Ik vertrek van A tot Z deel 3

Q/  BRAND

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

 

“Laten we maar gaan eten, jongens, het is klaar en het heeft toch geen zin om naar de lucht te gaan zitten staren.” Iemand is zo te horen heel praktisch en heeft groot gelijk. De lucht is weliswaar dreigend en donker, met een boel torens van donkergrijze wolken en het onweer komt steeds dichterbij, maar wat kunnen we eraan doen?

.

Zo heftig hadden we het hier nog niet meegemaakt

Hoewel, niet helemaal, want: “We hebben alle stekkers eruit, overal, volgens mij zijn we niks vergeten”, zegt Miguel als hij samen met Hans binnenkomt. Ze hebben alle huisjes gecheckt en alle stekkers eruit gehaald. Het onweer komt dichterbij en met die bovengrondse leidingen moet je oppassen. De bliksem kan inslaan en dan krijg je een enorme overspanning. Daar is niets tegen bestand.

Een chaotisch diner. Waar is iedereen?

Ons dorpje is wat ontregeld. Dit is de eerste keer in jaren

In Nederland wil het wel eens onweren als het zomer is en zo’n drukkend warme dag, maar hier is het heel anders. En nu, de eerste keer onweer na 6 jaar in de Portugese buitengebieden, met die bovengrondse leidingen waar zomaar de bliksem in kan slaan, is het gelijk goed raak!
Waar zijn mijn jongens? Ik ben een beetje nerveus, in de bonen, waar zijn me jong, als er dingen misgaan gaan, wil ik wel graag weten waar ze zijn.

De jongens zijn net nog gezien, ook een beetje in de bonen en van de wap, maar dat komt minder door het onweer maar meer omdat ze cold turkey van achter het beeldscherm getrokken zijn

De receptie is het epicentrum van die activiteiten. Alles komt daar binnen en alles is daar opgesteld. Aan de ene kant is natuurlijk de receptie, “het kantoor” – het heilige der heiligen, met de werkcomputer en alle paperassen, verboden voor iedereen en zeker voor speelse, drukke jongens en hun vriendjes. Zij hebben het andere, grootste, deel van de 75 vierkante meter in gebruik en daar staan een paar luie banken met 3 televisies: 1 met de videorecorder, 1 met de DVD-speler en 1 met televisie.

We schrijven 2006, tien jaar geleden nog maar

Inmiddels is video historie, maar toen was het nog springlevend. En aangezien ik voor vertrek een heleboel video’s had opgenomen, o.a. als remedie tegen eventuele heimwee, was de voorraad zelfs na 6 jaar Portugal nog steeds in gebruik.

De weergaloze zondagochtendtelevisie van de VPRO, veel Klokhuizen, films en wat cartoon-actieseries die door de ouderlijke keuring gekomen waren. Als ik me ergens op voorbereid, doe ik het goed, al zeg ik het zelf.

Maar goed, wil je die spullen heel houden, dan moet je dus zorgen dat alles uit het stopcontact is als het onweert. “Kom, laten we maar naar boven gaan, het eten wordt koud” zucht ik en probeer het noodweer te vergeten. Twee seconden later duik ik als een juffershondje in elkaar, de bliksem kraakt precies boven ons en de donder volgt er onmiddellijk op. Geen noodzaak om te tellen, we weten waar het zit.

Ok, we gaan gewoon lekker eten … Maar waar zijn de kids??

Alle vrijwilligers zijn er, de familie B., de enige betalende gasten op het moment – iedereen is er. Waar zijn Fausto en Broes? De bel heeft geluid, twee keer zoals gewoonlijk … je kan het niet missen. Hij belt de doden uit hun graf.

Ah! Daar komt Broes!

“Ik ging even tv kijken maar er kwamen allemaal sterren uit het stopcontact dus ik heb ‘m maar weer uitgedaan”, zegt hij mismoedig.

“Heel goed Broes, goed gedaan, we kunnen beter eerst eten, het zal zo wel weer overgaan”, en in de consternatie probeer ik als een kip haar kuikens bij elkaar te houden.

Als iedereen eindelijk zit, proberen we allemaal heel erg te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is en dat lukt best redelijk. En het onweer gedraagt zich ook heel vriendelijk en trekt wat weg.

Maar waar is Fausto toch?

Ik kan nu niet weer weglopen van tafel, ik zit net zo gezellig te doen alsof er niks aan de hand is.

Met het afruimen, op de buitentrap naar beneden, ziet André ineens een zware zwarte rookwolk uit de receptie komen.

“Tjezis!” schreeuwt hij panisch, “BRAND! DE RECEPTIE STAAT IN BRAND!!!”

Wat er verder met de vuile borden gebeurd is, weet ik niet, want één tel later staan we voor de deur. Voor de dichte deur. Er zijn twee ingangen en bij de ene, die dicht is dus, komt de rook eruit. Als ik probeer via de andere deur binnen te komen, loop ik tegen een stinkende zwarte dichte rook op, die me weerhoudt om normaal te ademen.

Alle theorie die ik over BRAND! weet, schiet door mijn hoofd

Met een lap voor m’n mond probeer ik kruipend naar binnen te komen, want André blijft maar roepen: “Ik hoor wat! Er is nog iemand binnen!” “Bel de brandweer!” En ja, dat lijkt me inderdaad verstandiger dan zo´n rookhol binnen te kruipen, om … wat te doen?

“Zit Fausto nog binnen?” vraagt iemand en hoewel ik geen seconde geloof dat hij daar binnen zit, want het is niks voor Fausto om dan niet van zich te laten horen, wil ik toch liever geen risico nemen.

De brandweer zegt dat ze er binnen 10 minuten zijn. Iedereen staat op straat, en André heeft inmiddels een balk gevonden waarmee hij de deur wil inbeuken. Hij lijkt de grond niet meer te raken, zo gespannen is hij. Iemand anders breekt het raam, maar dat heeft als enige resultaat dat het glas met levensgevaarlijke punten in de sponning staat en het nog steeds onmogelijk is om binnen te komen.

Mensen komen met emmers water aangelopen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

“Nee, nee! Geen water bij een electriciteitsbrand!” roep ik wanhopig, “niet doen, niet gooien!”

De straat staat vol, André beukt nogmaals met volle kracht tegen de deur, “ik hoor iemand schuifelen!” waardoor de paniek nog wat toeneemt.

De deur begeeft het, de goden zijn geloofd en gedankt, iemand gooit toch een emmer water naar binnen, maar een ander heeft een brandblusser bij zich en zijn hersens aan, want voordat de brandweer met gillende sirenes de bocht omscheurt, is het vuur gedoofd.

Of vuur, het was meer rook dan wat anders. En daar komt Fausto aangebanjerd: “Hee, wat zijn jullie nou weer aan het doen?”

De brandweer legt het later uit, op zo’n gezellige professionele manier

“Je tv is eigenlijk niets anders dan een bom in je huiskamer, en wacht op de gelegenheid om in één keer een heleboel elektriciteit naar binnen te slorpen, zodat-ie lekker kan gaan smeulen, en daar krijg je die vieze rook van. Met onweer dus altijd ….?”

“Desligar tudo”, vul ik braaf aan, “sim senhor Comandante, fizemos, é só que …” maar welke uitleg dan ook gaat verloren in het gejuich en gedoe en gewoel.

Fausto wappert iedereen knorrig van zich af – wat moet dat, hij was gewoon nog in huis, had de bel niet gehoord, wat is dit voor een gedoe allemaal?

De brandweerlieden vonden ons heel dapper, om zelf actie te ondernemen in plaats van hulpeloos af te wachten.

Met die pluim en van alle kanten “Hoe zeg je bedankt in het Portugees? Obligrodo, senjor!” en veel gezwaai en opgelucht gelach werden ze uitgeleide gedaan

André zat witjes om de neus op de trap, te bekomen van zijn uitbarsting van adrenaline. Hij had nogal wat van die vieze rook ingeademd en moest maar even met de ambulance naar het hospitaal. Voor de zekerheid, effe checken.

Uurtje later was hij weer terug en werd de feestvreugde compleet. Het viel al met al nogal mee, een televisie, de videorecorder en een tafeltje verbrand. Dat gaan we morgen wel zien. Hèhè!

André was de held van de dag en werd aan alle kanten geprezen voor zijn dappere optreden. Hij was er echt van overtuigd geweest dat hij iemand had gehoord daarbinnen en had gedacht dat het Fausto moest zijn. Dat hij al niet meer goed kon ademhalen of buiten bewustzijn was geraakt.

