en uit de wind zetten, en daar dan je zwarte pannetje met eten in.

Het pannetje moest per se zwart zijn, en het moest verpakt in twee glazen schalen. Voor dat doel had Celestino, onze Zonnekoning – die bijnaam lag nogal voor de hand – twee kapotte wasmachines van hun glazen deurtjes ontdaan.

Ik was inmiddels geamuseerd. Geinteresseerd ook, ja

En of ik naar de workshop wilde komen, die hij het volgend weekend in de zoutvelden gaf. Daar had hij een vriend, die een zoutveld exploiteert, die zijn barak ter beschikking had gesteld.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Celestino had namelijk altijd hier vlakbij, in Alqueidão gewoond, en daar woonden zijn ouders nog steeds.

Als hij bij hen op bezoek ging, ging hij altijd de boer op met zijn prisma en zijn glazen deurtjes en zijn zwarte pannetje.

Het volgend weekend overtrof al mijn verwachtingen

Er was een groep van wel 20 portugese deelnemers, er was een duitse ingenieur, Frank, die met evenveel enthousiasme maar dan op z’n duits, verslag deed van zijn avonturen met allerlei vormen van deze manier van zonne-koken.

Ik zag trechters, schotels, dakpannen met sardientjes in een doorgesneden plastic waterfles, een foliekoker, kisten met een spiegeldeksel, dozen, stervormige prisma’s – alles om de zon in een focus op je pan te krijgen.

Het duurde even, want precies die dag wilde de zon niet graag tevoorschijn komen

Zul je altijd zien. Was niet erg, want als gezegd, portugezen zijn grage praters, en er was voldoende te zien in de zoutvelden. Een barak vol met bergen zeezout zie je niet elke dag. Er werd uitgelegd wat “o flor do sal” is – de bloem van het zout, letterlijk vertaald, en we kregen die over onze sardientjes gestrooid.

Nu ben ik niet een fanatieke fan van sardientjes, maar deze, vers uit zee, langzaam gaar gestoofd in hun dakpan, met bloemrijk zout erover heen, waren heerlijk!

Misschien had het er ook wel mee te maken dat ik inmiddels best honger had, want je moet geen haast hebben met zonnekoken

Aan het eind van de dag vroeg Celestino of ik ook eens een zonnekook-workshop wilde hosten, en ja hoor, dat wilde ik wel. Het was leuk genoeg om daar al die heisa voor over de vloer te hebben.

Zo is het gekomen, dat ik een jaar lang een enorme spiegelende schotel achter de keuken had staan, waar je op mooie dagen zelfs een eitje op kon bakken.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Als je de focus maar goed hebt.

Daar gaat het allemaal om.

Jammer genoeg moest hij weer op tour, en daarna waren mijn bomen zo hoog gegroeid dat de zon er precies op het heetst van de dag achter verdween.

En om nu midden op de weg te gaan staan koken …. dat voert te ver. Misschien is het voor ons, hier in het ontwikkelde West-Europa ook niet zo boeiend om prisma’s te gaan vouwen en moeilijk te gaan doen met pannetjes die met de zon moeten meedraaien.

Hier is het misschien toch een beter idee om van hogerhand voor groene energie te zorgen

Maar voor ontwikkelingslanden, waar er op schaars hout gekookt wordt, is het waarschijnlijk een top idee! Celestino heeft zijn enthousiasme en bevlogenheid dan ook verlegd naar andere continenten. Brazilië en Angola.

Zon volop.

Nu nog de betrokkenheid van de bevolking daar …

.

X/ GETRAUMATISEERDE KIP

Nu we buitenmensen geworden waren, was het tijd om ‘s na te denken over de huisdieren. De jongens wilden altijd graag een hond – en die hadden ze gekregen. Dat was indertijd zeker geen probleem, er liepen er voldoende over de weg.

Vooral in het begin van het jachtseizoen. Dan raakten er een aantal verloren, of ze werden buitengezet omdat ze niet voldeden als jachthond. Hoe vriendelijk Portugezen ook zijn tegen mensen, dat zijn ze vaak niet tegen dieren.

Vooral honden hadden het zwaar

Kettinghonden, als pup aan een boom vastgemaakt, om daar hun hele leven door te brengen. Jachthonden, opgesloten in een krap hok, om twee keer per week voor een paar uur losgelaten te worden om konijnen en eenden op te speuren en te jagen.