Fausto vond dat maar een idioot idee. Alsof hij daar zou blijven zitten als de boel in de fik stond!

Diep in m’n hart was ik het daar wel mee eens. Niet veel kans dat je ergens blijft, als er van die smerige rook om je heen komt te hangen. Dan heeft iedereen zoiets van: hee, er is iets aan de hand …

Maar goed, eerst maar eens even zitten en vieren dat het zo goed afgelopen is. We hebben geluk gehad, goed dat je alle stekkers eruit hebt gehaald, fijn dat je het zo snel gezien hebt – het hele geval werd van alle kanten bekeken en geanalyseerd en iedereen had het reuze naar z’n zin.

Tot de volgende dag … Weleens een huis gezien na een brand?

Nou ja, brand kon je dit eigenlijk niet noemen, meer een rookbom. Alles was zwart, grijs en vettig.

We gingen er met z’n allen tegenaan. De boel werd leeggehaald en gesorteerd, schoongemaakt en afgeveegd. Tot in de diepste krochten van mijn archief was alle papier grijzig. De gordijnen, ooit zo mooi glanzend gebroken wit, waren verlepte raggen waar een vettige waas over hing. In de vuilnisbak ermee! De familie Boskoop hielp goed-gehumeurd mee, de tuinslang werd uitgerold en pas toen iedereen drijfnat was, was het okee.

Hoorde je erbij.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Vooral Broes was druk aan het helpen – het devies is: Alles Nat! Spuiten is leuker dan schrobben, dus de slang was erg populair – er werd om en mee gevochten. De televisies gingen, samen met de verkoolde resten van de videorecorder en de DVD-speler, de container in.

Het computertijdperk was trouwens toch definitief aangebroken …

.

R/ OPSPORING VERZOCHT

Ploediebliedieploediebloe! Ploediebliedieploediebloe!

Waah!

‘t Is stom, maar ik schrik altijd als die telefoon in mijn broekzak gaat. Ik ruk ‘m uit m’n zak: “Bom dia, Termas-da-Azenha.”  “Goedemorgen”, zegt een keurige vrouwenstem in accentloos nederlands, “spreek ik met Ellen Lanser?”

“Jazeker” beaam ik, “wat kan ik voor u doen?”

“U spreekt met de politie van Heemstede, bureau opsporing”, zegt de mevrouw, en dat gebeurt me niet elke dag, dat ik dat hoor

“Ik wou graag iets van u weten”, gaat de mevrouw door, “kent u éne Alfons van der Meijden?”

Ik kijk nogal dom, maar dat kan zij niet zien, dus zeg ik: “Nee, sorry, nooit van gehoord.”

“Misschien kent u hem dan onder de naam Alfons Heijbroek?”

“Eh, ja, dat is de naam van een vrijwilliger die morgen hierheen komt.”

Ik ben een beetje verbaasd over dit gesprekje – zacht uitgedrukt.

“Mooi, dat is wat ik weten wilde. Dank u”, zegt de mevrouw kordaat, en maakt zo te horen aanstalten om het gesprek af te breken. Dat kan natuurlijk niet zomaar – hier moet ik het mijne van weten.

“Sorry, mevrouw, voordat u weer weg bent …. het gebeurt me niet elke dag dat de politie me belt om iets over komende vrijwilligers te weten te komen, dus eh …. moet ik me zorgen maken? Gaat het over een massamoordenaar ofzo? Zal ik hem misschien maar niet van het station gaan ophalen?”

Ondanks haar kordate optreden heeft de keurige mevrouw wel gevoel voor humor, want ze lacht kort

Zegt dan geruststellend: “Nee hoor, er is verder niets aan de hand. Meneer Heijbroek was als vermist opgegeven, en wij moesten hem opsporen. En dat hebben we dan nu gedaan.”

“Vermi-hist?” Ook nog nooit een vermiste vrijwilliger gehad.

Een mens maakt wat mee.

“Ja, zijn vrouw heeft hem als vermist opgegeven. Zijn kleren zijn gevonden op het strand, en hij was van de éne dag op de andere verdwenen. Wij kregen de opdracht om hem op te sporen, en dat hebben dan nu gedaan.”

Ik vind het wel een beetje verwarrend.

“O, ok. Eh … moet ik nog iets doen? Gaat er verder iets gebeuren? Wat kan ik verwachten?”

“Nee hoor, u kunt gerust zijn.” Mevrouw is nu duidelijk wel klaar met het gesprek. Ze zal nog wel meer mensen op te sporen hebben waarschijnlijk. “Ik neem overmorgen contact op, en ik zal doorgeven dat meneer naar Portugal reist.”

Nu klinkt dit jullie misschien raar in de oren allemaal, maar dit was ruim voor het smartphone tijdperk

Misschien wordt de afdeling opsporing verzocht inmiddels bemand door één mens, want je kunt tegenwoordig iedereen via de foon volgen. En anders zoomt de satelliet wel even een beetje in … of ze sturen een drone op je af. Het is tegenwoordig niet meer zo makkelijk om zomaar te verdwijnen. Neem ik aan, want veel ervaring heb ik er niet mee.

Tien jaar geleden was dat allemaal nog geen gemeengoed! Toen was het nog echt werk om iemand op te sporen.

Ik was weliswaar gerustgesteld, maar toch wel een pietsie nieuwsgierig naar wie ik over de vloer zou krijgen natuurlijk.

“We zullen het wel zien, L., morgen”, zei ik hardop tegen mezelf en stopte de telefoon weer in mijn zak

Het bleek een hele rustige aardige man te zijn van net in de veertig, die in het geheel niet de indruk maakte dat-ie gekke dingen zou kunnen doen. Hij had zijn fiets bij zich, in een hele grote tas. Dat was wel een bijzonderheid, dat doet niet iedereen. Hij maakte kennis met de anderen, ik leidde hem rond, introduceerde hem in zijn kamer, liet de keuken zien en vertelde hoe het zou gaan met maaltijden en werk. Niets aan de hand, zou je zeggen.

Maar op de achtergrond liep die olifant mee natuurlijk ….

Ik heb niets gezegd over het telefoongesprekje met de politiemevrouw. Dat kan niet, vond ik, deze mens heeft een verhaal, en dat zijn zijn zaken. Als hij op de een of andere manier behoefte heeft aan “wegwezen” dan zal hij daar wel een reden voor hebben.

De volgende dag begon iedereen met zijn taken, en ging alles z’n gewone gangetje. Alfons paste zich prima aan in de groep, niets aan de hand.

Maar die olifant …. die wou maar niet weg ….

De dag erna kwam ik de keuken in, en daar stond Alfons een broodje te smeren. Ik wou dat toevallig ook net doen, en dat was de gelegenheid. Hij barstte soort van los. Het was teveel geweest, om zijn geheim te bewaren.

“Kunnen we even praten?” vroeg hij nogal gespannen, en we gingen even naar buiten, naar achter bij de keuken.

Daar kwam het hele verhaal eruit. Hij wist dat de politie me gebeld had, en hij waardeerde erg dat ik er niets over gezegd had. Maar dit was zó raar, om net te doen alsof er niets aan de hand was, terwijl hij wist dat ik wist dat er wel iets aan de hand was. Hij wist inmiddels dat de politie contact met mij gehad had.

Hij was wanhopig geweest, en geprobeerd in scène te zetten dat hij de zee in was gelopen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Om overal vanaf te zijn. Om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Om al dat oude zeer te vergeten. Hij had in een jaar of tien zijn eigen bedrijf opgebouwd, maar was een tijdje geleden failliet gegaan. Niet zozeer zijn schuld, maar meer omdat zijn crediteuren hem niet op tijd betaald hadden. Daardoor kon hij ook zijn schulden niet voldoen, en daarmee was het gebeurd.

Zijn huwelijk had er erg onder geleden. Gelukkig wisten zijn hele kleine kinderen nog van niks. Die waren te klein om dat te beseffen. Maar zijn vrouw en hij …. dat ging niet meer.

Allemachtig, wat een verhaal. Wat erg!

Ik weet als geen ander hoe het is om een eigen bedrijf te hebben, het is je kind. Meer nog dan een kind – dat groeit op en wordt zelfstandig. Je bedrijf moet je altijd aandacht in blijven stoppen. Je kunt het beter vergelijken met een kind met Down.

“Ik zal nu wel terug moeten”, zei hij gelaten. “Ik kan niet zomaar wegblijven, ik moet de dingen onder ogen zien. Maar ik vond het erg leuk hier …. die twee dagen.”