Dat is gelukkig verbeterd, vandaar dat ik het voorgaande in de verleden tijd schrijf. Ik meen dat het aanpalende dorp inmiddels kettinghondenvrij geworden is, met de dood van de laatste zielepoot bij de plaatselijke garagehouder.

De jongens hadden hun hond, en nu wilde ik graag mijn hartewens in vervulling laten gaan: een toom kippen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Dat leek me nou zo gezellig. De vorige eigenaar, senhor Foja, had een kant en klaar kippenhok achtergelaten, dat alleen een beetje afgestoft hoefde te worden. Er zat een leghok in, en er was een voordeur, zodat je erin kon om de eieren te rapen.

Er was een stok ingemetseld – ze konden op stok, en door het achterdeurtje naar buiten, de boomgaard in.

Ideaal, zou je zeggen, dus kom maar op met die kippen.

Op de weekmarkt in Louriçal verkochten ze kippen in alle soorten en maten. Vleeskippen, eierleggers, piepklein of helemaal volgroeid. Ik nam natuurlijk een tiental kleintjes, met hun snavels intact. Zoveel wist ik er nog wel van – een kip haar snavel is een heel belangrijk onderdeel. En aangezien ze bij ons van een zo goed als ongelimiteerde vrijheid zouden gaan genieten, was het niet nodig om te voorkomen dat ze elkaar dood zouden pikken.

Hoewel ….

Het duurt een tijdje voordat ze volgroeit zijn, en in die tijd ben je lekker bezig om ze elke dag te voeren en naar hun dagelijkse routine te kijken. Zodra kippen weten waar ze wonen, heb je er geen omkijken meer naar. Op die paar scheppen graankorrels na scharrelen ze zelf hun kostje op, eten gras, nemen zandbaden en lopen de hele dag met elkaar te kletsen. En na een half jaartje zijn ze groot.

Het leukst vond ik, als er één zich terug trok in het hok en een ei ging leggen

Dat is soms echt een hele bevalling, met zuchten en puffen en blazen en steunen en kreunen. Dat weet je allemaal niet, als stads bleekneusje.

Als het ei eenmaal gelegd was, hoorde je haar dan vol verbazing uitroepen: “Wôkwôokwôk! Wôôôôôkwôkwôkwôkwôk!!!!!” – wat klonk als: “Meid!!! Kijk nou toch!! Een ei!! Ik heb een ei gelegd!! Een heel ei!! Hallo! Een eihei! Wôôôôôkwôkwôkwôkwôk! ”

Met als antwoord van de andere meiden uit de boomgaard: “Meid!!! Echt waar??! Wôkwôôôôôkwôkwôkwôkwôk! Wat een wonder! Geweldig!”

En dat dan elke dag. Over in-het-moment-leven gesproken!

Het bleek dat er bij de eerste groep twee hanen zaten.

Dat is niet zo’n goed idee. Een haan is sowieso een beetje een overbodig verschijnsel, behalve als je natuurlijk kuikens wilt, maar die wilde ik eigenlijk niet. Tien kippen is wel genoeg, en die eieren elke dag waren helemaal top. Houwen zo. In mijn onwetendheid had ik niet gevraagd naar 10 meisjes, want kippen kunnen prima zonder haan. Sterker nog: ik denk dat ze het prettiger vinden.

Als een haan zin krijgt in een beetje rollebollen, zie je nou nooit een kip zich een beetje opdoffen en er ‘s aantrekkelijk bij gaan staan

Integendeel, ze maken allemaal dat ze wegkomen. Er is niets lachwekkenders dan een haan die van plan is om een kip te grazen te nemen, en dan de reactie van die kippen. Ze schortten allemaal hun rokken op en hollen heel hard weg.

Uitlokking natuurlijk, maar ach, weten zij veel.

Die twee hanen kregen het met elkaar aan de stok

Toen bleek wat ze met die snavels kunnen aanrichten. Op een ochtend werd ik wakker en keek uit het badkamerraam, en dacht: “Hè? Wat zitten die nou te doen? En waarom is de witte zo rood gespikkeld?”

Er was er één helemaal wit, maar dat was inmiddels een beetje veranderd. Ze waren elkaar gestaag en geduldig tot bloedens toe aan het pikken geslagen. Daar waren ze zo te zien al een tijdje mee bezig. Oi.

De witte ging de pan in. Hij was het ergst toegetakeld, dus hij was de voor-de-hand-liggendste kandidaat.

Niet zo lang daarna struikelde ik ‘s ochtends vroeg over een kip, die er verwilderd uitzag, en op een plek was, waar ze normaal nooit kwam – ze zat op het dorpsplein, waar het verboden voor kippen was. Dat was – en is – onze plek, de plek van de mensen.

Ik probeerde haar op te pakken, en dat liet ze toe

Dat was helemaal raar, want normaal gesproken houden kippen daar helemaal niet van, en hollen ze hard weg. En als ze niet meer weg kunnen komen, dan gaan ze door de knieën, gaan zo plat mogelijk op de grond zitten en spreiden hun vleugels een beetje. Heel aandoenlijk. Dat is zo vertederend, dan ga je ze echt niks meer doen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Deze was heel duidelijk heel erg in de war. “Wat is er gebeurd, poppedijntje?” vroeg ik zachtjes, en streelde over haar veren, “zullen we maar ‘s naar je zusjes gaan kijken?” Ik liep in de richting van het kippenhok, over de patio, door de poort, en daar sloeg de paniek blijkbaar weer toe. Ze kreeg een blik in haar ogen van: “O nee, hier wil ik nooit meer naar toe!” en worstelde zich los. Maakte dat ze weg kwam, terug naar het dorpsplein.

Wat was er in vredesnaam aan de hand?

Tien meter verder zag ik het. Een opengereten kip. Een stuk verder een kip zonder kop. Weer een stuk verder een boel veren. Nog een dooie kip, en verderop veel meer veren, plat gras, en een paar poten. Allemaal vermoord.

Er was er maar één echt weg. “’t Was een vos misschien”, zei de zoon-van-de-herder Josué, die elke dag langskwam met zijn kudde, “of een zwerfhond. Die vinden het geweldig om achter al die vluchtende kippen aan te gaan. ‘t Is jachtinstinct.”

Kippie heeft nog een paar maanden op het dorpsplein gewoond. Om haar nu alleen te laten op die Killing Fields – dat kun je natuurlijk niet doen. Ons eigen trauma-kippie.

.

Y/ MODDER IN DE SLOOT

De sloot moet uitgebaggerd. Dat zou toch een koud kunstje moeten zijn voor een nederlandse, zou je zeggen. Baggeren zit ons in het bloed, dat hebben we al eeuwen moeten doen om in leven te blijven.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Nu is dit niet zo ernstig, dat we moeten baggeren voor ons leven – ‘t is meer dat het bronwater een uitgang nodig heeft. Er zit een enorm diep onderaards meer in onze heuvel, en dat komt van de spaanse hoogvlakte onderaards via een boel lang-uitgesleten waterwegen naar deze delta gestroomd.

En het stroomt dóór.

Door het badhuis naar de Mondego, en dan naar zee.

Als het er hier niet uitkan, dan gaat het wel ergens anders heen. Water laat zich niet tegenhouden

We hebben hier in de Termas-da-Azenha wel 7 uitgangen. Eén is heel stabiel, want de vorige eigenaar, Dom Henrique Foja, heeft heel listig een buis in het onderaardse meer laten aanbrengen. Hoe-ie dat gedaan heeft, en waar precies, weet niemand meer, maar dat is een ander verhaal.

Maar daardoor stroomt er altijd water door het badhuis

Het heeft als aangenaam bij-effect, dat het als vloerverwarming dient. De grote zaal is altijd lekker warm in de winter. Het water komt namelijk met een temperatuur van 30º uit de bron.

Deze uitgang van de bron, waar we het nu over hebben, heeft altijd gediend als wasplaats en watertoevoer voor de moestuin en de boomgaard. De wasplaats is natuurlijk allang in onbruik geraakt, maar de sloot is er nog steeds.

Tenminste … als we ‘m dus gaan uitbaggeren

Inmiddels zou ik precies weten hoe: ik bel senhor Alves, en die komt met zijn grote graafmachine, en heeft dat in een paar uurtjes voor elkaar. Maar toen, we hebben het over 15 jaar geleden, was ik nog veel te veel een stads bleekneusje, dat geen idéé had van hoe het boerenleven werkt.

Onwetendheid levert een boel werk op

Ik ben er dol op om dingen te combineren – de combi die ik in gedachten had zou een echte win-win-win zijn. Ik had namelijk een vijftal jongenstieners rondom de grote tafel in de receptie zitten, die na schooltijd voornamelijk spelletjes zaten te spelen.