Dat vond ik prettig om te horen.

En ik vond het nog prettiger dat die olifant verdwenen was. Je wordt er een beetje schichtig van, als er zoiets is waar je niet over mag praten.

“Ik laat mijn fiets maar hier, want als het mag kom ik graag weer terug,” zei hij de volgende dag toen hij klaarstond met z’n koffertje. Prima natuurlijk

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Alleen, ‘t is er nooit meer van gekomen.

We zijn nu 10 jaar verder, en die fiets is hier nog. Plus tas. Die wordt nooit gebruikt, maar de fiets wel. Het is een Limited Edition, en dat schijnt nog speciaal te zijn ook. Er hebben inmiddels al veel mensen plezier van gehad.

En Alfons?

Nooit meer wat van gehoord. Alsof-ie van de aardbodem verdwenen is ….

(uiteraard zijn uit privacy-overwegingen alle namen van de betrokkenen veranderd)

.

S/ Porthollenglish

Ik lees een grappig stukje in de Volkskrant Magazine, die iemand heeft achtergelaten. Herkenbaar ook. Een man klaagt over zijn vrouw. Een paar jaar geleden gingen ze samenwonen, en kwam ze met een grote bus met allemaal – in zijn ogen – rommel aan en trok bij hem in.

Sindsdien kan hij zich niet meer roeren, ligt alles vol met – in zijn ogen – troep, en valt er met haar niet te praten. Wat moet hij doen, lieve lezers?

Herkenning!

Ik heb ook zo’n spullenmagneet. Ik heb inmiddels een dorp vol. Gelukkig niet alleen maar rommel. Ik moet hier dus ook erg om lachen. “Een hoarder!” roep ik vrolijk, terwijl Tessa de vrijwilligster net binnenkomt. “Huh? Een hordeur?” vraagt ze verward en amper wakker.

“Nee, sjoet maar, ga maar lekker een bakkie doen”, zeg ik op kleutertoon tegen haar. Het heeft geen zin om dat te gaan uitleggen. Al die talen door elkaar …. zo nu en dan is het verwarrend, soms vermoeiend (omdat je dan weer moet gaan uitleggen) en soms hilarisch.

We have it portuguese good under the knee

De zoons zijn inmiddels volwassen, maar hier opgegroeid. Wij spreken van nature nederlands, maar er kwamen vanaf het begin al veel buitenlandse vrijwilligers. Daar spreken we engels mee. En op school is het uiteraard portugees.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

 

 

 

 

Ik-vertrek-A-tot-ZNa een aantal jaren spraken wij drieën onderling dan ook vloeiend porthollenglish, want het is veel te vermoeiend om steeds alles te vertalen. Wij begrepen mekaar toch wel. In welke taal het woord dan ook boven kwam, altijd goed.

Ik kon dus heel makkelijk dingen zeggen als: “Hol effen upstairs, daar ligt de kleine gûgûgû * nog, o Pedro precisa-o.”

In het nederlands voorlezen is not fromselfspeaking

De jongste had hier lezen en schrijven geleerd, en toen hij voor het eerst een nederlands stukje ging voorlezen, begreep niemand er een jota van. Wist hij veel.

Hij las allemaal hele rare dingen: voo-w-èt, en hu-w-is. Moo-w-èder, dit is niet lè-j-uk! Stomme taal! Hij vond het ook helemaal niet lè-j-uk dat wij heel hard moo-w-èsten lachen!

Ze begonnen allebei een beetje merkwaardig nederlands te spreken

“De professor heeft mijn test geavalieerd! Ik was de beste van de turma!”

“Mijn colegas gaan naar de cinema – ben ik ook geautoriseerd?”

“Katten kunnen dat niet hebben. Katten zijn geadopteerd voor a hot climate.”

“Nee, het zijn al wat oudere mensen. Ze zijn gereformeerd.”

“Ik heb dat zo gemanipuleerd, andaca.”

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Een mengelmoes in de smeltkroes

Vaak zaten daar mensen bij, die dit wonderlijke ratjetoe niet konden volgen. “Hebben ze een nu al een professor?” vroegen ze dan, “en wie zijn dan hun collega’s?”, met een blik in hun ogen van: wat-is-dit-voor-een-snobby-toestand?

Zeker als ik net een beetje had zitten opsnijen dat de oudste 3 jaar in 1 had ingehaald, en dat de jongste al vloeiend portugees las.

Yeahyeah, make that the cat wise, snotnose

Aan de andere kant kon ik hen soms makkelijk terecht wijzen, ook als er publiek bij was, want die mensen begrepen toch niet als ik tegen de oudste zei: “Hee! Je hebt nu wel heel veel blikjes, ja!”

Letterlijk uit het portugees vertaald (“Tens muita lata!”) betekent dat: je hebt wel veel kapsones, jong. Of ik waarschuwde de jongste: “Kijk uit, want het water staat tot aan mijn baard.” En dat zegt zoveel als: ik heb het heel druk (água pela barba), met als ondertoon: wegwezen, laat me met rust.

“Ga de apen maar kammen.” (vai pentear macacos)

Of, dat was ook een favoriete: “Why don’t you take a long walk on a short pier.”

Het is wel wat gestabiliseerd. Het blijft soms wel een beetje een rommeltje, maar dat is nog steeds wel makkelijk. Met collega’s (echte collega’s) is het nog steeds heel prettig communiceren. Die snappen prima dat er een vrijwilliger langskomt die gereformeerd is. Dan denken ze niet, dat we moeten gaan bidden voor het eten. Dan weten ze gewoon: een reformado, gepensioneerde.

* Sommige namen van gereedschappen zijn nooit vertaald, want nooit geweten. In geen enkele taal. Wij hebben dus de kleine en de grote gûgûgû (daar kun je gaten mee maken en muren mee weghakken), de plingplong en in de keuken de holespoon en de derrubada oftewel de omfloeper. Daar kun je turn-around-bitches mee maken.

.

T/ EZELSBRUGGETJE

“Well, perfect! We will see you there then!”

Met de telefoon on m’n hand kom ik terug bij het gezelschap: “Heeft iemand behoefte aan een uitje van het weekend?” Jeeeeee, ik word met gejuich onthaald. Waar gaan we heen dan? Wat gaan we doen dan? Gaan we metzealle weg? Leuk!!!! Dit gezelschapje vrijwilligers van allemaal rond de 20 is altijd overal voor in.

Ze zijn al met z’n allen op de fiets naar het strand geweest.

Simpel: er zijn 5 fietsen, 5 vrijwilligers, en 1 slot, dus dat is niet moeilijk. Hoe je moet rijden is ook niet moeilijk, en het zijn allemaal nederlanders uit de provincie, dus die zijn gewend om te fietsen. Nog niet zolang geleden deden ze dat elke dag naar school. Fietsen in de trein (kost je niks extra, en is verder ook helemaal geen probleem), en huppelakee, naar Figueira da Foz.

Op naar Midões (miedoeingks – zo’n leuke vrolijke naam)

Dus huppelakee, naar de binnenlanden van Portugal is voor hen ook totaal geen punt. Alleen het tijdstip van vertrek. Dat dan weer wel.

“Hoe laat gaan we weg?”, vraagt de slechtste opstaander een beetje benauwd, “niet te vroeg toch?”

“Nee, niet Heel Erg Vroeg, maar zullen we zeggen, rond een uur of half 10?”

Oeps, hij moet er wel een beetje van slikken, maar okee, half tien zal het zijn. Het is toch een uurtje of 2 rijden.

Het is wel een beetje een engelse ontvangst. Heel vriendelijk, maar wel erg afstandelijk

We worden door Andy netjes rondgeleid door de 2 hectare die ze een jaar geleden verworven hebben, en daarna gaan we lunchen met zijn vrouw en kinderen. Ik had wat lekkere salades meegenomen, als bijdrage aan de lunch, gelukkig in de koelbox, want het is hier in de binnenlanden dus wel mooi een graad of 7 warmer dan bij ons bij de zee. Misschien wel meer, ik beschik slechts over een inwendige graadmeter, geen uitwendige thermometer. Het is flink warm hier! Over de 40º, schat ik.

En geen zeebriesje ‘s middags, waar wij aan gewend zijn

Op het dorpsfeest komen we nota bene een oud-vrijwilliger tegen, die een paar jaar geleden heeft overwinterd op de Termas. Is dat dan wat? Gezellig, jong, hoe gaat het ermee? Hij werkt nu mee op een beginnende boerderij, met een idealistisch echtpaar dat ook ezels opvangt.

“Mensen werken niet meer met ezels, ze kopen liever een tractor. Ezels beginnen nogal overbodig te worden”, zegt Gino, “ze hebben er nu 6. Ze proberen een goed tehuis voor ze te vinden, bijvoorbeeld door ze hierheen te brengen op zo’n dorpsfeest.”

Ja, dat heb ik ook gemerkt.

Een paar jaar geleden ging ik mijn kinderen naar school brengen, en wist ik direct dat het marktdag was: er reden ineens allemaal ezelkarretjes over de weg

En nu?

Geen één meer.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik raakte aan de praat met de vrouwelijke helft van het idealistische echtpaar. Ze klaagde over het gebrek aan belangstelling voor opvang van al die overbodig geworden dieren, en vertelde een paar schrijnende verhalen over verwaarlozing. Er was een eentje, die een jaar lang alleen in de stal gestaan had, en maar een keer per week een bak voer kreeg. Ze hadden haar ongeveer uit haar eigen poep moeten opgraven. En ze was blind aan één oog, maar ze zag er al een stuk beter uit, na een paar maanden opvang.

Ik ben verloren als het om slecht-behandelde dieren gaat

Al heel jong voelde ik dan iets vergelijkbaars met: “Stelletje rotzakken!! Iedereen die zwakker is dan jij, moet je beschermen, niet aanvallen!!”

De vrouw nam me mee naar een veldje met aan de rand een paar bomen. Half in de schaduw stond daar een ezel. Helemaal niet zo’n aantrekkelijke ezel – die beesten hebben als enige op aarde het vermogen om verschrikkelijk alleen staan te zijn. Ze had duidelijk ook geen behoefte aan om geaaid te worden. Het verhaal van Felicia raakte me. Zij en haar echtgenoot probeerden er van alles aan te doen dat deze overbodig geworden beesten een goed tehuis kregen.

Kun je zeggen dat dit een impuls-aankoop is?

Ik hoefde alleen het vervoer te betalen, toch nog een paar honderd euro. We doopten haar Esmé. Ze mocht vrij rondlopen, ter compensatie. We hadden in allerijl een stal voor haar geimproviseerd. Het was zomer, dus voorlopig was er niets aan de hand.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik vond een adresje voor stro. De stroman, senhor Cunha, kwam direct met een veel te hoog gestapelde pickup, blij dat hij weer een nieuwe afzetmarkt gevonden had.

Esmé heeft wel wat te lijden gehad onder onze onervarenheid

Misschien kun je ook zeggen dat het haar karma was … maar op een mooie ochtend werd ik opgeschrikt door het geschreeuw van Anneke, de vrijwilligster die er op dat moment was. “Ellen, Ellen, kom snel, Esmé ligt in de sloot!”

Ach, heer, nee hè!

Op zo’n moment ben je heel snel, dus twee seconden later stond ik op mijn pantoffels in de modder naast het water. Het koppie van Esmé stak er nog net boven uit. ‘t Is geen diepe sloot, maar doordat ze geprobeerd had er weer uit te komen, en je het met die hoefjes alleen maar erger maakt omdat je geen opppervlakte hebt, was ze steeds dieper in de modder weggezakt.

Hoe lang had ze daar gestaan? Ze was dwars door de rietkraag heen gelopen, gevallen, enfin, het was geen tijd om dat nu eens uitgebreid te gaan analyseren

Hoe gaan we haar er weer uit krijgen?

Anneke was heel dapper, trok haar trui uit en ging in haar b.h. voorzichtig de sloot in. Het was inmiddels einde februari, maar gelukkig een warme zonnige dag. Het water stroomt uit de bron, dus dat is tegen de 30º. Het was dus niet koud, maar wel nat en modderig.

Mijn inderhaast aangetrokken kaplaarzen stroomden onmiddellijk vol, toen wij allebei naast Esmé ook de modder inzakten

“Dit schiet niet op”, zei Anneke, “we zullen iets anders moeten verzinnen.”

Tja … makkelijk gezegd, maar wat dan?

“Ik zou de brandweer kunnen bellen”, opperde ik, “ze halen toch ook poesjes uit bomen? Hopelijk dan ook ezels uit sloten?” Anneke hees zichzelf moeizaam aan de kant: “Het valt te proberen. Het gaat ons zo niet lukken.”

Esmé stond inmiddels onverstoorbaar te lijden.

Binnen een half uur stonden er 3 mannen met een dik pak aan en een terreinwagen naast de plek des onheils. Ze overlegden even met elkaar, en takelden vervolgens een grote brandslang van de wagen af. Anneke ging heel dapper weer de sloot in met de slang, om die onder de buik van Esmé door te halen.

De brandweermannen keken met genoegen toe, en wij realiseerden ons plotseling dat ze nog steeds in haar b.h. rond liep …

Met 3 sterke mannen, een electrische katrol en een dikke brandslang was het zo gebeurd. Hèhè! Wat een opluchting. Het arme beest kon niet op haar benen blijven staan, maar dat moest ze wel.

Eerst eens goed afdrogen en warm wrijven!

De bloedcirculatie weer op gang helpen. Anneke, inmiddels weer in trui, en ik, gewapend met een enorme stapel handdoeken, gingen met de traumaverwerking aan de gang, terwijl João, Tiago en Pedro de slang weer op de wagen takelden.

Binnen een uurtje lag onze Iejoor uitgeteld in de zon bij te komen. Ze had een bittere, maar berustende uitdrukking op haar gezicht.

Een ezel is op de wereld om te lijden ….

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

.

U/ DE CONCURRENT MAAIT HET GRAS VOOR JE VOETEN WEG

Een jaar na de scheiding, een jaar in m’n eentje opereren voelde dat wel erg alleen. Natuurlijk was er de steun en de hulp van mijn onovertroffen familie en vrienden, maar in het leven van dag tot dag waren er veel beslissingen alleen te nemen.

Nu is dat ook weer niet zo’n punt, want ik kan wel goed alleen werken, maar helemaal alleen en altijd alles is misschien weleens een beetje veel.

Natuurlijk waren er altijd mensen. Mijn twee zoons waren er, hun vrienden woonden hier bijna letterlijk, en dan alle vrijwilligers nog

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Maar da’s niet hetzelfde als een gelijkwaardige partner waar je ‘s even mee kan overleggen. Die snapt hoe het buitenlandersleven in Portugal in elkaar zit.

Die niet gelijk komt aandraven met van allerlei merkwaardige oplossingen die hier helemaal niet gaan werken, of waar je het geld, de tijd of de energie niet voor hebt.

“L! Er stopt een auto!” roept Lena, de jongste vrijwilligster. “Ja, dat gebeurt wel vaker!” roep ik terug, “dat komt meestal vanzelf wel voor mekaar. Het zullen wel portugezen zijn die even komen kijken, of water halen.”

Er komen altijd mensen langs, veel portugezen die weer ‘s even komen kijken naar de Termas, omdat ze hier vroeger als kind met de hele familie gelogeerd hebben. Para matar saudades – om hun heimwee te doden, letterlijk vertaald.

Als ik daar achteraan moet lopen, heb ik een dagtaak.

En het bijbehorende verhaal heb ik al een keertje of duizend gehoord, dus dat ken ik nu ook wel. Er zitten soms hele leuke ontmoetingen bij, maar ik kan niet altijd alles uit m’n handen laten vallen omdat er een auto met nieuwsgierigen stopt.

Maar dit keer moet ik wel alles uit m’n handen laten vallen, want het zijn geen heimwee-dodende portugezen, het zijn nederlandse collega’s uit het oosten van het land

Ze hebben daar een camping, en hebben van de Termas gehoord, dus ze komen eens even poolshoogte nemen.

Gezellig! Dat is leuk bezoek.

Zoveel jaar geleden werkte het nog zo.

Als er een nieuw nederlands initiatief geopend werd ergens, wist elke andere nederlander ervan. Tenminste, in deze streek, in de Beiras – midden-Portugal.

“Jullie zijn al een tijdje bezig hè?” vraagt Maaike met haar zachte stem. Het is niet zo makkelijk om haar te verstaan in al het rumoer, er zitten nogal wat mensen om de tafel.

We hebben er maar direct lunchuur van gemaakt: “Eten jullie een hapje mee?”

Haar echtgenoot is het tegenovergestelde, en is uitstekend te horen over de hele tafel heen.