Op de computer natuurlijk.

En ik had een aantal vrijwilligers, ook jongens, die hun energie kwijt moesten.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Tel dat op bij een stukje grond, dat nodig een beetje ophoging kon gebruiken, de bak voor het rietfilter daat gevuld moest worden, en mijn onwetendheid, en mijn sloot, en je hebt een paar leuke dagen te pakken!

We doken de sloot in met z’n allen. Letterlijk

Het was niet diep – logisch, hij moest uitgebaggerd. Ik begon op een plank, maar dat veranderde al snel. Gewoon je kaplaarzen laten vollopen en dan de modder in werkte veel beter. Op m’n blote voeten durf ik niet in verband met de angst voor de aanwezigheid van een paar kleine familieleden van het monster van Loch Ness. Een paar man op de kant met kruiwagens, een paar in de sloot, en binnen de kortste keren zat iedereen onder de modder.

Nu is het geneeskrachtig bronwater, dus dat kon geen kwaad. Het is altijd een kuuroord geweest, allemaal helemaal officieel, met een dokter en een balie, medische dossiers, vergoed door de verzekering – de hele mikmak.

Veertig jaar geleden was het hier een drukte van belang in het seizoen. Iedereen met uitslag, pukkels, eczeem en bultjes in het bad.

De dokter schreef altijd een oneven aantal baden voor, behalve 13. Dat zal bij het pakket gehoord hebben, vermoed ik. Met z’n allen naar buiten, gezonde lucht, uit je normale leven, elke dag in het geneeskrachtige water, en ‘s avonds dansen en zingen en de rode wijn drinken die hier geproduceerd werd.

Daar wordt zelfs de ernstigste zieke beter van

De buurman-boer had me weleens verteld, dat hij voor de grap met zijn grote machine een sloot had laten leeglopen – een beetje omslachtige manier van paling vissen – en na het rondspartelen in de modder om die palingen te pakken te krijgen had gemerkt, dat de wondjes op zijn handen wel heel snel wegtrokken.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wij kwamen geen palingen tegen, gelukkig. En ik kan me niets herinneren van snel-genezende wondjes, maar gezond was het vast! We hebben dikke pret gehad, veel gelachen.

Het was zeker een win-win-win-win! En dan ook nog een goeie herinnering.

.

Z/ Een kind kan de was doen!

Termas-da-Azenha was ons 3e project. De eerste twee keer waren de onderhandelingen mislukt. Onderhandelen over een pand in het centrum van Porto, op A-lokatie Praça da Liberdade, vlakbij het oude en prachtige station São Bento.

Wij wilden de eerste twee verdiepingen van het oude pand huren

Het was een galerie geweest, maar dat liep niet meer. Vader had het bijltje erbij neergegooid, of de zoons hadden er geen zin meer in – hoe dan ook, ons “team” in Nederland zat erop, Heineken had belangstelling om poot aan de grond te krijgen in Portugal, en ik was als verkenner vooruit gestuurd.

Inmiddels hadden we een makelaar leren kennen, Zé, waar ik het goed mee kon vinden. Hij zorgde ervoor dat ik bij zijn kantoor als “makelaar” aan de slag kon. Makelaar tussen haakjes, want ik had nog nooit gemakeld, en wist er ook eigenlijk niet zo heel veel van. Bovendien sprak ik de taal heel magertjes, toch een belangrijk puntje als je verkopende Portugezen zover wilt krijgen dat ze bij jouw kantoor tekenen.

Met Zé zijn hulp makelde ik gezellig voor zoete koek mee

Mijn enthousiasme maakte veel goed. Ze noemden me Senhora Simsim op dat kantoor.Ik reed de hele week op en neer, sprak met iedereen zo goed en zo kwaad als dat ging, en lachte veel.

Maar ‘s avonds huilde ik ook weleens ….

Het was niet makkelijk om mijn twee zoons achter te laten bij hun vader. Ze waren nog maar net 5 en 7, en dan is Portugal heel ver weg! In die tijd had je nog geen whatsapp, skype, facetime of wat voor mogelijkheden je nu hebt om heel makkelijk en goedkoop met elkaar in contact te blijven.