Maar mijn familie is er ook, en aangezien wij gewend zijn om ons verstaanbaar te maken in een grote groep, valt hij niet erg uit de toon. Iedereen klikt prima met elkaar zo te merken, dus mijn gastvrouwelijke conversatiestimulatie mag in de doos blijven.

Na de lunch maken we een rondje door het dorp

We zijn op het moment bezig om de laatste hand te leggen aan Casa Oliveira, dat komt als laatste aan de beurt. Dirk en Maaike zijn onder de indruk, ze vinden het heel dapper. Dat snap ik niet, ik loop nog steeds over van enthousiasme.

Als ik nu terugkijk, vind ik het eigenlijk ook wel heel dapper.

“Kunnen we een nachtje blijven slapen?” vraagt Maaike, “het is best een eind rijden, en dan kunnen we wat meer op ons gemak doen. Ik hou er niet zo van om in het donker te rijden. En … “ ze houdt aarzelend op, maar ik geloof dat ik wel begrijp wat ze bedoelt: “misschien wil je ook een stukje mee mozaieken?

Dan hebben we daar tijd voor, vanmiddag of morgenochtend.”

Ik maak een uitnodigend gebaar naar de beginnende sterachtige vorm die op het plafond van de badkamer van Oliveira moet komen

“Ja, leuk!” antwoordt ze enthousiast, “even met Dirk overleggen.”

Dirk is in een technisch gesprek met mijn zwager verwikkeld over het voor en tegen van motormaaiers en zitmaaiers.

“Wij hebben 30 hectare te onderhouden, en allemaal heuvelachtig, dus ik kan wel met die dingen overweg!” buldert hij, waarop Leo zegt: “Nou, dan is dit grasveldje een plakje cake natuurlijk. Ik zou een zitmaaier willen, maar …”

“Wacht maar ‘s even af!” roept Dirk, “dit terrein hier is in 2 uur als een engels gazonnetje. Even met Maaike overleggen – dan blijven we hier vannacht.”

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Nou, dat was makkelijk dan. We gaan een kamer in orde maken, Dirk van wat werkkleding voorzien, en Maaike de beginselen van het mozaieken bijbrengen.

Het waren heel gezellige dagen. Wie maakt mee dat z’n “concurrent” z’n kampeerterrein gaat maaien, en meehelpt met het afmaken van je badkamer? Dat mag je toch wel bijzonder noemen

Het zette me aan het denken, en blijkbaar gebeurde er nog veel meer onbewust van binnen, want de volgende ochtend werd ik wakker met een prachtig idee.

Concurrentie, hoezo? Samenwerking, dat moet het wezen!

Ik ging het internet op om eens naar gelijkaardige projecten te kijken, en daarmee werd het idee als een riviersteentje geslepen. Het werd ronder en ronder – een vakantiebestemming in elke provincie van Portugal. Dat had ik samen met mijn zoons op het schooltje geleerd, dat zijn er 10.

Ik had al snel een lijstje van kandidaten.

Die wisten nog van niks, maar de eerste was snel over de streep. Casa Pombal in Coimbra deed mee

Ik kende nog een stel uit Rotterdam die ergens in de Douro streek een guesthouse was begonnen, die ook enthousiast werden bij het idee om een samenwerking te beginnen. Else van Pombal kende weer een stel in de buurt van Lissabon, en wij samen wisten nog een adres aan de voet van de Serra da Estrela.

In geen tijd was de Portugal Hospitality Groep geboren

De eerste vergadering was chaotisch en nauwelijks voor te zitten. Iedereen kletste de hele tijd door elkaar – over the moon bij al die herkenning en wederzijds begrip. “O, jullie ook?” “Ja, ken je dat?””Ja, ja! Hebben jullie dat ook zo gedaan?” “Och, die vergunningen, dat duurt gewoon, daar moet je je tijd voor nemen … maar inmiddels hebben wij wel gedraaid. Als je daarop moet wachten, ben je allang failliet!” “O, praat me er niet van!”

“Ja! In het holst van de nacht bellen ze gewoon met: “Diga-me uma coisa …. als ik het nog 1 keer hoor!”

En grappen die alleen een nederlander-in-portugal kan begrijpen

De groep groeide snel, ik was gedreven om in elke provincie een bestemming te bieden. In Trás-os-Montes viel het niet mee.

Niet voor niets ging elke Portugees daar weg: “Nove mêses inverno, três mêses inferno.” – wat betekent: 9 maanden winter, 3 maanden hel.

Nog niet eens zo lang geleden liep de gemiddelde portugees daar blootsvoets vanwege de armoe, omdat het niet eenvoudig was om er iets te laten groeien. Het is het begin van de spaanse hoogvlakte, daar is ook helemaal niets. Een enkele indrukwekkende Sandeman-reclame, maar landbouw – ho maar.

De samenwerking was een heel belangrijk ingrediënt van mijn alleenstaande-ondernemers-bestaan

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Het gaf troost en steun, een boel humor, leuke contacten en een boel te doen.

Het heeft eigenlijk nooit zoveel opgeleverd, financieel gezien, maar het was zo ontzettend leuk om te doen. De jaarvergaderingen waren een happening.

Jammer dat het uit elkaar gevallen is. We hebben het lang volgehouden.

Samen sta je sterk.

.

V/ VERKLEEDKAMER

“OK, afgesproken dan! Maak je maar geen zorgen meer, het komt allemaal voor elkaar”, zeg ik geruststellend, ter afsluiting van het telefoontje, en klik ‘m weg.
“Godallemachtig, is me dat wat!”, verzucht ik tegen Jela, die me verwonderd zit aan te kijken. “Wat is er gebeurd?”, vraagt ze met haar zachte stem: “Iets ergs?”
“Dat was Eelco. Ik ken Eelco en Silke nog niet, alleen via de mail. Ze zouden in oktober komen vrijwilligen, maar hij belde of ze nu al konden komen. Hun camper is omgekieperd op de snelweg. Ze staan nog te trillen in hun sokken van de schrik.”, leg ik uit en Jela’s ogen worden er ook groot van.
“Omgevallen? Wow, dat lijkt me heel eng! Mogen ze blij zijn dat de snelweg hier over het algemeen niet druk is!”
“Zeker, want het gebeurde op de linkerbaan. Alles uit die camper lag over de weg, maar zij hebben gelukkig niks. Tamelijk ongelooflijk. We zullen het hele verhaal wel horen morgen.”

Tuurlijk zijn zij welkom. Je zegt toch geen nee als zoiets met iemand gebeurt?

Maar het was inmiddels wel een grote groep, de grootste groep vrijwilligers ooit. Tien man sterk. De een nam een vriend mee, de ander kwam wat later, dit stel kwam wat eerder.
Heel gezellig hoor! En er werd ook veel geverfd en geschrobd en gedaan. Eelco en Silke waren al snel over de schok heen en maakten zichzelf heel nuttig met het verven van deuren en het koken van heerlijke maaltijden voor iedereen.

’s Avonds werd er altijd lang nagetafeld en er werd gespeeld en gezongen in de Koepel

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Twee gitaristen, een boel kaarslichtjes en een goede akoestiek – dan heb je al snel een geweldig sfeertje.
Met een boel vrijwilligers altijd en in de zomer een boel gezinnen met kinderen, was het vaak druk in de Verkleedkamer. Je kunt een hoop pret hebben met een paar kasten vol bijzondere kleding en hakken – er zijn prachtige modeshows gehouden, feestjes en voorstellingen.

Het begon met het uitpakken van de laatste dozen

Daar zat mijn (theater)kleding in, m’n stadse hakken, leuke jurkjes, mooie hemden – allemaal dingen die je helemaal niet nodig hebt als je een dorpje aan het verbouwen bent.

Vrijwilligster Arleen wilde heel graag een vloermozaïek maken van de tegels die we pas gescoord hadden bij de tegelfabriek. Ze had een klein kamertje op het oog, boven in het badhuis en zou dan ook de muren daarvan rood en paars verven.
Toen ik bedenkelijk begon te kijken bij die kleuren, zei ze: “Je zult zien, het wordt prachtig! En als je het niet mooi vindt, dan verf ik het zó weer wit. Erewoord.”

OK. Prima dan. De vloer werd zeker prachtig en de kleuren vielen niet tegen.

Met al die kleurige kleren, kanten frutsels, hoge hoeden en een heel rek met schoenen was het een mooi kleedkamertje geworden.

De naam kwam er achter elkaar achteraan: De Verkleedkamer

We vierden de aanwinst met een gezellig avondje met veel verschillende outfits en uitdagend geloop door de lange brede gangen.

Tegenwoordig zit de Verkleedkamer beneden in het badhuis, naast de ingang. Met de verhuizing is er wat geschift, en zijn er zakken vol weggegaan.
Ik draag weliswaar zelf eigenlijk altijd meer praktische kleding – die typisch Portugese steentjes zijn bepaald niet uitnodigend om je hoge hakken aan te trekken – maar de Verkleedkamer was wel altijd een goed excuus voor de aanschaf van een bijzonder jurkje, jasje of een paar mooie schoenen.

Een van de redenen om te verhuizen was omdat het veel te veel geworden was – het puilde uit het kamertje.

Er is altijd wel wat te vieren of te doen

Zodra er een groepje vrijwilligers is, gebeuren er aardige dingen. Zo hebben we ooit de uitslag van een prijsvraag in ons jubileumjaar op de site gezet.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wij hebben er een boel pret mee gehad en de winnaars hebben zich niet onbetuigd gelaten. Toen ze hun gewonnen week kwamen vieren, is er ook druk gebruik gemaakt van de Verkleedkamer!

Twee vrouwen die elkaar hier leerden kennen en het erg goed met elkaar konden vinden, hebben een serie gemaakt die niet zou misstaan in een galerie

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Dat wil zeggen, als kunst ook humoristisch zou mogen zijn.
Er zijn een paar films gemaakt, omdat er toevallig iemand met een camera logeerde. Dan is het feit dat de camera er is en al die hoedjes, brillen, jassen en kettingen voldoende reden om bij iedereen de inspiratie te laten stromen.

Er zijn spontane barbecues met zang en dans ontstaan en een spooky voordracht van de klassieker “De tuinman en de Dood”.

Een “Alice-in-Wonderland-diner”, waarbij iedereen tenminste een hoed op moest hebben. Het is inmiddels te veel om op te noemen.

Komende zomer komt er tenminste één gezin speciaal vanwege de Verkleedkamer. Een goede reden om naar Portugal op vakantie te gaan, of niet soms?

.

W/ ONZE EIGEN ZONNEKONING

Ineens stond-ie voor m’n neus, op een frisse zondagavond, terwijl ik wat zat te suffen achter mijn computer en plannen maakte om vroeg naar bed te gaan.

Een man met een missie, want hij begon te praten in rap portugees, en hield er niet meer mee op.

Nu ben ik dat wel gewend, want portugezen zijn praters, maar dit ging in zo’n tempo, dat ik direct weer wakker was – klaar om antwoord te geven op zijn vragen

Korte antwoorden weliswaar, want hij wou alleen maar weten of ik weleens kookte (“Ja, natuurlijk”) en of ik dat op gas deed (“Ja, natuurlijk – ik begon me af te vragen of ik hier met een vertegenwoordiger van doen had) en of ik geinteresseerd zou zijn in koken op zonne-energie (“Ja, natuurlijk”).

Volkomen verbluft keek ik toe, hoe hij een stoffen tasje van zijn schouder haalde, naar de grote tafel liep, waar mijn zoons en hun vrienden eveneens verbluft toekeken, gestoord in hun gezellig-gewelddadige computerspelletje.

“Olhe à isso” zei hij op goochelaarachtige wijze, en toverde een kartonnen doos uit zijn tas

Pfoe, daar waren wij erg van onder de indruk …. de jongens gniffelden sardonisch, en keerden terug naar hun moord-en-doodslag. Zij hadden betere dingen te doen.

Ik beNgon daar inmiddels ook aan te twijfelen, maar deze man zag er niet uit als een vertegenwoordiger.

Portugese verkopers zitten altijd strak in het pak, dit was meer een universitair type

Later bleek, dat ik er niet naast zat, hij was ingenieur op de universiteit van Faro, en doceerde daar iets met energie. Het precieze heb ik er nooit van geweten, want hij was zo bevlogen en enthousiast over zijn zonne-energie-project, dat ik nooit de kans kreeg om twee zinnen achter elkaar te zeggen.

Hij vouwde de kartonnen doos open. Het bleek een prisma

Het was een model voor je eigen zonne-energie-keukentje, en het zat ingewikkeld maar ingenieus in elkaar. Het prisma moest je beplakken met spiegelend folie, in de zon en uit de wind zetten, en daar dan je zwarte pannetje met eten in.

Het pannetje moest per se zwart zijn, en het moest verpakt in twee glazen schalen. Voor dat doel had Celestino, onze Zonnekoning – die bijnaam lag nogal voor de hand – twee kapotte wasmachines van hun glazen deurtjes ontdaan.

Ik was inmiddels geamuseerd. Geinteresseerd ook, ja

En of ik naar de workshop wilde komen, die hij het volgend weekend in de zoutvelden gaf. Daar had hij een vriend, die een zoutveld exploiteert, die zijn barak ter beschikking had gesteld.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Celestino had namelijk altijd hier vlakbij, in Alqueidão gewoond, en daar woonden zijn ouders nog steeds.

Als hij bij hen op bezoek ging, ging hij altijd de boer op met zijn prisma en zijn glazen deurtjes en zijn zwarte pannetje.

Het volgend weekend overtrof al mijn verwachtingen

Er was een groep van wel 20 portugese deelnemers, er was een duitse ingenieur, Frank, die met evenveel enthousiasme maar dan op z’n duits, verslag deed van zijn avonturen met allerlei vormen van deze manier van zonne-koken.

Ik zag trechters, schotels, dakpannen met sardientjes in een doorgesneden plastic waterfles, een foliekoker, kisten met een spiegeldeksel, dozen, stervormige prisma’s – alles om de zon in een focus op je pan te krijgen.

Het duurde even, want precies die dag wilde de zon niet graag tevoorschijn komen

Zul je altijd zien. Was niet erg, want als gezegd, portugezen zijn grage praters, en er was voldoende te zien in de zoutvelden. Een barak vol met bergen zeezout zie je niet elke dag. Er werd uitgelegd wat “o flor do sal” is – de bloem van het zout, letterlijk vertaald, en we kregen die over onze sardientjes gestrooid.

Nu ben ik niet een fanatieke fan van sardientjes, maar deze, vers uit zee, langzaam gaar gestoofd in hun dakpan, met bloemrijk zout erover heen, waren heerlijk!

Misschien had het er ook wel mee te maken dat ik inmiddels best honger had, want je moet geen haast hebben met zonnekoken

Aan het eind van de dag vroeg Celestino of ik ook eens een zonnekook-workshop wilde hosten, en ja hoor, dat wilde ik wel. Het was leuk genoeg om daar al die heisa voor over de vloer te hebben.

Zo is het gekomen, dat ik een jaar lang een enorme spiegelende schotel achter de keuken had staan, waar je op mooie dagen zelfs een eitje op kon bakken.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Als je de focus maar goed hebt.

Daar gaat het allemaal om.

Jammer genoeg moest hij weer op tour, en daarna waren mijn bomen zo hoog gegroeid dat de zon er precies op het heetst van de dag achter verdween.

En om nu midden op de weg te gaan staan koken …. dat voert te ver. Misschien is het voor ons, hier in het ontwikkelde West-Europa ook niet zo boeiend om prisma’s te gaan vouwen en moeilijk te gaan doen met pannetjes die met de zon moeten meedraaien.

Hier is het misschien toch een beter idee om van hogerhand voor groene energie te zorgen

Maar voor ontwikkelingslanden, waar er op schaars hout gekookt wordt, is het waarschijnlijk een top idee! Celestino heeft zijn enthousiasme en bevlogenheid dan ook verlegd naar andere continenten. Brazilië en Angola.

Zon volop.

Nu nog de betrokkenheid van de bevolking daar …

.

X/ GETRAUMATISEERDE KIP

Nu we buitenmensen geworden waren, was het tijd om ‘s na te denken over de huisdieren. De jongens wilden altijd graag een hond – en die hadden ze gekregen. Dat was indertijd zeker geen probleem, er liepen er voldoende over de weg.

Vooral in het begin van het jachtseizoen. Dan raakten er een aantal verloren, of ze werden buitengezet omdat ze niet voldeden als jachthond. Hoe vriendelijk Portugezen ook zijn tegen mensen, dat zijn ze vaak niet tegen dieren.

Vooral honden hadden het zwaar

Kettinghonden, als pup aan een boom vastgemaakt, om daar hun hele leven door te brengen. Jachthonden, opgesloten in een krap hok, om twee keer per week voor een paar uur losgelaten te worden om konijnen en eenden op te speuren en te jagen.