Bellen was ongelooflijk duur, dus het enige was eigenlijk mailen. En ze kwamen in de vakantie natuurlijk! Dat was feest, maar ook wel weer wennen opeens.

Ondanks het team dat er bovenop zat, Heineken die het wel zag zitten en goedlachse ik, ging het niet door. Het duurde best nog een tijdje voordat we dat in de gaten hadden, want Portugezen zijn heel beleefd. Ze zeggen niet: “Nou, doei, dat zien we zo echt niet zitten hoor, jullie willen wél het onderste uit de kan!”

Ze blijven gewoon doorgaan, alleen duurt het steeds langer voordat er een antwoord komt. Steeds langer … steeds langer …. totdat het in de vergeetput belandt

Het volgende project was achteraf gezien duidelijk te hoog gegrepen. Ik was inmiddels weer terug in Nederland (gelukkig!) en mijn inmiddels ex stuurde eindeloos lange mails naar de verkoper, naar de makelaar, en naar de burgermeester van Figueira.

Ik was weliswaar verliefd geworden op het huis, maar het was veel te sjiek. Ik maakte me zorgen over dat ik daar continue in mantelpakjes zou moeten rondlopen, vanwege het snob-gehalte van de gasten, en dat de kinderen veel te veel herrie zouden maken (gezonde hollandse energieke jongetjes als ze waren, en dol op schieten), en hoe zou ik – zeker die eerste tijd – de was moeten doen?

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Idiote zorgen kun je je maken

Die was was voor mij echt een punt. We zouden moeten improviseren de eerste tijd – prima, dat had ik in dat half jaar alleen ook al volop gedaan, maar zonder water, zonder wasmachine, hoe ga je dat redden met die mantelpakjes? Om over al die vuile kinderkleren maar niet te denken.

Nogmaals: het was een andere tijd, toen! We hadden al een paar nederlandse portugezen ontmoet, die witgoed naar Portugal exporteerden. Er was voor 2000 in het hele land amper een supermarkt te vinden. Wasmachines, koelkasten en dergelijk spul waren schaars en heel duur.

Het zijn allemaal dingen die je bezig houden tijdens het proces van emigratie. Hoe doe je dit, hoe regel je dat, hoe komt het daar, en hoe kom je er daar aan? ‘t Is inmiddels een stuk eenvoudiger geworden, dit is echt “oma vertelt”. Maar keiharde werkelijkheid voor ons indertijd.

De burgemeester van Figueira kwam op ideeën door die eindeloze informatieve mails van mijn ex

Hij kocht het zonder toestemming van de gemeenteraad op eigen titel, en verkocht het onmiddellijk door aan de gemeente. Merkwaardige manier van doen, en nog merkwaardiger was, dat wij dat bij toeval ontdekten.

Toen schoof ik effen de vergeetput in. Al je werk voor niks. Dik een jaar het putje in. Wel alle donders! Die stomme portugezen! Geen haar op m’n hoofd – niks emigreren – laat ze de rambam maar krijgen.

Dat duurt even, dat rouwproces.

Al met al heeft het 5 jaar geduurd voordat we eindelijk in de 17 meter lange vrachtwagen onze ouwe trouwe singel afreden, nagezwaaid door alle buren

De was zou in de Termas geen probleem zijn: er stroomde 1500 liter zuiver mineraalwater per uur door het badhuis, en dat had nog een temperatuur van 30 graden ook. Opgewarmd door moedertje aarde in het natuurlijke en diepe reservoir in onze heuvel.

Het water is altijd een wezenlijk onderdeel van de Termas geweest, en ik denk echt dat het het hele emigratieproces een flink stuk makkelijker gemaakt heeft.

Improviseren is geen punt, als je elke dag kunt poedelen in lauw water, als je emmertjes bij de vleet kunt tappen, als je een sok in de afvoer kunt stoppen en je maakt een bad vol schuimend sop. We hadden er soms nog muziek bij ook!

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Fijn dat het niet het centrum van Porto geworden is, of de mantelpakjes in Maiorca. Heel fijn dat het het overvloedig aanwezige water in Termas-da-Azenha geworden is.

Zo kan een kind de was doen!

.

Dank voor het lezen van deze memoires, ik hoop dat het je geamuseerd heeft. 

Hele speciale dank aan alle vrijwilligers, vrienden, familie en gasten die deze plek gemaakt hebben tot wat het is – een oase ergens tussen hemel en aarde.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z