Dat is gelukkig verbeterd, vandaar dat ik het voorgaande in de verleden tijd schrijf. Ik meen dat het aanpalende dorp inmiddels kettinghondenvrij geworden is, met de dood van de laatste zielepoot bij de plaatselijke garagehouder.

De jongens hadden hun hond, en nu wilde ik graag mijn hartewens in vervulling laten gaan: een toom kippen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Dat leek me nou zo gezellig. De vorige eigenaar, senhor Foja, had een kant en klaar kippenhok achtergelaten, dat alleen een beetje afgestoft hoefde te worden. Er zat een leghok in, en er was een voordeur, zodat je erin kon om de eieren te rapen.

Er was een stok ingemetseld – ze konden op stok, en door het achterdeurtje naar buiten, de boomgaard in.

Ideaal, zou je zeggen, dus kom maar op met die kippen.

Op de weekmarkt in Louriçal verkochten ze kippen in alle soorten en maten. Vleeskippen, eierleggers, piepklein of helemaal volgroeid. Ik nam natuurlijk een tiental kleintjes, met hun snavels intact. Zoveel wist ik er nog wel van – een kip haar snavel is een heel belangrijk onderdeel. En aangezien ze bij ons van een zo goed als ongelimiteerde vrijheid zouden gaan genieten, was het niet nodig om te voorkomen dat ze elkaar dood zouden pikken.

Hoewel ….

Het duurt een tijdje voordat ze volgroeit zijn, en in die tijd ben je lekker bezig om ze elke dag te voeren en naar hun dagelijkse routine te kijken. Zodra kippen weten waar ze wonen, heb je er geen omkijken meer naar. Op die paar scheppen graankorrels na scharrelen ze zelf hun kostje op, eten gras, nemen zandbaden en lopen de hele dag met elkaar te kletsen. En na een half jaartje zijn ze groot.

Het leukst vond ik, als er één zich terug trok in het hok en een ei ging leggen

Dat is soms echt een hele bevalling, met zuchten en puffen en blazen en steunen en kreunen. Dat weet je allemaal niet, als stads bleekneusje.

Als het ei eenmaal gelegd was, hoorde je haar dan vol verbazing uitroepen: “Wôkwôokwôk! Wôôôôôkwôkwôkwôkwôk!!!!!” – wat klonk als: “Meid!!! Kijk nou toch!! Een ei!! Ik heb een ei gelegd!! Een heel ei!! Hallo! Een eihei! Wôôôôôkwôkwôkwôkwôk! ”

Met als antwoord van de andere meiden uit de boomgaard: “Meid!!! Echt waar??! Wôkwôôôôôkwôkwôkwôkwôk! Wat een wonder! Geweldig!”

En dat dan elke dag. Over in-het-moment-leven gesproken!

Het bleek dat er bij de eerste groep twee hanen zaten.

Dat is niet zo’n goed idee. Een haan is sowieso een beetje een overbodig verschijnsel, behalve als je natuurlijk kuikens wilt, maar die wilde ik eigenlijk niet. Tien kippen is wel genoeg, en die eieren elke dag waren helemaal top. Houwen zo. In mijn onwetendheid had ik niet gevraagd naar 10 meisjes, want kippen kunnen prima zonder haan. Sterker nog: ik denk dat ze het prettiger vinden.

Als een haan zin krijgt in een beetje rollebollen, zie je nou nooit een kip zich een beetje opdoffen en er ‘s aantrekkelijk bij gaan staan

Integendeel, ze maken allemaal dat ze wegkomen. Er is niets lachwekkenders dan een haan die van plan is om een kip te grazen te nemen, en dan de reactie van die kippen. Ze schortten allemaal hun rokken op en hollen heel hard weg.

Uitlokking natuurlijk, maar ach, weten zij veel.

Die twee hanen kregen het met elkaar aan de stok

Toen bleek wat ze met die snavels kunnen aanrichten. Op een ochtend werd ik wakker en keek uit het badkamerraam, en dacht: “Hè? Wat zitten die nou te doen? En waarom is de witte zo rood gespikkeld?”

Er was er één helemaal wit, maar dat was inmiddels een beetje veranderd. Ze waren elkaar gestaag en geduldig tot bloedens toe aan het pikken geslagen. Daar waren ze zo te zien al een tijdje mee bezig. Oi.

De witte ging de pan in. Hij was het ergst toegetakeld, dus hij was de voor-de-hand-liggendste kandidaat.

Niet zo lang daarna struikelde ik ‘s ochtends vroeg over een kip, die er verwilderd uitzag, en op een plek was, waar ze normaal nooit kwam – ze zat op het dorpsplein, waar het verboden voor kippen was. Dat was – en is – onze plek, de plek van de mensen.

Ik probeerde haar op te pakken, en dat liet ze toe

Dat was helemaal raar, want normaal gesproken houden kippen daar helemaal niet van, en hollen ze hard weg. En als ze niet meer weg kunnen komen, dan gaan ze door de knieën, gaan zo plat mogelijk op de grond zitten en spreiden hun vleugels een beetje. Heel aandoenlijk. Dat is zo vertederend, dan ga je ze echt niks meer doen.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Deze was heel duidelijk heel erg in de war. “Wat is er gebeurd, poppedijntje?” vroeg ik zachtjes, en streelde over haar veren, “zullen we maar ‘s naar je zusjes gaan kijken?” Ik liep in de richting van het kippenhok, over de patio, door de poort, en daar sloeg de paniek blijkbaar weer toe. Ze kreeg een blik in haar ogen van: “O nee, hier wil ik nooit meer naar toe!” en worstelde zich los. Maakte dat ze weg kwam, terug naar het dorpsplein.

Wat was er in vredesnaam aan de hand?

Tien meter verder zag ik het. Een opengereten kip. Een stuk verder een kip zonder kop. Weer een stuk verder een boel veren. Nog een dooie kip, en verderop veel meer veren, plat gras, en een paar poten. Allemaal vermoord.

Er was er maar één echt weg. “’t Was een vos misschien”, zei de zoon-van-de-herder Josué, die elke dag langskwam met zijn kudde, “of een zwerfhond. Die vinden het geweldig om achter al die vluchtende kippen aan te gaan. ‘t Is jachtinstinct.”

Kippie heeft nog een paar maanden op het dorpsplein gewoond. Om haar nu alleen te laten op die Killing Fields – dat kun je natuurlijk niet doen. Ons eigen trauma-kippie.

.

Y/ MODDER IN DE SLOOT

De sloot moet uitgebaggerd. Dat zou toch een koud kunstje moeten zijn voor een nederlandse, zou je zeggen. Baggeren zit ons in het bloed, dat hebben we al eeuwen moeten doen om in leven te blijven.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Nu is dit niet zo ernstig, dat we moeten baggeren voor ons leven – ‘t is meer dat het bronwater een uitgang nodig heeft. Er zit een enorm diep onderaards meer in onze heuvel, en dat komt van de spaanse hoogvlakte onderaards via een boel lang-uitgesleten waterwegen naar deze delta gestroomd.

En het stroomt dóór.

Door het badhuis naar de Mondego, en dan naar zee.

Als het er hier niet uitkan, dan gaat het wel ergens anders heen. Water laat zich niet tegenhouden

We hebben hier in de Termas-da-Azenha wel 7 uitgangen. Eén is heel stabiel, want de vorige eigenaar, Dom Henrique Foja, heeft heel listig een buis in het onderaardse meer laten aanbrengen. Hoe-ie dat gedaan heeft, en waar precies, weet niemand meer, maar dat is een ander verhaal.

Maar daardoor stroomt er altijd water door het badhuis

Het heeft als aangenaam bij-effect, dat het als vloerverwarming dient. De grote zaal is altijd lekker warm in de winter. Het water komt namelijk met een temperatuur van 30º uit de bron.

Deze uitgang van de bron, waar we het nu over hebben, heeft altijd gediend als wasplaats en watertoevoer voor de moestuin en de boomgaard. De wasplaats is natuurlijk allang in onbruik geraakt, maar de sloot is er nog steeds.

Tenminste … als we ‘m dus gaan uitbaggeren

Inmiddels zou ik precies weten hoe: ik bel senhor Alves, en die komt met zijn grote graafmachine, en heeft dat in een paar uurtjes voor elkaar. Maar toen, we hebben het over 15 jaar geleden, was ik nog veel te veel een stads bleekneusje, dat geen idéé had van hoe het boerenleven werkt.

Onwetendheid levert een boel werk op

Ik ben er dol op om dingen te combineren – de combi die ik in gedachten had zou een echte win-win-win zijn. Ik had namelijk een vijftal jongenstieners rondom de grote tafel in de receptie zitten, die na schooltijd voornamelijk spelletjes zaten te spelen.

Op de computer natuurlijk.

En ik had een aantal vrijwilligers, ook jongens, die hun energie kwijt moesten.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Tel dat op bij een stukje grond, dat nodig een beetje ophoging kon gebruiken, de bak voor het rietfilter daat gevuld moest worden, en mijn onwetendheid, en mijn sloot, en je hebt een paar leuke dagen te pakken!

We doken de sloot in met z’n allen. Letterlijk

Het was niet diep – logisch, hij moest uitgebaggerd. Ik begon op een plank, maar dat veranderde al snel. Gewoon je kaplaarzen laten vollopen en dan de modder in werkte veel beter. Op m’n blote voeten durf ik niet in verband met de angst voor de aanwezigheid van een paar kleine familieleden van het monster van Loch Ness. Een paar man op de kant met kruiwagens, een paar in de sloot, en binnen de kortste keren zat iedereen onder de modder.

Nu is het geneeskrachtig bronwater, dus dat kon geen kwaad. Het is altijd een kuuroord geweest, allemaal helemaal officieel, met een dokter en een balie, medische dossiers, vergoed door de verzekering – de hele mikmak.

Veertig jaar geleden was het hier een drukte van belang in het seizoen. Iedereen met uitslag, pukkels, eczeem en bultjes in het bad.

De dokter schreef altijd een oneven aantal baden voor, behalve 13. Dat zal bij het pakket gehoord hebben, vermoed ik. Met z’n allen naar buiten, gezonde lucht, uit je normale leven, elke dag in het geneeskrachtige water, en ‘s avonds dansen en zingen en de rode wijn drinken die hier geproduceerd werd.

Daar wordt zelfs de ernstigste zieke beter van

De buurman-boer had me weleens verteld, dat hij voor de grap met zijn grote machine een sloot had laten leeglopen – een beetje omslachtige manier van paling vissen – en na het rondspartelen in de modder om die palingen te pakken te krijgen had gemerkt, dat de wondjes op zijn handen wel heel snel wegtrokken.

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Wij kwamen geen palingen tegen, gelukkig. En ik kan me niets herinneren van snel-genezende wondjes, maar gezond was het vast! We hebben dikke pret gehad, veel gelachen.

Het was zeker een win-win-win-win! En dan ook nog een goeie herinnering.

.

Z /Wat ‘t was met de was

Termas-da-Azenha was ons 3e project. De eerste twee keer waren de onderhandelingen mislukt. Onderhandelen over een pand in het centrum van Porto, op A-lokatie Praça da Liberdade, vlakbij het oude en prachtige station São Bento.

Wij wilden de eerste twee verdiepingen van het oude pand huren

Het was een galerie geweest, maar dat liep niet meer. Vader had het bijltje erbij neergegooid, of de zoons hadden er geen zin meer in – hoe dan ook, ons team in Nederland zat erop, Heineken had belangstelling om poot aan de grond te krijgen in Portugal, en ik was als verkenner vooruit gestuurd.

Inmiddels hadden we een makelaar leren kennen, Zé, waar ik het goed mee kon vinden. Hij zorgde ervoor dat ik bij zijn kantoor als “makelaar” aan de slag kon. Makelaar tussen haakjes, want ik had nog nooit gemakeld, en wist er ook eigenlijk niet zo heel veel van. Bovendien sprak ik de taal heel magertjes, toch een belangrijk puntje als je verkopende Portugezen zover wilt krijgen dat ze bij jouw kantoor tekenen.

Met Zé zijn hulp makelde ik gezellig voor zoete koek mee

Mijn enthousiasme maakte veel goed. Ze noemden me Senhora Simsim op dat kantoor.Ik reed de hele week op en neer, sprak met iedereen zo goed en zo kwaad als dat ging, en lachte veel.

Maar ‘s avonds huilde ik ook weleens ….

Het was niet makkelijk om mijn twee zoons achter te laten bij hun vader. Ze waren nog maar net 5 en 7, en dan is Portugal heel ver weg! In die tijd had je nog geen whatsapp, skype, facetime of wat voor mogelijkheden je nu hebt om heel makkelijk en goedkoop met elkaar in contact te blijven.

Bellen was ongelooflijk duur, dus het enige was eigenlijk mailen. En ze kwamen in de vakantie natuurlijk! Dat was feest, maar ook wel weer wennen opeens

Ondanks het team dat er bovenop zat, Heineken die het wel zag zitten en goedlachse ik, ging het niet door. Het duurde best nog een tijdje voordat we dat in de gaten hadden, want Portugezen zijn heel beleefd. Ze zeggen niet: “Nou, doei, dat zien we zo echt niet zitten hoor, jullie willen wél het onderste uit de kan!”

Ze blijven gewoon doorgaan, alleen duurt het steeds langer voordat er een antwoord komt. Steeds langer … steeds langer …. totdat het in de vergeetput belandt.

Het volgende project was achteraf gezien duidelijk te hoog gegrepen

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Ik was inmiddels weer terug in Nederland (gelukkig!) en mijn toekomstige ex stuurde eindeloos lange mails naar de verkoper, naar de makelaar, en naar de burgermeester van Figueira.

Ik was weliswaar verliefd geworden op het huis, maar het was veel te sjiek. Ik maakte me zorgen over dat ik daar continue in mantelpakjes zou moeten rondlopen vanwege het snob-gehalte van de gasten, en dat de kinderen veel te veel herrie zouden maken (gezonde hollandse energieke jongetjes als ze waren, en dol op schieten), en hoe zou ik – zeker die eerste tijd – de was moeten doen?

Idiote zorgen kun je je maken

Die was was voor mij echt een punt. We zouden moeten improviseren de eerste tijd – prima, dat had ik in dat half jaar alleen ook al volop gedaan, maar zonder water, zonder wasmachine, hoe ga je dat redden met die mantelpakjes?

Om over al die vuile kinderkleren maar niet te denken.

Nogmaals: het was een andere tijd, toen! We hadden al een paar nederlandse portugezen ontmoet, die witgoed naar Portugal exporteerden. Er was voor 2000 in het hele land amper een supermarkt te vinden. Wasmachines, koelkasten en dergelijk spul waren schaars en heel duur.

Het zijn allemaal dingen die je bezig houden tijdens het proces van emigratie. Hoe doe je dit, hoe regel je dat, hoe komt het daar, en hoe kom je er daar aan? ‘t Is inmiddels een stuk eenvoudiger geworden, dit is echt “oma vertelt”. Maar keiharde werkelijkheid voor ons indertijd.

De burgemeester van Figueira kwam op ideeën door die eindeloze informatieve mails van mijn ex

Hij kocht het zonder toestemming van de gemeenteraad op eigen titel, en verkocht het onmiddellijk door aan de gemeente. Merkwaardige manier van doen, en nog merkwaardiger was, dat wij dat bij toeval ontdekten.

Toen schoof ik effen de vergeetput in. Al je werk voor niks. Dik een jaar het putje in. Wel alle donders! Die stomme portugezen! Geen haar op m’n hoofd – niks emigreren – laat ze de rambam maar krijgen.

Dat duurt even, dat rouwproces.

Al met al heeft het 5 jaar geduurd voordat we eindelijk in de 17 meter lange vrachtwagen onze ouwe trouwe singel afreden, nagezwaaid door alle buren

De was zou in de Termas geen probleem zijn: er stroomde 1500 liter zuiver mineraalwater per uur door het badhuis, en dat had nog een temperatuur van 30 graden ook. Opgewarmd door moedertje aarde in het natuurlijke en diepe reservoir in onze heuvel.

Het water is altijd een wezenlijk onderdeel van de Termas geweest, en ik denk echt dat het het hele emigratieproces een flink stuk makkelijker gemaakt heeft.

Improviseren is geen punt, als je elke dag kunt poedelen in lauw water, als je emmertjes bij de vleet kunt tappen, als je een sok in de afvoer kunt stoppen en je maakt een bad vol schuimend sop. We hadden er soms nog muziek bij ook!

Ik-vertrek-van-A-tot-Z

Fijn dat het niet het centrum van Porto geworden is, of de mantelpakjes in Maiorca. Heel fijn dat het het overvloedig aanwezige water in Termas-da-Azenha geworden is.

Zo kan een kind de was doen!